Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

Stille vennoot

Al dertig jaar lang zoekt Jack - zwarte schaap van de familie die wel eens wat zou laten zien - in de outback van Australië naar goud. Hij leeft langs een ondiepe rivier en zeeft goudkorrels uit rivierslib. De opbrengst is voldoende voor de allereerste levensbehoeften; hij mag niet ziek worden maar daar denkt hij niet aan.

Leven in de ingewanden van de bush, geïsoleerd van de beschaving. Een zelfgebouwde blokhut uit boomstammen, aan de rivier. ‘s Avonds zit hij voor zijn hut en leest boeken met verhalen over avonturiers en beroemde goudzoekers die onverwacht grote vondsten deden. Niet zelden, als het warm en vochtig is, droomt hij van thuis van het koele groene land achter de duinen van de Noordzee.

Soms krijgt hij bezoek van een avontuurlijke rugzak toerist. Het slapen wordt dan niet zelden uitgesteld door sterke in whisky gedrenkte verhalen en heeft hij de volgende dag een hoofd vol spijkers, het daglicht veel te fel en geen korrel goud.

Hard werken en een minimum bestaan dat kun je met veel minder inspanning overal bereiken. Maar hij kan niet stoppen, goudzoeker is wat hij is en als hij doorgaat is er altijd de hoop op de grote vondst, dan is hij geslaagd. Eind goed al goed.
Als hij stopt is de hoop en de investering van dertig jaar weg en misschien de motivatie om te leven; aanpassen aan de burgermaatschappij zit er niet meer in. De hoop is zijn stille vennoot die hem trouw is tot in de dood. Hij gaat door tot hij lichamelijk niet meer kan, hij erbij neervalt. Hoop dooft soms heel even tot waakvlam maar wakkert dan weer aan.
Maar in het begin van de warme nacht als hij de slaap niet kan vatten twijfelt Jack, hangt hij aan de strohalm van de hoop die als een reddingsloep op zee op een neer golft, stijgt tot hoop en daalt tot wanhoop. Maar uitgerust preukelt de overlevingsdrang de hoop weer op en staat hij met veerkracht op en wast zich in de rivier de twijfel van z’n lijf.

Hij heeft zich in zijn sporadische brieven tegenover familie iets te positief uitgelaten over zijn succes, de suggestie gewekt dat hij niet onbemiddeld is en dat maakt huiswaarts keren er niet gemakkelijker op, zeker als je reis naar huis niet eens kan betalen. Gevangen in een web van leugens durft hij niet huiswaarts te keren.

Ik begrijp hem niet, zei mijn vrouw, je begrijpt hem wel zei ik, om die reden heb jij al dertig jaar elke maand een staatslot met een vast nummer, je durft hem niet op te zeggen na zoveel investering omdat je bang bent dat op dat nummer eens een flinke prijs valt. De hoop, je stille vennoot, is een prijs te winnen om onze laatste levensfase bij de open haard, met uitzicht op zee, door te brengen met schrijven. Eind goed al goed. Zonder dat lot weet je zeker dat het nooit zal gebeuren. Hoop is de waakvlam die niet dooft, het is het leven zelf, als hij dooft zijn we dood, we blazen hem uit met onze laatste ademtocht.

In een kwade nacht sterft Jack, in een heldere droom reist hij met een koffer vol goud naar huis en wordt ontvangen als de verloren zoon; geluk is slechts een gevoel en de droom is voor Jack werkelijkheid, waarin eind goed al goed.

Schrijver: Custor
Inzender: Janneke Koster Baas, 23 sep. 2009


Geplaatst in de categorie: woonoord

4,3 met 7 stemmen 386



Er is 1 reactie op deze inzending:

Naam:
Eva Mensch
Datum:
26 sep. 2009
Erg goed dit verhaal, zo ontzettend werkelijk, alsof je de goudzoeker persoonlijk gekend hebt.

Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)