Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

Een zwerver vereenzaamd

Zoals iedere ochtend wordt hij met steenkoude voeten en handen wakker, hij rukt wild aan zijn versleten slaapzak en hij wrijft zijn vuile voeten tegen elkaar, maar zonder effect. De open snijwond onder zijn rechtervoet bijt venijnig door zijn been naar boven. De scheut jenever van gisteravond heeft niet geholpen. Boven hem wappert een stuk plastic zenuwachtig heen en weer. De kou van de aarde trekt omhoog. Hij hoort iets ritselen, iets wat naderbij komt. Zijn ogen staan ineens wijd open. In een reflex zit hij recht en kijkt naar wat daar aankomt. Vol verbazing ziet hij de slanke gedaante van een witte hermelijn, hij verroert geen vin, geniet van hun samenzijn, wil 'kom maar' zeggen, maar besluit wijs te zwijgen. De snuffelende hermelijn heeft hem nog steeds niet opgemerkt en het argeloze dier trippelt op geen twee meter van zijn zitplek. Dan snuift hij van ontroering en het geschrokken beest snelt vliegensvlug weg. Hij schreeuwt een kreet van dankbaarheid, stapt uit zijn bed van lompen, sluit het boek van Arthur van Schendel, 'Een zwerver verliefd', en hij eet wat uitgedroogd brood en uit een roestige beker drinkt hij koude, verdunde Euroshopper-koffie. Vandaag gaat hij eens naar de Voedselbank, proberen of ze naast de ingeschreven hulpbehoevenden, ook losse hongerigen voeden. Hij wikkelt een doek rond zijn rechtervoet en steekt hem dan in een lekke cowboylaars. Nadat hij tegen een eik gepist heeft, strompelt hij langs zwiepende takken naar het dichtstbijzijnde wandelpad.

Een deftige dame met een keurig getrimde rashond loopt te dromen van haar viriele echtgenoot, die na een zakenreis van twee weken, vanavond haar bed weer zal delen. Ze piekert over de juiste lingerie en de meest effectieve parfum. De hond doet zijn behoefte. Zij draait haar gezicht steevast om. Ineens ziet ze een verwilderde man uit de bosjes komen, de schrik slaat haar om het benauwde hart. Instinctief trekt ze aan de riem om de hond te alarmeren, maar die is nog niet klaar en sputtert tegen. De gevaarlijke aanrander (volgens haar) loopt als een lompe gorilla langs haar peperdure mantelpakje. Hij gromt een of andere groet. 'Goedendag!', zegt zij op bekakte toonhoogte, maar de paria is al vele meters verder en zij probeert de rest van de dag haar geschokte emoties te plaatsen, terwijl ze die avond aan haar man beweert dat ze nauwelijks van een verkrachting is ontkomen. Om hem extra aan te sporen natuurlijk.

Hij nadert na een uur de roomse kerk, waar de voedselbank een hoofdkwartier heeft. Er lopen oudere mensen druk heen en weer met kratten vol over datum artikelen, mensen die in oorlogssferen verblijven, die neurotisch voedselbonnen, éh, voedselnoodpakketten verstrekken. Hij loopt onopvallend, denkt hij, naar binnen. Een magere, oude vrijster komt op hem af. 'Meneer, bent u geregistreerd als klant van de voedselbank?'. 'Ik kom wat te eten vragen', zegt hij. 'Dat kan alleen als uw gegevens kloppen en u echt hulpbehoevend bent', antwoordt de met zenuwtic uitgeruste kwebbeltante. 'Maar ik heb honger en geen geld', protesteert hij. 'Dat kunnen wij niet zomaar aannemen, meneer, anders kunnen we wel heel Nederland gaan voeden en daartoe zijn wij niet bij machte!'. 'Zie ik er soms uit als de burgemeester?', snauwt hij. 'Op het uiterlijk selecteren wij niet en bij agressie alarmeren wij de politie!'. Hij keek haar lang en indringend in haar fletse, zielloze, toegeknepen ogen en in een schijnmanoeuvre van aftaaien schiet hij ineens met zijn hoofd naar de valse hulpverleenster (zijn wrede ex-geliefde voor ogen, de reden van zijn zwerverschap, verloedering en bedelstaf) en bekogelt haar met een zeer smerige fluim, waarna hij als een dief op de vlucht slaat.

In een morsige slijterij koopt hij van zijn laatste euro's een fles Arend-jenever en met die gevleugelde buit keert hij terug naar zijn schuilplek in het bos. Hij voelt zich een stervend dier, terwijl de tranen over zijn gelaat stromen, denkend aan zijn grootste geliefde, die hem afwees vanwege haar onoplosbare bindingsangst en onverwerkt oud, gecompliceerd, projecterend leed. Hij ziet een man en een vrouw innig omarmd op het pad. Hij stuift hen voorbij als een tornado. 'Dat was hem!', hoort hij vagelijk. Hij gaat stampvoetend naar zijn huis, opent verbitterd de jeneverfles, begint te zuipen. Aan een stuk door. Hij tuimelt om met zijn dronken kop op het gestolen boek van Van Schendel.

Ergens in die stille nacht begeeft zijn hart het en ligt hij 's ochtends zo dood als een pier, een door de maatschappij vereenzaamde pier, in zijn armoedige
woonplek, wat voor hem het paradijs was, maar dat snapt waarschijnlijk alleen de liefdevolle hermelijn, die hem besnuffelt en lijkt te kussen.

Schrijver: Joanan Rutgers, 10 feb. 2011


Geplaatst in de categorie: eenzaamheid

3,5 met 2 stemmen 717



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)