Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

Waar was je?

Vorig jaar trad Wijnand Duyvendak af als lid van de Tweede Kamer. Achterhaald door zijn verleden als milieuactivist. Minister Cramer van VROM verantwoordde zich kort daarna voor het parlement over een handtekening die ze jaren geleden had gezet. Je kon zien dat ze het ervoer als een hinderlijke onderbreking van haar werk.
Het debat werd in de media voortgezet. Ik las een oproep tot een nationale verantwoording over het activisme van de jaren tachtig. Wat deed je als milieuactivist – kraker – derde wereldverbeteraar?

Gek genoeg betrok ik deze oproep eerst niet op mezelf. Ik was geen kraker en ook geen inbreker bij ministeries. Een gesprek met een collega bij het koffieapparaat zette mij aan het denken. Hij kon haarfijn uitleggen waar hij was in die dagen en wat hij deed. Ik niet. Tijd voor zelfreflectie. Was er in die tijd sprake van twee werelden – een wereld van de activisten en een wereld van de doorsnee burgers, die wel commentaar hadden maar de gebeurtenissen verder van zich af lieten glijden?

Mijn conclusie is dat het activisme in die jaren tot in vele lagen van de samenleving was doorgedrongen – zelfs tot in de meest vreedzame als een kleine liturgiegemeenschap in de binnenstad van Amsterdam.

Begin jaren tachtig was ik een regelmatige bezoeker van de H.Nicolaaskerk binnen de Veste van Amsterdam. Een imposant gebouw tegenover het Centraal Station. Deze kerk stond enkele jaren leeg omdat de meeste parochianen waren vertrokken naar tuinsteden als Purmerend en Lelystad.

Leegstand was natuurlijk een grote zonde en de kerk werd, zoals het in die tijd hoorde, min of meer gekraakt. De krakers waren een uitgetreden priester en een gepensioneerde Franciscaan. Temidden van de drukte van de Amsterdamse binnenstad, tussen de junks, hoeren en zwervers, openden zij de kerkdeuren voor een liturgie die was gebaseerd op stilte, bezinning en contemplatie.
Ik voelde me er thuis want het was anders, mooi en ook niet helemaal volgens de officiële kerk.

De kleine gemeenschap trok verschillende soorten mensen aan. Zoekers, die in die kerk een vrijplaats zochten om te experimenteren met liturgische vormen - oud-parochianen die blij waren dat ze weer naar hun kerk konden gaan – kunstenaars, aangetrokken door de verzorgde liturgie en theologiestudenten die hun kennis in de praktijk konden brengen in liturgiecommissies.

Gebaren waren tijdens de diensten heel belangrijk. Een buiging was een diepe buiging. Elkaar de vrede wensen leidde tot innige zoenpartijen, zowel op het altaar als in de banken. Voor het wierroken was de lekkerst ruikende en de sterkst rokende soort ingekocht. Harry, gekleed in een monnikspij, had zichzelf opgewerkt als officiële bewieroker en deed dat vol verve.

Geheel in overeenstemming met de tijdgeest was er geen centraal gezag. Elke zondag was daardoor spannend want welke liturgische noviteit werd nu weer ingevoerd?

Harry spande daarin de kroon. Op een zondagochtend stond hij bij de ingang van de kerk. Een ieder die naar binnenging werd welkom geheten onder het toezwaaien van een wolkje wierrook. Dit was nieuw. Wie had dit bedacht?
Harry keek je ernstig aan. Je wist niet of je nu moest buigen, vriendelijk knikken, gewoon goede morgen zeggen of de rook wegwuiven en op zoek gaan naar een zitplaats.

Harry had er die dag zin in. Tijdens het eucharistisch gebed had hij de kerk nauwgezet bewierookt. Plotseling stapte hij van het altaar af, liep door het middenpad, de zijbeuken in terwijl hij ondertussen alle gelovigen links en rechts nogmaals bewierookte. Het was onmogelijk je buurman nog door het rookgordijn te herkennen. Een enkele gelovige verliet hevig hoestend het kerkgebouw.

In die tijd was er in deze gemeenschap al een richtingenstrijd gaande tussen gelovigen die helemaal los wilden van het bisschoppelijk gezag en gelovigen die wel in die traditie wilden blijven staan. De eersten wilden het kraken nog eens overdoen en de Nicolaas ombouwen tot een meditatietempel. De traditionelen wonnen en daarmee begon de uittocht van de experimentelen. Harry leverde zijn monnikspij ook in.

Intussen had de Nicolaas echte krakers als buren gekregen. Een nieuw pand naast de kerk stond leeg en dat was een maatschappelijke schande. Een handvol krakers woonde nu in luxe appartementen en droegen zo bij aan de maatschappelijke discussie over de woningnood.
De rechter was het niet met deze actie eens en vorderde ontruiming.

Op een middag in augustus begon de ontruiming. Het gebied werd afgezet. Een kraanwagen reed voor en een grote container werd langzaam op het dak gehesen. De vele omstanders keken vanaf de bruggen bij het Centraal Station vol verwachting toe. De container hing stil in de lucht, zakte langzaam op het dak en iedereen dacht dat nu een peloton ME’ers de container uit zou stormen en met harde hand zou toeslaan. Radio Stad was live in de lucht en berichtte dat er nu al sprake was van buitensporig veel geweld.

Langzaam zwaaiden de deuren open - en daar stapten Sinterklaas en Zwarte Piet goedmoedig naar buiten. Vanaf het dak zwaaiden ze naar alle omstanders. Achter hen volgden de ME’ers die met breekijzers een opening zochten in het dak om af te dalen in de appartementen.

De actie werd met veel gelach en applaus door de omstanders ontvangen. Echte Amsterdamse humor. Bedoeld om te de-escaleren, zo legde de Amsterdamse korpschef later uit. Een geintje.
De krakers zagen hier de humor niet van in. Dit was spotten met de ernst van de zaak. Kraken en ontruimen waren serieuze zaken waaraan bepaalde rituelen zijn verbonden. Hoe groter het pand – hoe heviger de rellen en daar past geen flauw geintje bij.

De krakers waren geen partij waren voor de ME. Hun ontsnapping was al even spectaculair als de intocht van de Sint. Ze forceerden een opening in de aangrenzende kelder van de Nicolaas en kropen zo de gewelven in van de kerk. De deken van Amsterdam was voor alle zekerheid naar de kerk gegaan en zijn verbazing was groot toen hij onder de kerkvloer gerommel hoorde.
Maar een kerk is een vrijplaats – zo werd dat min of meer uitgelegd in die tijd – en vanuit die traditie bood de deken de krakers een kopje koffie aan in een deftige vergaderzaal. Onder het portret van de bouwpastoor konden ze op verhaal komen terwijl voor de kerk de politie in alle hevigheid charges uitvoerde. Ongemerkt en met onbekende bestemming verdwenen de krakers later die middag de binnenstad weer in. Dat de politie niet blij was met het optreden van de deken mag duidelijk zijn.

Het activisme zat dus in alle vezels van de samenleving. Zelfs de Amsterdamse clerus ontkwam er niet aan- sterker nog: ze deed er aan mee. De waarde van (centraal) gezag en verdeling van verantwoordelijkheden moest opnieuw ontdekt worden. Platte organisaties bleken uiteindelijk niet te werken.

In de Nicolaas wordt nog steeds gekerkt. Het pand is mooi gerestaureerd en de diensten zijn verzorgd. Maar mensen als Harry zijn er niet meer.

Schrijver: Johan Gortworst, 8 mrt. 2009


Geplaatst in de categorie: maatschappij

5,0 met 3 stemmen 209



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)