start toeval vragen forum links zoek contact gastenboek inhoud

Categorieën:

actualiteit (138)
adel (13)
afscheid (116)
algemeen (330)
bedankt (25)
biologie (13)
dieren (241)
discriminatie (38)
drank (48)
economie (23)
eenzaamheid (179)
emoties (169)
erotiek (68)
ex-liefde (64)
familie (113)
feest (41)
film (3)
filosofie (146)
fotografie (6)
geboorte (23)
geld (33)
geschiedenis (30)
geweld (46)
haiku (5)
heelal (38)
hobby (32)
humor (385)
huwelijk (40)
idool (42)
individu (62)
internet (29)
jaargetijden (53)
kerstmis (79)
kinderen (174)
koningshuis (22)
kunst (48)
landschap (15)
lichaam (38)
liefde (257)
literatuur (352)
maatschappij (158)
mannen (34)
milieu (14)
misdaad (119)
moederdag (11)
moraal (99)
muziek (41)
natuur (96)
oorlog (108)
ouderen (18)
ouders (36)
overig (129)
overlijden (79)
partner (55)
pesten (29)
planten (13)
politiek (50)
psychologie (114)
rampen (55)
reizen (132)
religie (143)
schilderkunst (20)
school (63)
sinterklaas (17)
sms (6)
songtekst (1)
spijt (26)
sport (80)
sterkte (2)
taal (43)
tijd (55)
toneel (10)
vaderdag (1)
vakantie (83)
valentijn (4)
verdriet (87)
verhuizen (13)
verjaardag (17)
verkeer (46)
voedsel (45)
vriendschap (84)
vrijheid (59)
vrouwen (87)
welzijn (54)
wereld (35)
werk (96)
wetenschap (18)
woede (60)
woonoord (87)
ziekte (153)

tabblad: verhalen

< vorige | alles | volgende >

verhaal (nr. 4511):

Ze wilde schilderen

Het was zondagmorgen in april, het regende en een koude noordelijke wind zorgde, dat het buiten niet aangenaam was. Wouter zat achter de geraniums en rookte een pijp. Mien kwam met de koffie binnen, en zei:
''Heerlijk, die lucht van je pijp, ouwe'', en ze ging tegenover hem zitten en stak een sigaar op. Spoedig stond de kleine huiskamer blauw van de rook. Een half jaar geleden had hij de kamer met een goedkoop wit behang opgeknapt, maar daar was inmiddels niks meer van te zien, donkerbruin was het nu, maar daar hadden ze lak aan. Ze leefden van de AOW en een aanvullend pensioen van net honderdvijftig euro, geen vetpot dus, maar de huur van het huis in de volksbuurt was laag, hadden hun auto, een Daf, weggedaan en konden goed rondkomen en aten er goed van.

Mien bakte zelf het brood, ze kocht tarwemeel bij een boer in de buurt, gist bij de bakker en maakte zelf het deeg klaar om gebakken te worden in een metalen kastje met in de bodem een groot gat. Ze zette het op een groot petroleumstel en liet het brood gaar worden. Dat duurde wel lang en in de keuken rook het heerlijk, behalve in de huiskamer, want daar genoten ze van het roken. Zelf gebakken tarwebrood smaakt volgens de oudjes lekkerder dan het brood van de supermarkt en het brood van de warme bakker is ook lekker, maar te duur. Elke zaterdag kochten ze bij Aldi een kist bier en bij de slijter de goedkoopste borrel en daar deden ze een week mee, behalve als Wim de bijbelvorser op visite komt om de bijbel aan Wouter uit te leggen. Mien had daar totaal geen belangstelling voor en vond al die godsdiensten een uitvinding van de mens, maar daar hadden de heren ernstig bezwaar tegen.

Trouwens ze vond die Wim een achterbakse hufter, hij behandelde zijn vrouw Alie als een slavin en als Wouter hem een borrel te veel gaf werd hij vervelend. Dan begon hij ordinaire liedjes te zingen en het is een paar keer gebeurd, dat hij Mien in haar kont kneep, maar dan had hij de verkeerde voor zich, want ze gaf hem meteen een klap op zijn smoel. Kwaad geworden ging hij dan meteen naar huis. Dat zinde haar vent helemaal niet, dat zij zijn vriend de gelovige een klap gaf en kregen ze onderling weer ruzie. Als verweer zei ze dan, dat die hufter van haar reet af moest blijven en daar had zij natuurlijk gelijk in.

Het was elf uur toen de huisbel rinkelde. Mien keek naar buiten want als het kerkgangers waren deed ze niet open, maar het was Wim de gelovige. Ze zei:
''Het is die boterletter met zijn bijbel weer, ouwe. Doe jij maar open en je geeft hem geen borrel hoor, want daar komt ie natuurlijk voor.''
Hij legde zijn pijp neer en slofte naar de huisdeur en opende die. Daar stond Wim weer met zijn onafscheidelijke bijbel in zijn hand.

''Goedemorgen Wim, kom binnen, hier is het warm, is Alie niet meegekomen?''
''Neen, ze wilt van me af, dat kreng, nou ze gaat maar.''
Mien stond achterin de gang en hoorde dat en dacht, nou maar goed ook, als ik haar was geweest, had ik hem het huis uit gejaagd, vrome hufter dat ie is.
Ze wilde geen rottigheid en begroette hem netjes en nodigde hem uit in de kamer plaats te nemen en hem een kopje koffie aan te bieden.

Wim had een tas bij hem en vertelde Mien:
''Moet je horen schat, je zei laatst, dat je graag wilde schilderen, maar geen geld had om spullen te kopen, nou dat hoeft niet meer, ik heb wat voor je meegenomen'', en haalde uit de tas een kleine schildersezel, een paar tubes verf en kwastjes en een doek.
''Nou lieverd, dat vind ik fideel van je'', en ze omhelsde hem en gaf hem een kusje. Laat die hufter nou weer in haar kont knijpen, maar ze wilde hem nu niet een klap te geven, want ze was blij met die spulletjes. Ook gaf hij haar een foto van een stilleven met peren en druiven, van de impressionist Claude Monet.

''Probeer dit nou eens na te schilderen, want je hebt talent, dat heb ik gezien aan je tekeningen.''
''Doe ik lieverd'', en ze zette naast het kopje koffie een glaasje, waarin ze een jonge borrel schonk.
''Ha lekker, bedankt schat, daar was ik net aan toe.''
Wouter:
''Hé,krijg ik niks'', en dacht eerst ze ze hem voor rot te schelden en nou is het een lieverd, zo zijn die wijven, zo meteen wil ze ook nog een beurt van hem hebben.

Schrijver: kees niesse, 16-04-2012


c.h.niesseatkpnplanet.nl



balBiografie van deze schrijver





Geplaatst in de categorie: bedankt

Deze inzending is 401 keer bekeken

1/5 sterren met 2 stemmen.



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)