Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

Potjedommele

Het is op zaterdagochtend druk bij de bank. Voor de balie staat een rij wachtende klanten en ook bij de geldautomaten duurt het even tot het uitgespuugde geld in hebberige handen kan verdwijnen. Voor de deur stopt een taxi. Een oude dame stapt moeizaam uit en schuifelt naar binnen. In haar handen klemt ze een boterhamzakje met wat muntgeld. Vanachter haar bril zoeken priemende ogen naar de geldstortautomaat. Het hypermoderne apparaat maakt een vijandige indruk alsof het wil zeggen “verboden voor bejaarden.” De vrouw buigt zich voorover en bekijkt het apparaat aan alle kanten. Ze betast de toetsen met haar rimpelige handen en leest de instructies. Maar die zijn alleen te begrijpen door klanten die dagelijks in het virtuele leven vertoeven, niet voor oudjes die nog handgemalen koffie zetten.
“Potjedommele,” mompelt het vrouwtje.

Ze kijkt hulpeloos om zich heen. Niemand lijkt haar op te merken. Dan sluit ze aan bij de rij voor de balie, het muntzakje krampachtig vasthoudend. Als ze eindelijk aan de beurt is doen haar benen pijn van het staan.
“Kunt U me even helpen?” vraagt ze aan de baliemedewerkster en houdt het zakje met geld omhoog.
“Nee, mevrouw, daar hebben wij geen tijd voor, U ziet toch hoe druk het is,” klinkt het knorrige antwoord.
“Maar…potjedommele.”
“Nee, U kunt een andere keer terugkomen! Wie is er aan de beurt?” De medewerkster kijkt al langs haar heen naar de volgende klant. Teleurgesteld draait de oude dame zich om en botst tegen een dikke man die ongeduldig staat te dringen. Ze verliest haar evenwicht en kan zich nog net vastgrijpen aan een stoel. Het plastic zakje scheurt open, de muntjes rollen speels over de vloer. Een twee euro munt achtervolgt een vijftig cent munt, de vijf cent munten besluiten een andere kant op te gaan. En waar geld rolt daar worden de mensen wakker. De bejaarde dame staat ineens in het middelpunt van de belangstelling. Ze krijgt meewarige blikken richting haar sjofele jas, haar schoenen met steunzolen en de grijze krullen. Een vrouw met een groene glans in haar haren neemt het voortouw.
“Zal ik U even helpen met oprapen?” Ze kruipt over de grond op zoek naar muntjes. Een man met een directeursuiterlijk in een blauw pak besluit ook door de knieën te gaan. Al snel is een hele groep mensen laag bij de gronds bezig om het ronddolende geld te verzamelen. Iemand haalt een bekertje koffie voor de oude dame. Dan verschijnt de vrouw met het groene haar, haar handen vol munten.
“Zal ik het terug in het zakje doen?”
“Nee, ik moet het eerst natellen.” Verbijsterd kijken de mensen hoe het oudje zorgvuldig, muntje voor muntje, haar geld begint te tellen. Meer dan vijf euro kan het niet zijn.
“Het klopt,” mompelt ze tevreden, “potjedommele.” De medelijdende blikken blijven aanhouden. Een jongen in een leren jack haalt een tien euro biljet tevoorschijn en geeft het aan de vrouw die hem aan zijn oma doet denken. Anderen willen niet achterblijven en grijpen ook naar hun portemonnee. Een briefje van vijf, nog een briefje van tien en zelfs een briefje van twintig euro belanden in de trillende handen van de oude vrouw. Ze zegt niets en kijkt een beetje stil voor zich uit.
“Zal ik U even helpen met het geld te storten?” vraagt het mens met het groene haar. Ze begeleidt de dame naar de geldmachine. Er klinkt gerammel en de machine slikt de muntjes in die zwaar op de nuchtere maag vallen. De biljetten zijn wat lichter verteerbaar.
“Zo,” lacht de groene vrouw, “dat zit er in.”

De oude dame sloft terug naar de wachtende taxi. De andere klanten gaan weer over tot de orde van de dag, al wordt er hier en daar nog wat gefluisterd over de nijpende armoede onder bejaarden. Groot is dan ook de verbazing als de dame terugkeert en een grote stewardessenkoffer op wieltjes achter zich aan sleept.
“Wil iemand me helpen?” vraagt ze met krakende stem. De groene vrouw biedt zich weer aan. Onder vele nieuwsgierige blikken ritst de bejaarde vrouw de koffer open. Deze zit bomvol met bundels bankbiljetten van vijfhonderd euro. Het haar van de groene vrouw wordt nog groener. De ogen van de omstanders puilen uit hun kassen. Er valt een doodse stilte die heel even verbroken wordt door de jongen in het leren jack die roept dat hij zijn tientje terug wil. Een beveiligingsbeambte wringt zich tussen de mensen door.
“Dat is wel heel veel geld mevrouw, dat moet ik even controleren,” zegt hij met barse stem.
“Ga Uw gang, meneer.” De man grijpt naar de koffer en graait wellustig in de biljetten alsof hij een blote vrouw betast. Het zweet staat op zijn voorhoofd, zijn ademhaling versnelt. Dan verstart zijn blik.
“Mevrouw, dit geld is vals, dat zie ik zo, het is nog valser dan Monopoly geld!” Er klinken enkele geschrokken kreten.
“Potjedommele,” trilt de stem van de oude vrouw, “nu begrijp ik waarom mijn man zaliger altijd zei dat ik nooit met iemand de koffer in moest duiken!”

Schrijver: Shalimar, 17 jan. 2009


Geplaatst in de categorie: humor

0,3 met 6 stemmen 362



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)