Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

Ongrijpbare bohémienne

(voor Elinor Wylie Morton (1885 - 1929))

Je bent geboren in het weelderige Somerville te New Jersey, waar je rijke familie een mooi landhuis bezat, waar je kon genieten van de natuur en de overheerlijke gerechten. Daarnaast was je ook vaak aanwezig bij oersaaie samenkomsten van identieke mensen uit de omgeving, met gesprekken over winstgevende zaken en persoonlijke, materiële veroveringen. Je protserige opa was gouverneur en deed er alles aan om te imponeren, maar je tante las wel eens een zelfgeschreven gedicht voor, wat je deed ontwaken, je artistieke inborst bevrijdde. Van je achtste tot je negentiende ging je naar verschillende scholen, waar je braaf je ding deed, maar in de vrije tijd las je het liefste literatuurboeken en droomde je van een eigen plekje binnen dat geheel. De schooljongens waren allemaal verliefd op jouw buitenaardse uitstraling, je moest ze als ingetogen schoonheidskoningin als het ware van je af slaan, zelfs de keurig getrouwde leraren schonken verdacht veel aandacht aan jou. Je daagde ze in het geheel niet uit, maar toch konden ze met hun vuile fikken niet van je af blijven, de brutale stiekemerds. Ze zagen vrouwen als een stuk bezit, een erotisch speeltje, zonder gevoelsinleving.
Je vader Henry was een topadvocaat, die uiterlijk veel respect toonde voor je moeder Anne, maar onderliggend haar gekocht had, wat te denken geeft. Iedereen die jou ontmoette, was meteen onder de indruk van je fragiele, hartveroverende fijnzinnigheid. Je soepele kleding zat je als gegoten, je golfde even natuurlijk als de oceaangolven. Je geheimzinnige blik deed vele mannenharten harder slaan, maar het was Philip Simmons Hichborn, die met de hoofdprijs mocht pronken, die je zwarte haren met de scheiding in het midden eindeloos mocht strelen, kussen en koesteren. Hij vertelde over zijn ervaringen aan de universiteit van Harvard en hij gaf je literaire tips. Je bent met hem weggevlucht voor de strenge conventies van jullie ouders en het leek inderdaad een sprookje te worden, maar Philip vertoonde steeds vreemdere gedragingen. Na de geboorte van jullie zoon werd dat er niet beter op en begon hij zelfs alarmerende, emotionele uitbarstingen te krijgen. Zijn labiele uitingen maakten je ongelukkig in de emotionele en fysieke gelijkwaardigheid, hij trok je steeds meer mee in zijn zwartgallige depressie, net zolang totdat je er spuugzat van was en je heil buiten de deur zocht. Niet bij die viespeuk van een getrouwde advocaat, die achttien jaar ouder was dan jij en je letterlijk in de voetsporen volgde, God, wat haatte je die bezeten stalker! die enge vrijheidsbeperker! die hebzuchtige cipier en beul! Tussen die twee vuren in verliet je Philip en ging je er met Horace Wiley vandoor naar Engeland. Hij was nog getrouwd, waardoor jullie een dubbelschande te beurt viel, vooral in de hypocriete, hogere kringen te Washington D.C., waar ze jullie verketterden. Je kreeg het vreselijke bericht van de zelfdoding van Philip, waar je jarenlang verwringende schuldgevoelens over gehouden hebt, immers, jij was zijn laatste strohalm geweest. In je dromen achtervolgde hij jou, altijd zwaar bebloed en met ijzingwekkend koude blikken. Je besloot om je werk anoniem te publiceren en ondanks je vele pogingen kreeg je het niet voor elkaar om een levensvatbaar kind met Horace op de aarde te brengen. Je zakte weg in een identiteitscrisis, een depressieve hel, maar toen Horace van zijn vrouw scheidde, gingen jullie terug naar Amerika, waar jullie trouwden. Je vertoefde in de literaire kringen van New York, ontmoette o.a. Edmund Wilson, Sinclair Lewis en J.P. Bishop, die als een van de velen de vloer voor je voeten met hun tongen schoon likten. Je genoot als een onoverwinnelijke strateeg van hun aandoenlijke adoratie. Je publicaties namen toe en je oogstte grote successen. Na je scheiding met Horace woonde je in New York, waar je kon doen en laten wat je wou met je leven, maar ook mannen zijn niet geboren speelgoed, waardoor je eenzaamheid toenam. Je leunde op je eerste succesbundels 'Netten om de wind te vangen' en 'Zwarte liefde', je eerste roman 'Jennifer Lorn' en je redacteurschap bij enkele tijdschriften, kortom, je schrijfwerk hield je boven water en aangenaam in the picture, want zonder bejubelende aandacht gedijde je niet, zonk je weg in dezelfde benauwenis, die je eerste man verstikte. Je derde man, William Rose Benet, was tevens dichter en je literair agent, dus dat zat wel snor, meende je. Toch begon je een ware zielsverwantschap te missen en dus zocht en vond je die bij de tragische dichter Shelley, wiens romantische eenzaamheidsbesef met de jouwe overeenkwam. Je dweepzucht ging sommigen veel te ver, dat ze zich zorgen gingen maken over je op hol geslagen geestvermogens. Je vertelde je vrienden dat je meerdere verschijningen van Shelley had gezien en dat hij je bizar genoeg wenkte met zijn slanke, tedere hand. Je schreef een knappe roman over hem, ingegeven door hemzelf, wist je, en je derde dichtbundel zag ook nog het licht van de feestelijke erkenning. Intussen was ook je derde huwelijk beroerd verslechterd en zocht je naar nieuwe uitwegen. Je reisde in je eentje naar Engeland en daar ontmoette je je laatste minnaar, Henry de Clifford Woodhouse, een zeer edele gentleman, die al rood werd als je voorover bukte en de helft van je borsten zichtbaar was, maar dat lag je wel. Na de preutse erotiekbelevingen met hem hoefde je geen ander meer, was je volop verzadigd en had je de kern van de seksuele ontladingen doorzien en afgezworen. Je schreef als dank voor de geboden zielenrust negentien sonnetten voor hem, succesvol gebundeld, terwijl je smalend om jezelf moest lachen. Op je vier-en-veertigste kreeg je plotseling een fatale beroerte in je appartement te New York. Even daarvoor had je nog naar de menselijke mierenhoop gekeken en pijnlijk meewarig en verdrietig je wijze hoofd geschud, al wist je ten diepste ook niet waarom jij daarbuiten stond en nooit compleet en toch uitzonderlijk eenzaam, zoals iedereen zichzelf misschien beleefde, wat je nog het meeste tergde, dat falen van de menselijke behoeften om elkaar ten diepste toch lief te hebben.

Schrijver: Joanan Rutgers, 19 sep. 2011


Geplaatst in de categorie: literatuur

3,3 met 3 stemmen 136



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)