Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

Ongelukkige domineesdochter

(voor Charlotte Brontë (1816 - 1855))

Toen je vijf was, stuurde je harteloze vader je naar een kostschool samen met drie van je zussen, een kostschool speciaal voor domineesdochters, gunst, dat die er bestond, alsof jullie bijzonder behandeld moesten worden, terwijl jullie anderszijn er slechts uit bestond dat jullie door meedogenloze godsdienstwaanzin geteisterd waren, mishandeld en geamputeerd, benen en armen. Ik neem aan dat die godsdienstterreur daar nog danig verlengd werd. Toch wist je lerares te worden, studeerde je even talen te Brussel, samen met Emily, maar na een jaar waren jullie alweer terug in die duistere pastorie met die gevaarlijke, misleidende aantrekkingskracht. In 1847 schreef je 'Jane Eyre', je bleef als enige van de zes kinderen over en in 1854 trouwde je met een hulppredikant van je vader, enkele maanden later stierf je op je 39-ste, maar in wezen was je voordien al vele malen gestorven binnen het regime van je zwaar intolerante vader, die jou maar claimde met zijn eindeloze gezeur en gejeremieer. Hij heeft jullie allemaal narcistisch bezet, vandaar dat hij jullie niet vrijliet in de liefde en in het leven op zich. Hij misbruikte jou en je was te naïef om in te zien dat je jezelf liet misbruiken. Hij trok je steeds weer terug met een onzichtbaar koord, vrat als een varken van je kunstzinnige energieën, zoog je uit, liet je woest en ledig achter. Karrevrachten vol fnuikende waanzin doemden in jou op. Je zou als een gekkin alles eruit willen krijsen, maar hij had je mond met staaldraad dichtgenaaid. Inwendig lachte je om het tamme wegkijken van de geïndoctrineerde dorpelingen, die zondag's als stijve harken in de rechte banken luidkeels vrome liederen zongen, om 's avonds na zonsondergang hun vrouwen te slaan om niemandalletjes, vloekend het alebier achterover slaand in hun stamcafé vol soortgenoten. Je wilde die banale angstterreinen ontvluchten, als een koningsadelaar het Britse eiland verlaten. Je spuugde op het onkruid van de starheid en de bloeiende bomen gaapten je aan alsof je zojuist was ontsnapt uit een donkere, onderaardse kerker, wat in de buurt kwam. O intens verdrietige vrijbuiter, had toch de ruimte genomen, al die onzalige benepenheid negerend, in hun straten, hun huizen, hun winkels en kleren, maar bovenal en dat zeg ik met kracht, in hun door God verlaten en vervloekte kerken! Ik had je sappige billen graag gezien in een tot de draad versleten, magneetstrakke spijkerbroek. Je was een makkelijk prooidier tussen buitenaardse anoniemen, wiens coden onherleidbaar waren, archaïsch, achtergebleven. Merkwaardig hoe ze toch een mantel vormden na verloop van tijd, geen dure mantel uit Parijs, nee, eerder een bloeddoorlopen berevel uit licht benaderbare oertijden, je ontwaakte tussen een vergeten horde, tussen onbewuste wilden. Je sliep in de lange lokken van Keltische droomvrouwen, die niet op of om keken, gestold in hun trots, verliefd op hun raadselachtige taal en ronde vormen, de verfijning uitademend uit hun deinende borsten. Je hield je schuil voor de zichtbare wereld, voor de schildpadden met zuurstofflessen onder de zeespiegel van een vastgelegd, vastgeroest brein. Daar bleef je veilig vloeibaar, altijd veelbelovend, niet invulbaar. Daar waren de hagen ondoordringbaar in de hoogte en de breedte gegroeid, daar sliep je met de slaap als een beminde, die mijn jaloezie wekt. Inderdaad, Morpheus is een wrede verrader en de moeraswerking van zijn amazonegedrag is killing, maar voor jou betekende hij een wijze uitvlucht en helende genade, waar alle tederheid taboe was binnen een vervloekte neurosecultuur, hun eigen onverwerkte wonden blindelings en haatdragend projecterend, tot zij ooit zelf, mocht je hopen, zouden breken als moegedraaide, vastgelopen kopieermachines. Maar uiteindelijk overwinnen de lampionnen van de tegenstrijd het zinloze gewoel. Zoals jij ook diep in jou het ongeluk hebt kapotgeschreven, je vader en wat er allemaal aan hem vastkleefde overwonnen hebt, ondanks de schijn van aanpassing.

Schrijver: Joanan Rutgers, 17 jun. 2011


Geplaatst in de categorie: idool

3,5 met 4 stemmen 156



Er is 1 reactie op deze inzending:

Naam:
Han Messie
Datum:
17 jun. 2011
Email:
hmessielive.nl
Al ben ik zelf gelovig, dit vind ik een heel gepast en sprekend weergeven van het huichelachtige vrome, dat altijd bestaan heeft en nog bestaat.

Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)