Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

Tweede kans 1975

We rijden langs verkeersongelukken en hebben meelij met de slachtoffers maar tegelijk zijn we opgelucht dat wij er niet bij betrokken zijn. De kans dat ons iets ernstigs overkomt is klein, het overkomt altijd anderen. Tot we op een onverwacht moment met een onwezenlijk gevoel of erger in de berm staan als wijzelf deel uitmaken van zo’n drama.

Een paar dagen voor kerst om middernacht reed ik in gedachten verzonken naar huis. Ik had een bespreking gehad die in een ruzieachtige sfeer verliep en ik had misschien wel een glas wijn te veel dronken.
De weg van Broek in Waterland naar Monnikendam was zo goed als leeg en in die tijd dacht ik dat als omstandigheden het toelaten plankgas rijden normaal is.
Hoewel ik er elke dag langs kwam was de flauwe bocht voor Monnikendam deze keer aan mijn aandacht ontsnapt.

Ik schrok toen de wagen plotseling schokte en zich aan mijn controle ontrok; het rechter voorwiel was in de zachte berm beland. Het ging allemaal snel, ik corrigeerde naar links, raakte de rechter berm en corrigeerde naar rechts en kwam met een klap tot stilstand. Ik dacht in de rechter berm te zitten maar toen met oorverdovend lawaai water door de ventilatiegaten naar binnen werd geperst werd het duidelijk dat ik in het kanaal naast de weg lag.

De deur aan mijn kant zat door vervorming vast zodat ik er aan de andere kant uit moest en ontdekte dat ik vast in mijn stoel zat omdat ik de veiligheidsgordel nog om had. Het lukte mij de deur open te krijgen. Toen ik boven water kwam was de auto al in de diepte verdwenen. Ik zwom naar de kant en klauterde op de wal. Het wateroppervlak was weer rustig alsof er niets was gebeurd.

De drang de wagen zo snel mogelijk te verlaten vult de gedachtegang, er is geen ruimte voor andere gedachten; zelfs niet voor doodsangst. Het lijkt daarom voor een buitenstaander psychisch zwaarder dan dat het slachtoffer zelf ervaart.

Van wat ik dacht op dat moment herinner ik me weinig, die gedachten waren er niet er is geen tijd en ruimte voor het bewuste verstand. Ik weet nog vaag dat ik het licht en de radio heb uitgedaan en herinner mij de gedachteflits: ‘dit is niet best, hier praat ik me niet uit’. Onbewuste acties overheersen en wat we niet bewust doen kunnen we ons later weinig van herinneren.

Het ging om leven en dood en ik had meer angst en paniek verwacht. Angst ontwikkelt zich pas als er ruimte en tijd voor is. Bovendien is de adrenalinestoot een verdoving- en krachtopwekkend middel en de invloed van die glazen wijn weet ik ook niet.

Later realiseerde ik mij dat de evolutie ons automatisch door natuurlijke selectie zo heeft gemaakt omdat mensen die redelijk rustig blijven in zo’n geval overleven en hun overlevingsgenen doorgeven aan het nageslacht. Die in paniek raken of verstijven van angst overleven het niet en hun genen worden niet doorgegeven. De mensheid heeft collectieve ervaring in hoe te handelen in doodsnood en dit is in de genen van de soort geschreven.

De bewoners in het huis aan de overkant, geschrokken van de klap op het water en het plat rijden van verkeersborden, hebben de politie gebeld maar voor deze arriveerde stopte een auto die de moddersporen op de weg had gezien en mij op de walkant zag staan; hij heeft mij thuis gebracht. Toen de politie arriveerde was er niemand en dacht men dat nog minimaal de bestuurder in de auto moest zitten en werd een reddingsoperatie opgezet.

Thuis belde ik de politie in Monnikendam dat ik thuis zat; ze waren op dat moment naar mij aan het dreggen. De volgende ochtend meldde ik mij op het bureau waar ze er begrip voor hadden dat ik me thuis had laten brengen toen ik dat aanbod kreeg in verband met de natte kleding en de decemberkou, hoewel ik, waarschijnlijk door de adrenaline, helemaal geen kou gevoeld heb.

De agent vertelde dat er in die bocht vaker ongelukken gebeuren: men merkt de flauwe bocht te laat op. Ze hebben er niet zo lang daarna bomen geplant zodat in de koplampen de bocht door de bomen gemarkeerd wordt; ik weet niet wat het beste is, je vliegt minder snel uit die bocht maar gebeurt het wel dan had ik in mijn geval met mijn hoge snelheid de botsing met een boom niet overleefd.

Bij daglicht de volgende ochtend reconstrueerde men wat er gebeurd was. Zowel links als rechts van de weg waren verkeersborden vernield en de auto was daardoor zwaar beschadigd, moddersporen en de diepe gleuven in de berm vormden het spoor van de wagen. Het interieur was tevens beschadigd door de haak waarmee men naar mij gedregd had. Zelf had ik geen schram, zelfs geen verkoudheid achteraf en evenmin posttraumatische verschijnselen.

Elke keer als ik aan het ongeluk denk ben ik dankbaar dat mijn vrouw en zoon niet in de auto zaten. Dan ontstaat een veel complexere situatie. Bij die gedachte krijg ik het benauwd; dat zou je misschien getraumatiseerd kunnen noemen.

Het ongeluk is een ervaring die invloed heeft gehad op mijn leven. Mede door deze ervaring ontstond de overtuiging dat er ergere dingen zijn dan de dood, zoals het bewust wachten op de dood, of leven met veel pijn. Er is dan tijd en ruimte om angst te ontwikkelen. Als die tijd er niet is, we verrast worden, vallen we terug op ons instinct, op het oude zoogdierenbrein van onze verre voorouders en wordt het bewuste verstand overgeslagen.

Schrijver: Custor
Inzender: Janneke Koster Baas, 14 jun. 2009


Geplaatst in de categorie: psychologie

4,2 met 6 stemmen 386



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)