Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

ANGST

De laatste tijd leek niets meer zeker.
Thuis draaide alles om mijn 5 jaar jongere zus Kelly en mijn middelbare school voelde nog als het dragen van te ruime kleren. Die school was oud en kil, mijn klasgenoten onbekend. Leerlingen uit de hogere klassen keken op ons neer, soms rookten ze of dronken stiekem in de pauze een biertje. Ik hoorde bij niemand meer.

's Morgens moest ik Kelly helpen oversteken, 's middags moest ik haar voorlezen en soms moest ik 's avonds op haar passen. Daar was ik de oudste voor.
Een avond hoorde ik in de keuken mijn moeder iets fluisteren in mijn vaders
oor: 'die killer heeft weer toegeslagen, maar ze weten nu dat het een grote vent is met een baard. Misschien hoor jij vanavond meer op de buurtvergadering'.

Mijn vader knikte en beiden keken schuin naar mij. Ik vroeg niets. Ik zou toch wel weer zwijgen tegen Kelly, omdat zij anders niet slapen kon. Ik was immers de oudste. Niemand sprak trouwens openlijk over die gewelddadige inbreker, die de stad al maanden in zijn greep hield.

Mijn moeder legde een grote schep zwarte bramen over het ijs en Kelly kwam juichend de keuken in: 'Ah, als ik zeven word, wil ik ook zo'n toetje'.
'Als jij jarig bent', zei ik belerend, 'is de bramentijd voorbij, dan zijn er paddestoelen'. Ze stak haar tong uit: 'bah, ijs met paddestoelen'.

Het was begin september, de matige zomer ging ongemerkt over in een vroege herfst. Buiten gierde soms de wind om de hoeken. De stad lag er verwond bij.
Er was een oude wijk afgebroken en overal dreunde het van de bedrijvigheid.
Ook hier stond iets onbekends te gebeuren.

Als ik vanuit school naar huis fietste, voelde ik me verloren. Mijn hele leven leek ineens een kruispunt van onbekende wegen.

Meestal had ze haar eigen ritueel bij het slapen gaan, maar deze avond draalde Kelly. In nachtjapon was ze op een stoel voor het slaapkamerraam geklommen en tuurde ze over de gesloopte buurt, waar de hele zomer een woest uitziende man zijn hond had getraind.
'Daphne', zei ze langzaam toen ik ook naar bed wilde, 'denk jij dat de wereld vergaat, nu alles kapot is?'
Ik bleef steken in mijn trui: 'welnee, hoe kom je daar bij! Je had al lang moeten slapen'. Met tegenzin kwam ze van de stoel af: 'de soldaat en de hond zijn weg'. Dat 'soldaat' doelde op de commandotoon, die ze vaak gehoord had.

We kenden hem niet, maar de enige keer dat we hem tegenkwamen, dook Kelly weg in haar capuchon. Zij herinnerde zich zijn bezoek aan onze deur, vlak voor Kerst, met de vraag of wij haas lustten.
'Hij hield het beest bij zijn oren en er lekte bloed op de stoep', vertelde ze, nadat ik was thuisgekomen van een verjaarsfeestje, met een liedje in mijn hoofd: 'Riders on the storm'. Die donkere stem van een jongen op het feest, die zong: 'there 's a killer on the road', leek achteraf wel een waarschuwing.

Kelly was op de rand van haar bed gaan zitten en schoof met haar sokken over het zeil: 'Daphne', begon ze weer, 'pappa is weg, mamma is nu alleen thuis'.
'Nou en. Dat is ze overdag toch ook als pappa naar zijn werk is. Ga slapen Kelly'.

Maar ze zuchtte en maakte geen aanstalten. Haar grote ogen glansden in de schemering. Boven haar hingen plaatjes van de Beatles. Ze volgde mijn blik: 'vind jij die ook zo leu..?
Haar laatste woord ging verloren in een zware dreun.
Kelly was het eerst bij de slaapkamerdeur. Zonder geluid knielden wij bij het trappengat om in de hal te kunnen turen.

De eerste dreun was op het raam, de tweede op de voordeur. Daarna klonken moeders voetstappen. Ze opende de voordeur zonder te aarzelen.
We konden de bezoeker niet zien, wel horen. Ik herkende de opvallend grote schoen, die een slagschaduw op de zijmuur wierp. Ik verbeeldde me dat hij een vrouw meesleurde, terwijl haar bloed over de stoep gutste. Over mijn moeder heen, die nu elk moment zou gaan gillen.
Wat moesten wij dan doen, toesnellen of wegkruipen?

Weer die bariton: 'hou je deur op slot wijfie. Ik zag je man wegrije en een mens ken niet wete vandaog de dag. Je mag me hond wel effe lenen, die vliegt um zo naar de strot'.
'Heel aardig van u meneer', hoorde ik mijn moeder zeggen, 'maar dat hoeft niet. Ik zal het huis goed afsluiten. Bedankt.'
We hoorden de deur weer dichtvallen, een sleutel omdraaien en metalen schuifjes klikken.

Daarna liep mijn moeder terug naar de huiskamer zonder een blik naar boven te richten. Rillend kwamen wij overeind en slopen terug naar onze bedden.
Daar schoof Kelly eindelijk onder haar dekbed en opende haar gebruikelijke contact met de hemel: 'lieve God, de soldaat is griezelig en lelijk, maar ik denk toch dat hij niet die gemene inbreker is hoor, amen'.
Ik zag het blonde haar een paar maal heen en weer schuiven over het kussen en hoorde tenslotte haar regelmatige ademhaling.
Alleen een stormwind verbrak de stilte.

Schrijver: Catharina Boer, 17 okt. 2008


Geplaatst in de categorie: kinderen

3,3 met 3 stemmen 588



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)