Inloggen
voeg je verhaal toe

tabblad: verhalen

< vorige | alles | volgende >

verhaal (nr. 4131):

Rijke ongelukkige

(voor John Gould Fletcher (1886 - 1950))

Je bent geboren in Little Rock, Arkansas, waar je samen met je zussen Adolfine en Mary met volle teugen van de omringende, indrukwekkende natuur genoot. Je vader vertelde vaak stoere en bloederige verhalen over zijn tijd in het Zuidelijke leger en hij richtte zich vurig op zijn katoenhandel en zijn bankierszaken. Hij was meer met zijn werk bezig, dan met jou. Hij was dan ook al ver in de vijftig, terwijl je moeder 24 jaar jonger was en meer de artistieke kant vertegenwoordigde, want ze was verzot op literatuur, kunst en muziek. Na een school in Andover ging je naar de Harvard University, waar je rechten en bedrijfskunde studeerde, want je vader wilde graag dat je bankier zou worden. Toen je vader in 1907 overleed, stopte je met je studie, ondanks de protesten van je moeder. De erfenis was buitensporig, waardoor je nooit meer behoefde te werken en alle tijd had om te schrijven. Je herinnerde je de vele eenzame uren, die je als kind in Little Rock had moeten verduren, de intense duisternis en de grote afstanden door de immense bossen en rotspartijen. Je had je er dubbel verlaten gevoeld, omdat je vader ook nog eens zo verdomde afwezig was geweest. Je was gesmolten voor de bizarre verhalen van Edgar Allan Poe en je hoefde niet zozeer je vader op te volgen, laat staan te overtreffen, nee, je ging veel liever in de avontuurlijke voetsporen van beroemde dichters zoals Baudelaire, Goethe, Gautier, Rossettie, Coleridge en Wilde. Je wist dat je moeder ten diepste wel blij was met je keuze en je ging als eerste op reis naar het kunstrijke Italië, waar je al zoveel moois over gelezen had. Je bezocht de kunstschatten in Rome, Venetië en Florence, je schreef gedichten op de balkons van je hotelkamers, terwijl je fruitige wijnen dronk. In Piza leerde je een rondborstige jongedame kennen, die je wild heeft ingewijd in de liefde, waarna je ook die smaak te pakken kreeg. In 1909 arriveerde je in Londen, waar je contact had met Ezra Pound en Amy Lowell. Ezra deed wat muizig over je vrije versvormen, maar Amy tekkelde hem en omarmde je experimenten. Je hoorde nu officieel bij de Imagist Poets. Je ging samenwerken met Florence Emily Arbuthnot, alleen bij haar voornaam zwijmelde je al weg. Jullie ontmoetten elkaar in haar deftige woning te Kent, terwijl haar man Malcolm buitenshuis moest werken. Ze had direct een zwak voor jou en dat liet ze op vele manieren merken, vaak kroop ze zo dicht tegen je aan, dat je bloosde van de opgedrongen, maar betoverende intimiteit. Op een dag was het goed raak en zwichtten jullie beiden voor de erotische aantrekkingskrachten, al tongzoenend bedreven jullie de liefde op de antieke bank, waar Malcolm aan het eind van de lange werkdag zo graag zijn glazen whisky dronk. Al stond de hele wereld toe te kijken, dan nog konden jullie er niet aan weerstaan en dat smaakte natuurlijk naar meer. In 1915 verscheen je debuutbundel 'Bestralingen: Zand en Spray', voornamelijk klankgedichten, in 1916 opgevolgd door 'Goblins en pagodes' en de tijd was rijp op met Florence te trouwen, waarbij haar twee kinderen bij jullie kwamen te wonen. Ondanks je rijkdom werkte je dag en nacht aan je poëzie en deed je intensief mee met de literaire samenkomsten, zeg maar liederlijke feesten, waar Amy stomdronken ook jouw sigaar wilde roken, maar dat weigerde je. Je aangeboren bestaansangsten bleven aanhouden, vanwege je bipolaire stoornis en je frequente depressies. Ondanks de goede seks met Florence voelde je een leegte in je gapen, je kwijnde langzaam maar zeker weg binnen dit huwelijk, daar Florence je literaire bestaan niet kon volgen en ze zelfs betekenisvolle knip-oogjes gaf aan de loodgieter. Geestelijk dreven jullie uit elkaar en in 1932 deed je een serieuze zelfdodingspoging, waarna je het Engelse gezinsleven vaarwel zei en je toevlucht nam in good-old Little Rock, hoewel, het was meer een instinctieve noodsprong, want er kleefde nogal wat somberheid aan die omgeving. Misschien ook om Florence te vergeten kreeg je een erotische relatie met de aanbiddelijke folkzangeres Emma Dusenbury, die je helemaal gek maakte met haar slangachtige lichaam volledig ingesmeerd met intieme sappen. In 1936 trouwde je met de kinderboekenschrijfster Charlie May Simon, met wie je in New York, Santa Fé en Newhampshire woonde. Ze sloot perfect bij je aan, want je bleef stabiel bij haar. Na al jullie omzwervingen gingen jullie even buiten Little Rock wonen, in een huis naast de Arkansas rivier, waar jij vaak vette zalmen ving, die Charlie heerlijk bereidde met kruiden en citroensap. Je won de Pulitzer Prijs voor Poëzie, waar je om moest huilen van overwinningsvreugde. Dit hadden je ouders nooit kunnen voorzien. Samen met Charlie dronken je peperdure cognac om het te vieren. Je schreef 'The Burning Mountain' en diep in jou brandde ook heel wat af. Je kreeg steeds meer last van je artritis en de zware depressies volgden elkaar steeds sneller op, waardoor je tenslotte continu zielsverscheurend depressief terecht over jezelf zat te klagen. Zelfs Charlie kon je niet meer uit dit onzichtbare, genadeloze, onhoudbare moeras trekken. Daarbij voelde je je compleet verlaten door je lezers en was de elastiek uit je geestelijke spankracht verdwenen. Je schreef een liefdevolle afscheidsbrief voor je vrouw, die het had voorvoeld, dat wist je, en als een verslagen, moe geworden man sjokte je naar een vijver om jezelf snel en waardig van het leven te beroven. Even zag je nog enge flitsen van de alsmaar oprukkende industrialisatie en het mens verpestende materialisme, maar al gauw had je ook daar gelukkig niets meer mee te maken.

Schrijver: Joanan Rutgers, 7 sep. 2011


Geplaatst in de categorie: literatuur

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 58



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)