Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

De Utrechtse griezel

Jaap is één van de grootste bezienswaardigheden van de elegante Domstad. Wanneer hij met zijn roestige fietskar over de Oude Gracht rijdt, wordt hij door velen belangstellend nagestaard. Jaap kent maar weinig woorden om zich verstaanbaar te maken, meestal is het 'Aan de kant!' en 'Laat mij erdoor!'. Je zou het niet zeggen, maar Jaap heeft een gymnasiumdiploma boven zijn doorgezakte bed hangen en dat is geen nepperd. Ooit haalde hij de beste cijfers voor wiskunde en scheikunde, maar er is iets faliekant geknapt in hem, toen hij geschiedenis ging studeren aan de universiteit. Hij liep al drie jaar bij een vrouwelijke psychiater en hij ging lekker, maar ineens begon hij steeds meer te drinken, ook overdag en niet van dat softe bier, nee, het moest steevast veertig procent alcohol bevatten. Zijn studie begon er danig onder te lijden en zijn sociale vermogens kelderden, mensen vermeden hem instinctief. Hij werd tot overmaat van ramp ook nog eens smoorverliefd op een verkoopster in een bakkerszaak, hij projecteerde er als zijn ideaalbeelden op. Iedere dag kocht hij een gebakje bij Agnes, hij wilde enkel door haar geholpen worden, wat de andere verkoopsters steeds vreemder begonnen te vinden. Ook roken ze wel wat hij zoal dronk en toen hij zelfs agressief begon te doen, omdat hij Agnes wenste, hebben ze een keer de politie moeten bellen. Het was loos alarm en het liep met een sisser af, maar rond die tijd kreeg zijn psychiater ook geen vat meer op hem en is het snel bergafwaarts met hem gegaan. Hij bewoont nu een oud huisje in een oude volksbuurt even buiten het oude centrum. Er hangen vieze dekens voor de ramen en het onkruid staat tot kniehoogte hoog. Hij woont voornamelijk op de eerste verdieping, omdat er op de begaande grond teveel muizen huizen. Koken doet hij wel beneden in de verloederde keuken en zo af en toe mept hij een argeloze muis dood met een broodplank. Hij eet elke dag hetzelfde, aardappelen met wortels en iets van vlees, hij doet wel een maand met hetzelfde vet, lengt het aan met water, gooit er nog wat Croma bij en huppetee. Hij heeft er wel eens een muis ingegooid, maar bij nader inzien toch maar niet opgegeten, wel het karbonaadje dat ernaast lag te sudderen. Zijn geschiedenisboeken gebruikt hij nu als toiletpapier, evenals al zijn andere boeken, om verstopping te voorkomen bewaart hij de gebruikte bladzijden in een speciale afvalzak, die hij eenmaal vol diep in de nacht in de gracht gooit, omdat hij de afvalwagens niet meer vertrouwd, die zijn volgens hem spionnen van de staat en hij is volgens de bakkersvrouwen staatsgevaarlijk, dus moet hij uiterst voorzichtig zijn. Aan Agnes denkt hij niet meer, die kan hem gestolen worden, nee, hij besteed al zijn tijd aan zwerfafval en mooie vondsten op straat. Hij kent inmiddels de beste plekken en wijken. Achter zijn woning slaat hij alles op, gerangschikt hoor, alleen is hij de enige kenner van die orde. Hij is een keer heel boos op zichzelf geworden, hij had natuurlijk veel gedronken, maar hij herinnerde zich flarden van voor zijn ommekeer, het pijnigde hem en toen heeft hij zijn linkerpink eraf gesneden of eigenlijks eraf gehakt. Dat bloedde gemeen, hij was te dronken om naar het ziekenhuis te gaan, dus heeft hij het stompje van de pink boven de gasvlam gehouden, hoe pijnlijk dat ook was, net zolang tot het bloeden gestelpt was. Daarna bluste hij het met jenever en toen zakte hij weg. Dat is alweer twee jaar geleden, hij vindt het wel grappig, negen vingers, lekker oneven. In een stadskrant las hij dat er een studente verkracht en mishandeld is ergens langs de Oude Gracht. Hij denkt nu dat de mensen hem ervan verdenken, omdat hij niet ver daarvan af woont en omdat hij daar vaak fietst, maar bovenal omdat hij zo'n engerd is, zo contactgestoord. Hij heeft al eens in beschonken toestand enkele studentes lastig gevallen, maar die hebben hem toen keihard geslagen, tot zelfs een gebroken rib aan toe. Nu is hij extra bang voor vrouwen, kijkt ze nauwelijks nog aan, ontwijkt ze het liefste. Hij gaat vanavond lekker gezellig wat snuffelen en knutselen tussen zijn verzamelde schatten. Daar voelt hij zich een piratenkoning zo rijk. Hij bekijkt al die prullaria alsof het kostbaar antiek is, voor hem is dat zo en dan is het ook zo. In een brief van zijn ex-psychiater biedt ze hem een zorgzame opname aan in een privé-kliniek, hij heeft de brief als wc-papier gebruikt, het bruin erover heen gewreven. Ergens is er nog wel wat supervisie in hem over zichzelf, maar dat dooft meer en meer uit. Hij ziet een wat grotere muis lopen. 'Shit! dat is verdomme een rat!', roept hij geschrokken, 'het wordt alsmaar erger hier!'. In zijn stinkende bed droomt hij dat de politie bij hem aanbelt. 'Bent u Jaap de afvalruimer?', vraagt een agent. 'Ja, hoezo?' 'U bent aangehouden vanwege de verkrachting en mishandeling van een studente in de rechten!' 'Wacht even!', zegt Jaap, 'ik moet nog even wat doen!'. Plotseling schrikt hij wakker, droom en realiteit overlappen elkaar, met een bezweet lichaam zwerft hij even later over straat. Bij de grote sterrenkijker ploft hij neer. Hij kan de bezwerende klopjacht niet meer aan, hij drinkt jenever, schudt stomdronken met zijn hoofd heen en weer, staat wankelend op, gooit zichzelf van een brug in de gracht. Hij zinkt weg, terwijl er langs de kade nog een zak van hem drijft. 'Hij moet wel erg ongelukkig zijn geweest!', zegt een buurtbewoonster. 'Nee, joh, hij was van Lotje getikt en niet meer te behandelen!', zegt haar buurvrouw. 'Heb je trouwens al gelezen dat ze die verkrachter gepakt hebben?' 'Ja, het was een medestudent met psychische problemen, ik heb het gelezen, heb trouwens wel aan Jaap gedacht, maar ach, die zielenpiet was het natuurlijk zeker niet!'.

Schrijver: Joanan Rutgers, 9 mei. 2011


Geplaatst in de categorie: psychologie

4,3 met 3 stemmen 1.783



Er is 1 reactie op deze inzending:

Naam:
kees niesse
Datum:
11 mei. 2011
Email:
c.h.niessekpnplanet.nl
Met aandacht gelezen dit vreselijke verhaal van Jaap, die goed kon studeren. Toen is er iets in hem geknapt en kwam in behandeling bij een psychiater, maar zonder resultaat en hij ging steeds meer drinken en wonen in een krot met een muizenplaag.
Het moet toch wel echt mis met je zijn wanneer je en karbonaadje bakt met een muis ernaast in de pan. Hij was smoorverliefd op Agnes van de bakkerszaak. Wanneer zij zijn liefde had beantwoord was het misschien met hem beter afgelopen maar helaas heeft de dood hem bevrijd van zijn diepe ellende.
Treurig verhaal, maar goed geschreven.

Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)