Inloggen
voeg je verhaal toe

tabblad: verhalen

< vorige | alles | volgende >

verhaal (nr. 4031):

Romanticus pur sang

(voor Heinrich Heine (1797 - 1856))

Terwijl je zwaar blokte in het muffe lokaal van een zwaarwichtig Jezuïetenlyceum, keek je dromend naar buiten, wanneer de serieuze priester zijn rug naar de leerlingen toekeerde. Je droomde van de schoonheid van de natuur, die jouw aandacht miste. Via de handelsschool kwam je te werken bij je oom in Hamburg. Het zakelijke bankwezen vroeg om een gevoelsvolle compensatie, te meer omdat de dichter in jou ontwaakte en de flierefluiter ook zijn gram wilde halen. Als poëtische jongeling werd je zwaar verliefd op je bevallige nichten Amalia en Therese. Je wandelde met hen afzonderlijk door de parken van Hamburg, tijdens het genot van een pint bier vroeg je beiden om hun hand en beiden wimpelden jou af. Dit schokkende hartzeer bracht je er toe om vele wereldberoemde gedichten te schrijven, soms onder hevige tranen, met de kruiken wijn naast je inktpot. Therese was wel zo vriendelijk geweest om zich door jou te laten kussen, maar tijdens het strelen van haar volle boezem haakte ze ineens af, getergd door je gulzigheid en euforische gekreun. Ze vond het hele voorval opeens te dierlijk en onfatsoenlijk, het ging klaarblijkelijk tegen de wil van haar God in. Beteuterd en met gebogen hoofd reisde je naar Bonn om daar rechten te studeren, wat je verlengde in Göttingen, waar je met iemand duelleerde om een vreselijk schone jonkvrouwe, ze stuurden je weg, maar je voltooide je studie in Berlijn. Op je drie-en-dertigste was je een full-time letterkundige in Parijs. Je smikkelde van de verse stokbroden en de brie, sla en groenten. De Franse wijn paste uitstekend bij jouw sprankelende verschijning. Je dronk het als water en je schreef de meest fantastische poëzie, ook al werd je werk herhaaldelijk door de botte, conservatieve machthebbers verboden. Ook Hitler had natuurlijk een hekel aan jouw vrijgevochten, vrijheidminnende schrijfkunst. Na jaren in bittere eenzaamheid geleefd te hebben, ontmoette je eindelijk de vrouw van je leven, Mathilde Crescense Mirat, een zeer knappe Parisienne, die wel raad wist met jouw bijna ontzielde lichaam, al snapte ze als eenvoudig winkelmeisje niets van jouw literaire roem. Ze hield vooral van lekker eten en lekker vrijen, waar jij graag in meeging. Er waren de amusante avonden met je goede vriend Gérard de Nerval, die openlijk flirtte met je aangeschoten vrouw en er waren momenten dat je hem dat genot wel eens gunde, want Gérards geestestoestand ging schrikbarend achteruit. Op jouw aanraden vertaalde hij Goethes 'Faust', tot groot genoegen van de meester zelf. Théophile Gautier was jonger dan jou en blikte ook vaak betekenisvol naar Mathilde, maar deze had het werkelijk te druk met zijn dichtwerken, werd zelfs een belangrijke voorloper van de Parnassiens, waar Paul Verlaine een tijd lang toe gerekend werd. De nog jongere Alexandre Dumas was te schuchter om zich met andermans vrouwen in te laten, al duurde een enkele handkus van hem net iets te lang, maar jij lachte om zijn gedweep en typische romanticuskwalen. Je herkende je eigen jongere gestalte in hem. Op je vijf-en-dertigste kreeg je al last van een ruggenmergziekte, waardoor je steeds slechter ter been ging en vervelende pijnen leed. Ook al masseerde Mathilde je met de meest kostbare, etherische oliën, het waren uiterst aangename, maar helaas kortstondige verlichtingen. Acht jaar voor je overlijden moest je door gedeeltelijke verlamming in je bed blijven liggen. Een jaar voor je heengaan bereikte jou het afschuwelijke bericht dat Gérard de Nerval zichzelf had opgehangen aan een hek in de stad. Zijn geestelijke stoornissen werden hem te ondragelijk, je herinnerde hem van lange avonden vol literaire gesprekken en hilarische momenten tijdens de nodige wijninname. Mathilde wiste de tranen van je wangen. Dat deed ze ook toen je een jaar later, verlost van je fysieke pijnen, met een betraand gelaat afscheid van haar nam. Toen je weg was, druppelden haar liefkozende tranen op jouw wangen en die heeft ze met geen vin aangeraakt. Je dierbare schrijfhand heeft ze urenlang vastgehouden en gestreeld, totdat naaste vrienden haar hebben opgevangen. Ze wist inmiddels donders goed wie haar gestorven man was geweest en voor eeuwig blijven zal.

Schrijver: Joanan Rutgers, 21 jul. 2011


Geplaatst in de categorie: literatuur

3,0 met 4 stemmen 148



Er is 1 reactie op deze inzending:

Naam:kees niesse
Datum:22 jul. 2011
Emailadres:c.h.niessekpnplanet.nl
Bericht:Mooi interessant schrijven over Heinrich Heine, een man van Joodse afkomst. In 1825 trad hij toe tot de Lutherse Kerk. Beroemd is zijn uitspraak: Waar men boeken verbrandt, verbrandt men uiteindelijk ook de mensen , een profetische vooruitblik op het komende Nazisme van Hitler.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)