Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

Aan de muur van het oude kerkhof...

Zeven maart 2007. Een doordeweekse dag. De regen stopt even met neer te plenzen. Het scherpe zonlicht zoekt zich twijfelend een baan door de grillige wolkenvormen. Aan het busstation zitten en staan veel wachtenden onder de beschuttende luifel. Onder hen valt de fel gekleurde tuniek van een jong meisje op. Haren als ragbol over kop en schouders. Kettingen om de lenden. Sigaretje tussen de scharlaken bijgewerkte lippen. Donkere oogschaduw accentueerde haar bleek getrokken gelaat. Haar slappe laarsjes met afgesleten hielen vielen zeker twee maten te groot uit. Op haar linkerwang een tattoo, ondefinieerbaar, en twee piercings door de onderlip.

Een schril contrast met de goedzakkige lummel die, slecht gekleed, doodgemoedereerd tegen het muurtje aanleunde. De versleten honkbalpet had zich door de jaren heen rond en op zijn kop gebeiteld: een perfecte kopie van zijn schedel.

Een nerveuze mama met een dartelende tweeling – 5 à 6 jaar – kon hem moeilijk in bedwang houden. De kinderen koersten van her naar der en kraaiden om ter luidst naar elkaar. De omstaanders kregen het op de heupen. Alleen het oude moederke, sjaal over de grijze lokken gebonden, volgde met slome oogbewegingen de spelende kinderen. Een glimlachje groef zich nog dieper in haar verweerd gelaat in. De zwarte handschoenen, die hun beste tijd blijkbaar al achter de rug hadden, omknelden stevig haar kloeke wandelstok. Ze had ook een plastieken zak bij waarin duidelijk een tweeliter waterfles stak, ook nog ander gerief.

Eindelijk, daar kwam de bus aangereden. Met veel moeite hees het oude vrouwtje zich in het voertuig, nestelde zich bij de uitgang aan het venster, rechtover het kettingmeisje dat hevig haar kauwgom martelde, en plantte haar tasje naast haar op de lege zitplaats. Telkens de bus stopte keek ze nauwlettend toe of de afstappers haar zak niet zouden meegraaien. Ze zag er moe en afgetobd uit. Ze ademde diep in en uit.

Aan het stedelijke kerkhof stapte ze met veel moeite uit. Ze bleef even staan om op adem te komen en liet zich neerzakken op de bank tegen de oude kerkhofmuur. Na een poosje kwam ze terug recht en zocht de vlakke plaveien bij de oprit van het kerkhof op. Om de twintig à vijfentwintig passen bleef ze even staan, naar adem happend en steunend op de stok.

Bij het graf van haar man (?) hield ze halt en verwijderde met haar eind hout wat afgestorven en weggewaaide bladeren. Het kruisteken – of wat er moest voor doorgaan – sloeg ze kort en goed over de borst om dan haar weg verder te zetten naar de kinderbegraafplaats. Uit haar grootwarenhuiszak haalde ze de fles water, een grote spons en een kleine dweil op. Ze boog zich, zo goed en zo kwaad het enigszins kon over de grafsteen heen. “Louiseke. …, geboren 10-5-1940 en jammerlijk omgekomen in het bombardement van 21-7-1944”. Zó bleef ze een minuutje lang staan wellicht een gebed prevelend.

Met het water uit de fles bevochtigde ze de spons. Met moeite trok ze het rubberen hoedje van haar wandelstok af. Onderaan zat er een diepe en scherpe inkeping die ze gebruikte om de spons te spiesen om die dan over het grijsgrauwe hardsteen heen te schuren. Hier en daar goot ze nog wat water bij, voorzichtig, tot het blijkbaar proper genoeg was.

Nadien droogde ze met de dweil en haar gaffel de steen op. Zichtbaar voldaan overschouwde ze haar poetswerk en zag dat het goed was. Ze borg alles terug in haar plastieken zak, bleef nog even staan, sloeg een kruis en bad.
Eén hete traan gleed zachtjes over haar gekloven wangen. Het oude mensje bracht haar rechterhand naar de mond, kuste ze en blies de kus over de oude grafsteen van het jonge kind.

Dit graf was wellicht het enige dat haar op haar hoge leeftijd nog te been hield. Ze slofte nadien weg richting bushalte. Haar sjaal was bijna van haar grijs hoofdje gegleden. Ze had het niet eens opgemerkt. Twintig passen verder hield ze halt, steunde zwaar op haar stok en draaide met veel moeite haar oud gelaat naar de kinderbegraafplaats. De laatste maal?

Aan de muur van het oude kerkhof zeeg ze neer op de rustbank, de bus opwachtend.
Nog een paar mensen vervoegden haar. Toen de bus eraan kwam, maakte iedereen aanstalten om de weg over te steken. Het oude mensje niet. Haar hoofd was op haar borst gezakt maar haar handen omknelden nog steeds de plastieken zak en de stok.

De chauffeur claxonneerde nog even. Tevergeefs (ze keek niet op) en reed dan verder, langzaam…
Het verkeer raasde voorbij. Niemand had oog voor de rustende (?) bejaarde…Niemand! …Niemand!

Schrijver: Jan Coessens, 15 jul. 2007


Geplaatst in de categorie: eenzaamheid

2,4 met 8 stemmen 1.418



Er is 1 reactie op deze inzending:

Naam:
stef
Datum:
19 jul. 2007
Email:
susannaxxxhotmail.com
beste schrijver, ik heb genoten van uw stuk, alleen blijf ik met een nare nasmaak achter, het heeft me niet zo bevredigd als het begin me deed beloven.
u begon enrom krachtig, pakte mijn aandacht direct beet en sleurde me door de tekst. deze goed gekozen, doorvloeid met een prachtig gekozen stijl, veel dure woorden en een vrolijke melodie.
Het stuk doet langzaam toewerken naar mevrouw haar laatste ademteug, alleen krijgt het een enorm andere wending bij het slot. u had dit dan beter boven een inleiding kunnen geven. het stuk ging inhoudelijk namelijk op een mooie manier over de jonge mensen die nog in hun leven staan, en de oude vrouw en diens familie niet meer. een levenscyclus. toch vergroot u de grimmige medemens ipv het onderwerp, jammer, des al niettemin mooie tekst.
ik hoop dat u deze feedback waardeert maar vooral bij u zelf blijft.

Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)