Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

Bij een minnares in de biechtstoel

Opgedragen aan een rare seksueel-gefrustreerde discipel van Jezus, die van 1984 tot 1986 in mij ronddoolde.

"Omdat de pijn ondraaglijk is wanneer de liefde in je zwijgt."

Anna Achmatova.

Lieve onbekende, ik schrijf je deze brief vanuit mijn kloostercel, in de eenzame tijden na de completen, uit het land van de eeuwige raadselen. Ik had je deze brief al veel eerder willen schrijven, maar de tijd en het inzicht ontbraken me. Ik liep met een zwart waas voor mijn ogen.
Maar nu wil ik jou de kleuren van de regenboog tonen en ook de kleuren, die daar boven uit stijgen. De adem van kennis heb ik diep geinhaleerd, de adem van het geloof ken ik in diverse vormen, de adem van de ware vriendschap heeft mij boven de grauwheid uitgeheven, maar de adem de erotiek heb ik nooit geheel begrepen.
Ik noem jou prinses Eros, mijn milde tovenares, de hoer met het Madonna-gezicht, een jonge onweerstaanbare vrucht. Terwijl ik God toch werkelijk zocht, vond ik jou, het tastbare beeld van mijn heftige verlangen. Ik wou dat je die pijn kon begrijpen of op zijn minst respecteren, even aanraken, zoals ikzelf wel graag een ikoon beroer.
Ik heb getracht mijn liefde voor jou in lange zinnen en mislukte boekwerken te verwoorden en ik zeg je maar eerlijk, de kracht en de schoonheid, die jij me toonde, is nooit uit te drukken, is een eenmalige glimp van het Paradijs dat ik zocht.
Vergeef me mijn verwardheid, het komt voort uit een pijnlijke chaos en een jarenlange verkrachting van mijn eigen lichaam. Soms denk ik dat ik God niet waardig ben, omdat ik mijn tempel wel heel erg onteerd heb, maar ik dacht altijd dat geselpraktijken meerdere vormen kunnen aannemen en mijn grote vriend Franciscus was ook niet al te zachtzinnig voor zijn lichaam. Vaak was het genot groter dan de pijn.
Ik heb tevens geleerd om pijn, zowel psychisch als fysiek, moedwillig te ontkennen, terwille van een hoger doel, wat dan poëzie werd of pure gerichtheid op God, zonder enige drang om het in een of andere kunstvorm zichtbaar te maken. Ik kan je maar moeizaam chronologisch benaderen, want ik ben mijn tijdsbesef behoorlijk kwijtgeraakt, mijn ziel bestaat uit zwaarbeschadigde brokstukken en hoe ik ook poog de boel te lijmen, de delen ontglippen mij keer op keer. Misschien ben jij wel een rots, waar ik mij wanhopig aan vastklamp, wetend dat niet ik het ben, maar vermoedend dat een deel van mij in jou is overgegaan, dat denkend, maar in feite is het voorgoed verdwenen naar bovenaardse dimensies. Niemand moet denken dat hij of zij het allemaal zeker kan weten hoe de zielswegen gaan, de route van het leven gaat vaak bizarre kanten op en slaat op de meest veilige momenten te pletter. Achteruit zien is vaak ook achteruit gaan, maar laat ik duidelijk zijn, in deze herinnering aan jou ben ik zo fris als de Noordzee op een vroege winterochtend, terwijl de zon zich nog verbergt in het oosten. Mijn leven zit gevangen in een grondhouding, die ik niet lijk te kunnen doorbreken, de reden dat ik weer bij jou uitkom, ligt besloten in het wrange gegeven dat ik in de kern precies in dezelfde gevangenis zit als destijds in mijn kloostercel, vandaar dat de tijd in mij wegvalt, vandaar dat ik schrijf vanuit mijn tijdloze cel in het dormitorium op enkele spannende meters afstand van jouw zoete slaapvertrek. Ik kom daar nog wel op terug. Als ik tenminste de tijd nog krijg, want wat ik hier openbaar kan best de wraak van God op mij afroepen en dan ben ik, zoals dat wel vaker gebeurt, te vroeg het arme haasje.
Toch ga ik er gemakshalve maar vanuit dat de genade van God groter is. Broeder Romeo wordt wakker. Mijn lichaam begint te branden als ik aan je denk, zo bleef mijn lichaam destijds op temperatuur, zo blijft het nog steeds op temperatuur, net genoeg om te overleven, dat was wel eens anders, zoals je misschien uit de geruchten hebt vernomen. Dit komt ook nog wel, mijn verleidelijke toverfee, mijn dubieuze sirene, mijn geile bosvarkentje. Wees nu niet gechoqueerd, alsjeblieft, doe niet zo preuts, dat past je niet, ook al verzin je van wel. Elke boerendochter droomt wel eens van een wilde vrijage in het hooi en anders moet je die gedachte maar bij mij laten. Ik ben nu eenmaal een opgewonden zwerfhond met een ondraaglijke spanning en te traag om werkelijk hond te heten, ik met mijn verdoemde slakkegang. Ik pas meer bij de minnekunst uit vorige eeuwen. Ik zie jou voor me in een felgekleurde, zwierige jurk van pure zijde met gouden franjes, versierd met allerlei gouden voorwerpen, zoals zigeunerinnen. Over de kleur van jouw ondergoed heb ik veel gedroomd, je hebt zowat alle kleuren gedragen in de meest vreemde vormen. Ik gaf je de duurste lingerie, de strakste slipjes en de stevigste bustehouders. Denk niet dat ik niet wist, wat dat was, want tijdens mijn ondeugende wandeltochten door de binnenstad van Alkmaar, liep ik platzak graag wat heen en weer door de Achterdam en droomde ik van jou, terwijl ik zo'n grote vrouw in bikini zag wiegen. Ik kon de prior toch moeilijk honderd gulden vragen voor dit hoogst anti-monastieke doel. Ik heb geleerd mezelf tevreden te stellen met droombeelden, met droomvrouwen.
Zo banaal als ik het breng, zo is het niet op de bodem van mijn getormenteerde ziel, het is zelfs nog erger bij tijden, maar hoe groter de verzoeking, hoe groter ook de ervaring van zuivere schoonheid in mijn eenzame hart. Hoe wild en machtig Eros kan tieren in het zogenaamd brave lichaam van een jonge postulant, dat heb ik maar al te pijnlijk ervaren en alleen voor jou wil ik een tipje van deze gruwelijke sluier opheffen, omdat ik ongevraagd van jou mijn muze maakte, mijn geprojecteerde nachtgodin.

Schrijver: Joanan Rutgers, 7 jan. 2010


Geplaatst in de categorie: moraal

3,7 met 6 stemmen 289



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)