Inloggen
voeg je verhaal toe

tabblad: verhalen

< vorige | alles | volgende >

verhaal (nr. 2861):

Het bruggetje

Er staat een klein huisje bij een piepklein bruggetje. Een bruggetje van maar twee meter lang. Als er een boot onderdoor wil dan moeten eerst de hefbomen naar beneden en dan gaat het bruggetje omhoog. Dat gebeurt nog helemaal met de hand. Dan loopt Mijke naar de hefbomen en kijkt eerst, of er ook verkeer aan komt. Die hefbomen zijn wel zwaar hoor. Mijke is nog maar 8 jaar. Ze heeft goudblond haar ingevlochten tot twee vlechtjes. Als de bomen omlaag zijn, loopt ze naar de draaihendel en dan draait ze met een grote slinger de brug omhoog. Er hangt een bordje aan de waterkant. Daar staat op, dat de brug gesloten is als Mijke naar school gaat. Als de brug helemaal open staat, zet ze het licht op groen en pakt ze een hengeltje met daaraan een klompje. Daar mogen de mensen van de boten bruggengeld in doen. Mijke groet dan vriendelijk en zwaait de mensen op de boot uit. En als de boot erdoor is laat ze de brug weer zakken en doet ze de hefbomen weer omhoog. Je zult wel denken waar is dan die brug?

Nou, die brug ligt aan een klein watertje tussen Pingjum en Pongjum. Ze noemen het de Pingjummervaart. Een paar keer per week komt er een boot, die van Pingjum naar Pongjum vaart. Of natuurlijk van Pongjum naar Pingjum.

De weg welke over de brug loopt, gaat van Kimswerd naar Komswerd. Het is er bijna altijd rustig. Het weggetje is zo smal dat je er net met twee fietsen langs elkaar kunt.

Op maandag na school komt Bouwe met zijn mooie rode roeiboot aangevaren. Hij woont in Pongjum en gaat dan bij zijn oma en opa op bezoek in Pingjum. Voor hij bij de brug aan komt, blaast hij op zijn hoorn, tooooeeeeet, toooeeet, tooeet! Drie keer blazen, als je door de brug wil. Dan komt Mijke uit haar huisje en doet de brug voor hem open. Bouwe doet een kwartje in het klompje en groet Mijke. Mijke zit bij hem in de klas. Ze fietsen altijd samen. En de school waar ze naar toe gaan staat is in Kimswerd. Dus fietst hij van Pongjum naar Kimswerd. Onderweg haalt hij Mijke langs die tussen Kimswerd en Komswerd woont. En natuurlijk bij de brug die tussen Pingjum en Pongjum ligt.

Op een avond in december zit Mijke voor het raam te lezen. Het is een boekje van school. Ineens hoort ze drie maal fluiten. Wat is dat nou, het is al donker buiten. Wie wil er nu nog door de brug, op dit uur?

Als ze buiten komt ziet ze een stoomboot liggen, met aan dek allemaal Pieten. Het is een pakjesboot. En de Pieten willen graag naar de kinderen van Pongjum. Ze zijn al in Pingjum geweest.

‘En hoe gaan jullie dan naar Kimswerd en Komswerd?’, vraagt Mijke. ‘Daar wonen ook kinderen, hoor.’
‘Dat weten we’, zegt de Opperpiet. ‘Maar als je even wacht, dan kun je het zelf zien’, zegt hij geheimzinnig.

Mijke laat de stoomboot door de brug en de Pieten doen een grote handvol pepernoten in het klompje. Mijke zwaait de Pieten na tot ze uit zicht zijn, ‘daaag’!

Hoe komen ze nu bij de kinderen van Kimswerd en Komswerd? vraagt ze zich zelf af.

Net als ze weer in huis wil gaan, het is namelijk erg koud buiten, hoort ze iets of iemand aankomen. Klopperde klop, klopperde klop. Het lijkt wel een paard. Waar komt het vandaan?

Het geluid wordt steeds duidelijker. Ja, het komt uit de richting van Komswerd. Dankzij de lantaren aan de paal bij de hefbomen kan Mijke zien wie eraan komt. Jeetje, zegt ze. Het is Sinterklaas, op zijn paard.

‘Dag Mijke, zegt hij en geeft haar een hand. Het is koud meisje, ik zou maar snel naar binnen gaan.’

‘Komt u dan ook even binnen, in mijn huisje? En laat u uw paardje dan buiten staan?’ vraagt ze. ‘Ik heb warme chocolademelk. En de pepernoten heb ik van de Pieten die hier langs voeren.

‘Ach, zegt de Sint, zijn ze hier al voorbij. Dat is mooi, dan kan ik straks in Dongjum weer aan boord stappen. Of was het nu, Dingjum’?

De Sint stapte van zijn paard en Mijke deed een grote winterwortel in het klompje die de schimmel heerlijk opat.

‘Heerlijk meisje, zo’n warm kopje chocomel. Daar knapt een bisschop van op. Dan ga ik er maar weer eens vandoor. Er zijn nog veel kinderen die op mij wachten.’

En hij geeft Mijke een mooi gekleurd pak.

‘Alsjeblieft, voor jou voor mijn verjaardag’, zegt hij.

‘Nou dank u wel Sinterklaas, wat een groot pak zeg. Ik ga het straks uitpakken als ik u heb uitgezwaaid.’

En de Sint verdween weer in het donker in de richting van Kimswerd. Als u op de hoek voor Kimswerd links afslaat komt u in Dingjum, daar kunt u weer op de stoomboot stappen, als de Pieten door Pongjum heen zijn komen ze op de Dongjummervaart.

‘En komt u ook langs Dingjum’, had Mijke gezegd. ‘Een klein dorpje tussen Tjum en Tjom’.
‘Verwarrend is het wel hé’, dat Friese platte land.
Toen ging Mijke weer binnen. Ze maakte haar pak open en was dolblij met de inhoud. Weet je wat er in zat? Een hele lange warme sjaal van wel twee meter en dikke handschoenen met vingers. Dat is handig met het draaien van de brug.

Hoe wist Sinterklaas dat ze dat zo graag wilde hebben? Ze begreep er niets van. Ze maakte er echt een feestje van met pepernoten en chocolademelk.
Daar bij het bruggetje aan het watertje van Pingjum naar Pongjum. In het huisje van Mijke aan de weg van Kimswerd naar .…….Komswerd.

Zie je wel dat je het snapt?

Schrijver: Fokke Kuipers, 18 nov. 2008


Geplaatst in de categorie: sinterklaas

3,5 met 2 stemmen 258



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)