Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

BLZ. 2 VLUCHT NAAR BERLIJN

Mijn ziel huist in de loopgraven.
Ik moet weg uit de gevangenis die mijn leven heet.
Prop mijn tas vol zwarte kleren.
Plak grote rubber wielen en een, aan mijn 1.84 meter lengte aangepast handvat erop, sleep de kar-tas en mezelf de deur uit, loop langs de bank, haal al mijn geld er af, koop een trein kaartje en reis naar Berlijn.
Op straat voor het enorme glazen station vraag ik naar het kleur-rijkste pension van Berlijn.
De meeste mensen die ik aanklamp weten niet wat ik bedoel.

Na een kwartier voelen mijn schouders zwaar en is de moed aan het verdwijnen.
Dan word ik benaderd door een straatveger.
Hij heeft me al een tijdje gade geslagen zonder dat zijn rustige ritme van geveeg met zo'n ouderwetse wilgentakken heksen bezem op is gehouden de straat te aaien.
In perfect engels wijst hij me de weg naar de ‘Nicest place in town.'

Ik wurm me door de menigte , vind na een paar keer de weg vragen, de plek en open de grote zware dikke deur.
Ik schrijf me in bij de balie in de knalrode hoge hal met palm op de bar en kies voor de hoogste en lichtste kamer. De dunne man met een bleek doch uiterst vriendelijk gezicht geeft me een ouderwetse vulpen, zo'n dikke met bol heft. Ik mag mijn eigen naam en adres invullen. Daar waar ik vandaan kom.

Ik laat een inktvlek in het dikke boek achter, blaas haar droog en zeg glimlachend:

'My life is also a spot.'

De bleke man kijkt naar de vlek en zegt met een heerlijk vrouwelijk flikker accent:

'Mine too!'

Hij knippert een paar keer met zijn ogen.

Ik knipper terug en geef em een kusje in de lucht weg.
De pension houdster wenkt me en gaat me voor op een glimmende krakende ronddraaiende donkerbruine trap , mompelt bijna onverstaanbaar Duitse en Nederlandse woorden door elkaar. Ze is een jaar of zestig, klein van postuur en vervoerd zichzelf in een spijkerpak uit de jaren zestig.

Ik vraag me af hoe ze dat voor elkaar heeft gekregen om de kleding zo lang goed te houden.

In haar hand lijkt een sigaret te zijn vast gemetseld.
Een enkele keer neemt ze haar hand bij de mond gevolgd door een diepe teug en blaast de rook hoorbaar door de fel gekleurde gangen van haar territorium.
In haar andere hand heeft ze een grote sleutel vast die als een verdwaalde wichelroede zijn weg vind.
Ze steekt , met sigaret schuin in de mondhoek ,de sleutel in het sleutelgat van een grote donkerbruine met was opgepoetste deur, draait er twee keer aan, zwiept de deur open en zegt met een trots blinkende stem:
‘Et voila Madam, das schonste vieuw from the house.'
Haar bruin berookte vingers wijzen trillend naar de grote ramen.
Een enorme horizon van daken , kerktorens, flatgebouwen en een paar bruggen met daarachter een grijsblauwe lucht en rookpluimen van industrie pijpen lachen me in al haar schoonheid tegemoet.
‘My name is Dolorus, madam ', zegt de vrouw in het spijkergoed.

'But they call me Dol.'
Ze lacht zonder geluid en loopt naar een deur met glas waar zich een balkon achter bevind, opent deze en zegt:
‘Look!'
Ze wijst naar een plek recht vooruit achter wat rode en grijs zilveren daken.
‘There behind those threes you'll find a great park, where you can meet other people.'
Ik tuur langs haar hand, ruik de wind van de stad en voel me even intens gelukkig.

Schrijver: Isis Nedloni, 24 nov. 2007


Geplaatst in de categorie: overig

0,0 met 2 stemmen 114



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)