Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

Oorgetuige

De dag na onze aankomst in Palma de Mallorca, waar we voor twee weken een zeilboot hebben gehuurd, besluiten we ‘s ochtends rond de klok van tienen te vertrekken. De zon schijnt zoals ie dat alleen in deze contreien lijkt te kunnen doen en er staat, zoals de Engelsen het zo treffend kunnen uitdrukken, “a gentle breeze”. Zonder het minste hartzeer nemen we zachtjes motorrend afscheid van de peperdure jachthaven, die wordt gedomineerd door een gigantische vloot van afgemeerd liggende mega-jachten, die door een legertje van door ledigheid gekwelde bemanningen vaarklaar gehouden wordt, voor vaak volledig onzichtbare eigenaren.

Zodra we het havenhoofd van Palma achter ons hebben gelaten gaan de zeilen omhoog en varen we in de richting van het ongeveer 27 mijl verderop gelegen Isla de Cabrera, waar we in de aan de oostkust van het eiland gelegen Cala de Olla de nacht achter ons anker willen doorbrengen. We zijn er een paar jaar geleden ook al eens geweest en brachten er toen als enige zeilboot een zalige nacht door. De pilot voor Spanje en de Balearen van Klaus Peters, geeft als bizonderheid aan, dat het eiland militair bezit is en dat het niet betreden mag worden. Waarvan akte.

‘s Middags zien we, net als we in de kuip een boterhammetje zitten te eten, in de verte over bakboord, de rugvinnen van een bescheiden schooltje dolfijnen. Ze trekken voorbij zonder zich van onze aanwezigheid ook maar iets aan te trekken. Als we ‘s middags rond vier uur in de luwte van het onbewoonde Isla de Conejera terechtkomen, gaan we gemotoriseerd verder, tot we rond zes uur het anker neerlaten in het super heldere water van die onvolprezen Cala de Olla. Weer zijn we het enige vaartuig in die door de tijd onaangeroerd gelaten baai. Met een snorkel en duikbril op controleer ik de schroef en het onderwaterschip. Het anker ligt, niet ingegraven, op de zilverkleurige zandbodem. Als het mocht gaan waaien, dan graaft het zichzelf wel in. Ik heb genoeg ankerketting gestoken en we liggen ver genoeg van de kant om problemen te voorkomen.

Na een eenvoudige, maar heerlijke maaltijd genieten we in de kuip van de relatieve stilte, tot in de opening van de baai een zeilboot verschijnt. Het is praktisch windstil geworden en onze boot draait loom boven haar anker. Op een goeie honderd meter bij ons vandaan laat de schipper vanaf het voordek een anker neer. In de kuip staat een schaars geklede, erg bruine stuurvrouw. Op het armgebaar van de man op het voordek zet zij de motor in zijn achteruit. Waarschijnlijk om het anker in te graven. Door het schroefeffect en de hoeveelheid ketting die de man kennelijk heeft gestoken, komt de boot een aardig eind onze kant uit. Binnen gezichtafstand gaat het gas eraf en groeten we elkaar. Tussen de man op het voordek en de vrouw in de kuip gaapt een gat van een fors aantal jaren. Het zijn Duitsers. We horen het aan wàt ze zeggen en hoé ze wat zeggen.

Nadat de motor is uitgezet, drijft de boot langzaam bij ons vandaan en keert de rust terug in de baai. In de kuip genieten we zalig niets doend, tot we om kwart voor elf naar ons gevoel genoeg genoten hebben en we het tijd vinden om onze kooi op te zoeken. Dat wil zeggen, mijn vrouw de kooi in de achterkajuit en ik, vanwege de benauwende warmte, het ligkussen op de bakboordbank in de kuip. Onder een laken liggend, laat ik het duister van de nacht bezit nemen van m'n lichaam en m'n geest en in tijd van een zucht ben ik vertrokken.

Tot ... ?
Hoe laat het is weet ik niet, maar ik word wakker van opgewonden stemmen. M'n eerste indruk is, maar dat komt omdat de co-ordinatie van mijn geest niet gelijk optimaal is, dat een man en een vrouw een ferme woordenwisseling hebben. Dit blijkt al heeel gauw heeel erg onjuist, want het zijn geen woorden die ze wisselen, maar geluiden. Geluiden? Jawel, geluiden! En meer in het bijzonder die geluiden, die horen bij zo'n zelfde soort spel als waaruit, als het goed is, U en ik zijn voortgekomen. Terstond ben ik klaarwakker en ben ik, ongevraagd, getuige van een almaar krachtiger wordend kretenspel, dat afkomstig blijkt van de andere zeilboot, waarop het Duitse koppel zo te horen, stevig aan het copuleren is. Het lijkt bij God wel een geluidsopname voor de één of andere sex-film. In een steeds sneller en heftiger mars-tempo ontpopt zich een niet erg diepgaand vraag- en antwoordspel, waarvan ik om piëteitsredenen alleen het slot zal citeren:

Zij: "Oooh?"
Hij: "Jaaa!"
Zij: "Ooohho?"
Hij: "Jaaaaaah!"
Zij: "Oh ... ?
Hij: "Jaaaaaaaaah!"
Zij: "Ohwoooo?"
Hij: "Jaaaaaaaahhhaaahhhhhh!"

Deze laatste kreet, die de serene, alom in de baai heersende stilte verscheurt, geeft héél erg luid en héél erg duidelijk aan, dat het minnespel zijn climax heeft bereikt waarna het geluid in het donker van de nacht geleidelijk aan oplost.

Klaar wakker zit ik overeind.
Schuin links van mij zie ik op de andere zeilboot een lichtje branden.
Boven mij is één van de mooist denkbare hemelschilderingen te zien.
Een koel briesje glijdt mysterieus als een verliefde ademtocht langs m’n gezicht.
Dan gaat niet veel later op de andere boot het lichtje uit.
Onwillekeurig moet ik glimlachen.

Schrijver: Hans Uil, 10 jan. 2008


Geplaatst in de categorie: erotiek

1,3 met 49 stemmen 4.279



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)