Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

De Dame zonder man

Heel lang geleden, was er een Dame die veel van kindertjes hield.
Natuurlijk vraag jij jezelf af,waarom neemt deze Dame dan zelf geen kindertjes en dat is waar het verhaal begint.
De Dame had alles om gelukkig te zijn, geld, bediendes, een kasteel met een mooie tuin.
Alles om gelukkig te zijn, maar wat zij niet had, was een man.
Zo mooi en rijk en dan geen man die van je houdt, hoe kan dat nu.
Dat kan ga ik je nu vertellen.

De mooie Dame - Roos genaamd - leefde in de tijd 1854. En in die tijd ging het er heel anders aan toe als de dag van vandaag.
Haar moeder was bij haar geboorte overleden en haar vader, een rijke scheepsbouwer, kon dat niet verkroppen.
Onbewust gaf hij de schuld aan zijn dochter, die steeds meer op zijn vrouw begon te lijken.
Daarom was hij nooit lief tegen zijn dochter.
Toen zij 20 lentes oud was is ook haar vader overleden en zo stond Roos alleen in de wereld.
Nu was zij al 33 jaar en nog steeds alleen, in die tijd was geld niet voldoende om je in hogere kringen te begeven.

Dan moest je minimaal van hoge afkomst zijn 'van Adel' en dat was zij niet.
Ze leefde ook nog eens teruggetrokken.
Maar haar verlangen naar kinderen was zo groot, dat ze van alles aan het verzinnen was om toch maar aan een man te komen.
In haar dromen zag zij altijd een knappe jongeman, die op haar verliefd was en wel acht kinderen kreeg.
Maar dromen zijn bedrog, en ze begon heel hard te huilen.
Zo hard dat een klein mannetje met een knapzak bij zich het hoorde.

He, wat is dat dacht het mannetje, wie huilt daar zo hard en het mannetje liep op het geluid af en kwam bij het kasteel aan.
Waarom huilt iemand nu zo als je zo mooi woont, dacht het mannetje nog die Bram werd genoemd.
Bram trok vastbesloten zijn stoute schoenen aan en liep de trap op naar de deur van het kasteel.
Rinkeldekinkel, ringkeldekinkel zo klonk de bel waar Bram aan trok.
Het huilen hield gelijk op. De grote zware deur werd open gedaan.
En er stond een lakei voor de deur: “Ja Meneer, wat kan ik voor U doen".
Ja, daar stond Brammetje dan, maar daar had hij nog niet over na gedacht.
Nou zei Bram ik hoorde iemand zo hard huilen, dat ik dacht dat iemand hulp nodig had.

De deftige lakei riep zijn Meesteres. ‘Jufrouw Roos, er is hier iemand die u wil spreken”.
Meteen kwam Roos naar de deur toe en keek vol belangstelling naar onze Bram. “Dag meneer wat kan ik voor u doen”, vroeg Roos.
Ja, zei Bram, weet U: ik wandelde net in het bos en ik hoorde iemand huilen.
Och, zei Roos, dat was ik, maar komt u verder en wilt u mij gezelschap houden bij het avondeten.
Dat liet Bram zich geen 2 keer zeggen en hij stapte achter Roos het mooie kasteel binnen.
Tijdens het eten vroeg Bram aan Roos: ”waarom heeft een mooie vrouw zoals u zo'n groot verdriet?”.

En Roos begint te vertellen, met zo veel overtuiging, dat Bram meteen doorkreeg dat zij dit echt meende.
Toen Roos uitverteld was, zei Bram tot haar: ”waarom neemt u mij niet als man?”.
Roos kijkt naar het kleine mannetje, dat niet in de verste verte op haar droomprins leek.
Maar wat maakt het uit, dacht Roos, dromen zijn toch maar bedrog, niet wetende dat Bram eigenlijk een betoverde Prins was.
Ze zei tegen Bram: “U kunt hier vannacht blijven slapen en morgen geef ik mijn antwoord”.

En zo ging iedereen naar bed. Het personeel bracht Bram naar zijn slaapvertrek. Hij opende zijn knapzak en daar sprong een kikker uit. “Hallo mijn lieve kikker” zei Bram.
En de kikker sprak terug. ”Als deze mooie Dame met u wilt trouwen morgen, dan zal u weer in een prins veranderen”.
Maar zij mag dit niet weten, zij zal zo met u moeten trouwen.
Bram vond alles best want hij was moe van de lange wandeling. Hij gaf gauw de kikker nog wat te eten en ging snel slapen.

Bij onze Roos wou de slaap niet zo snel komen, en ze dacht na over de woorden van Bram.
Ze nam zich voor om met hem te trouwen, want hij was toch heel lief en aardig voor haar.
Zo viel ze in slaap en ze droomde weer van haar knappe man met haar acht kindertjes.

De volgende ochtend aan het ontbijt zei Roos: ”Het is goed, ik wil met u trouwen op één voorwaarde, en dat is dat u altijd voor onze kindertjes zal blijven zorgen en van ze zal houden".
Want Roos moest aan haar eigen jeugd denken.
'Maar natuurlijk zal ik dat ten alle tijden doen' en Bram ging op zijn knieën zitten voor Roos om haar hand te vragen.

Roos antwoordde "Ja" en op dat moment gebeurde er iets heel wonderlijks.
Er kwamen allemaal fonkelende lichtjes en zie wat er gebeurde.
Ineens staat waar eerst Bram stond een hel mooie man, die er hetzelfde uitzag als in Roos haar dromen.

Mag ik mij even voorstellen zo sprak de man. ”Mijn naam is Prins Wijnman en ik was betoverd door een gemene heks”.
En de betovering zou alleen breken als ik zou trouwen met een mooie vrouw, die van niets wist.
Roos is dolgelukkig en omhelst de Prins en zij kussen elkaar.
Ze trouwden en samen kregen zij acht kindertjes en waren dolgelukkig met elkaar.

Zo was Roos haar droom toch nog uitgekomen en in de vijver voor het kasteel woont nu al jaren een kikkerfamilie, hoe zou dat toch komen.
Maar wat maakt het uit; er was al lang niet zo veel plezier op het kasteel geweest als nu, en het zou nog jaren door gaan.

Schrijver: E van Dam, 30 apr. 2008


Geplaatst in de categorie: algemeen

2,8 met 4 stemmen 254



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)