Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

Kamp Beetse

In dunbevolkt Oostgroningen dicht bij de Duitse grens, omgeven door bossen, is na de oorlog een kamp gebouwd dat bestond uit een omheining van betonnen palen en gaas en daarbinnen houten barakken. Er zaten mannen gevangen die hadden samengewerkt met de Duitse bezetters, zogenaamde foute Nederlanders.
De jongste broer van mijn oma was er kampbewaarder; hij woonde buiten de omheining in een houten barak. Ik logeerde er als kind van zes jaar.

De woordenwisseling tussen oma en haar broer is mij bijgebleven, ik heb het opgeslagen, meegenomen en onderweg naar volwassenheid begrepen. Ze wilde het kamp in omdat er klanten van onze smederij zaten, dat mocht niet van mijn oom.
Nee, ze zijn niet gevaarlijk, zei mijn oom, maar je loopt er een ziekte op, je hebt geen idee hoe snel de gezondheid van de mens achteruit gaat als er een aantal mensen in kleine ruimten verblijft onder primitieve omstandigheden.

De waterleiding werkt niet goed, zeep is schaars en voedsel is niet wat ze gewend zijn, het moet allemaal zo weinig mogelijk kosten. De hygiëne is slecht wegens ontbreken van goede sanitaire voorzieningen, wat dacht je van het ontbreken van ‘toilet’krantenpapier.

Ze hebben in een mum van tijd vlooien, luizen en schurft, krabben zich en worden geïnfecteerd met bacteriën en schimmels. Het zijn omstandigheden die de mens niet gewend is, de weerstand schiet te kort, behalve de mannen die in het Duitse leger aan het oostfront hebben gediend, die hebben nog geen problemen. Mijn oom vervolgde, waarschijnlijk puttend uit z’n handboek soldaat, dat het evenwicht van de mens in verband met voedingstoffen en zijn omgeving is verstoord. Hij had oma blijkbaar overtuigd want ze hield haar mond.

Oma liep naar het hek, zette haar vingers in het gaas en riep de naam van een man die onzeker haast verlegen naar haar toe liep, hij deed mij denken aan een hond die geslagen is om hem gehoorzaamheid te leren en die zich klein makend angstig op je toekomt, niet wetend of hij geschopt of geaaid zal worden. Ze sprak een poosje met hem en gooide een pakje tabak over het hek.

De meesten waren lid van de NSB. Honderdduizend van hun werden na de oorlog in kampen vastgezet; de misdadigers werden er uitgezeefd en de rest werd na gemiddeld drie jaar vrij gelaten.
Hun vrouwen werden vernederd door ze in het openbaar kaal te scheren, ook een tante van mij was slachtoffer. Nu nog vraag ik mij af wat het voor mensen zijn die zich voor dat soort werk aanbieden, ik wil hun gezichten zien, ik kan me niet voorstellen dat een mentaal gezond mens zoiets doet.

Wat indruk heeft achter gelaten en mij mede heeft gevormd is ten eerste de vernedering van de mens, die vorm van ontmenselijking is in mijn geheugen geëtst; ten tweede het gegeven dat de mens lichamelijk en geestelijk zo snel verzwakt onder omstandigheden, zoals onvoldoende hygiëne, medische zorg en micro-organismen als schimmels en bacteriën in combinatie met ondervoeding en overbelasting.
Mede daardoor dringt het al vroeg tot mij door dat de mens geen vast gegeven is maar een gebeurtenis, een evenwicht tussen inwendige processen die weer in evenwicht zijn met de leefomstandigheden; als er iets verandert stelt zich een nieuw evenwicht in, dat kost tijd, pijn en levens.
Ik had al vroeg het idee van een samenhang der natuur die de wetenschap later ecologisch evenwicht zou noemen.

Schrijver: Custor
Inzender: Janneke Koster Baas, 19 okt. 2009


Geplaatst in de categorie: oorlog

3,6 met 7 stemmen 221



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)