start toeval vragen forum links zoek contact gastenboek inhoud

Categorieën:

actualiteit (138)
adel (13)
afscheid (116)
algemeen (330)
bedankt (25)
biologie (13)
dieren (241)
discriminatie (38)
drank (48)
economie (23)
eenzaamheid (179)
emoties (169)
erotiek (68)
ex-liefde (64)
familie (113)
feest (41)
film (3)
filosofie (146)
fotografie (6)
geboorte (23)
geld (33)
geschiedenis (30)
geweld (46)
haiku (5)
heelal (38)
hobby (32)
humor (385)
huwelijk (40)
idool (42)
individu (62)
internet (29)
jaargetijden (53)
kerstmis (79)
kinderen (174)
koningshuis (22)
kunst (48)
landschap (15)
lichaam (38)
liefde (257)
literatuur (352)
maatschappij (158)
mannen (34)
milieu (14)
misdaad (119)
moederdag (11)
moraal (99)
muziek (41)
natuur (96)
oorlog (108)
ouderen (18)
ouders (36)
overig (129)
overlijden (79)
partner (55)
pesten (29)
planten (13)
politiek (50)
psychologie (114)
rampen (55)
reizen (132)
religie (143)
schilderkunst (20)
school (63)
sinterklaas (17)
sms (6)
songtekst (1)
spijt (26)
sport (80)
sterkte (2)
taal (43)
tijd (55)
toneel (10)
vaderdag (1)
vakantie (83)
valentijn (4)
verdriet (87)
verhuizen (13)
verjaardag (17)
verkeer (46)
voedsel (45)
vriendschap (84)
vrijheid (59)
vrouwen (87)
welzijn (54)
wereld (35)
werk (96)
wetenschap (18)
woede (60)
woonoord (87)
ziekte (153)

tabblad: verhalen

< vorige | alles | volgende >

verhaal (nr. 4572):

Het ontstaan van een potentiële gedachte in het hoofd van een gewone gezonde man op vakantie [op een doordeweekse dag]

De gewone gezonde man is op vakantie in een warm land. Hij staat op dit moment zomaar wat voor zich uit te staren. Het maakt niet uit waar hij zich precies bevindt, want de gewone gezonde man heeft het aangeboren vermogen om zich schier eindeloos lang op te kunnen houden op plekken waar niets te zien, niets te horen of anderszins iets te beleven valt.
In zijn hoofd gebeurt niets. Zijn hoofd is net een meditatiecentrum. Zenmonniken moeten jarenlang ploeteren om de staat te bereiken die voor hem vanzelfsprekend is. De staat die misschien het best kan worden omschreven als 'Vol Van Leegte'. Een volmaakte balans tussen plus en min. Tussen links en rechts. Tussen boven en onder. Tussen voor en achter. En ook diagonaal.
Als hij een grapjas was, zou hij kunnen zeggen: Ik denk niet, maar besta toch! Maar hij is geen grapjas. Bovendien heeft hij nog nooit van Descartes gehoord.
Onder de wolk die zijn hoofd vult, begint zich nu iets te roeren. Hoewel 'roeren' eigenlijk te sterk is uitgedrukt. Het is meer iets dat misschien tot 'roeren' zou kunnen gaan leiden, iets dat aan 'roeren' voorafgaat. Een mogelijke aanzet tot 'roeren', meer is het eigenlijk niet, laten we daar eerlijk over zijn en de zaak niet overdrijven. Het kan er zijn, maar als het er is, hoeft het nog niet 'door te zetten'. In dit geval 'zet het door'.
Vanuit het moeras van zijn onderbewustzijn beginnen zich langzaam twee luchtbellen te ontwikkelen die zich proberen te verheffen in verticale richting (verheffen gaat altijd in verticale richting, houd u dat goed in gedachten; het woord zegt het trouwens eigenlijk al) en aanstalten maken om binnen te dringen – van de onderkant – in de wolk aan de binnenkant van het hoofd van de gewone gezonde man. (Een kaart waarop alles overzichtelijk is aangegeven, is tegen een geringe vergoeding bij de kassa verkrijgbaar.) De luchtbellen vormen twee bulten in de onderkant van de wolk enzovoort, enzovoort. Vanaf hier zijn er meestal twee mogelijkheden. Beide luchtbellen zijn namelijk potentiële gedachten. De ene behelst de boodschap: 'Ik zou wel iets willen eten.' De tweede: 'Ik zou wel iets willen neuken.' In dit geval is het laatste het geval.
Dat zit namelijk zo: Net voordat de gedachte aan eten als eerste dreigde door te breken, liep er een leuk jong meisje voorbij. En daardoor – hoe, dat mag Joost weten, Gods wegen zijn ondoorgrondelijk – nam de tweede luchtbel een onoverbrugbare voorsprong op de eerste en drong door tot het bewustzijn van de gewone gezonde man. Hoewel 'doordringen' eigenlijk te sterk is uitgedrukt.
Maar de gewone gezonde man had wel degelijk in de gaten dat er iets aan de hand was, want hij trok zijn linkerwenkbrauw op – of moeten we zeggen: 'zijn linkerwenkbrauw werd voor hem opgetrokken'? –, wat vanuit de lichaamstaal vertaald betekende: Wat is hier aan de hand, wat zullen we nou krijgen, wat heb ik NU aan mijn rijwiel hangen? Maar lichaamstaal is geen gewone taal, geen echte mensentaal. Dus dacht de gewone gezonde man niets. Hij was woordloos. Maar woordloos of niet, hij zette zich langzaam in beweging.
Hij volgde het spoor van het mooie jonge meisje. Hij had zich kunnen realiseren dat een mooi jong meisje waarschijnlijk weinig interesse zou hebben in een vieze oude man van boven de veertig met een bierbuik, maar toch slenterde hij achter haar aan. Sterker nog, er kwam zelfs iets kwieks, iets levendigs over hem dat hem zijn pas deed versnellen. Ja, er had nog van alles kunnen gebeuren, maar plotseling vertraagde de gang van de gewone man om langzaam te verzanden in stilstand en omdraaien. De honger had hem geveld.

Schrijver: Spencer Brandsen, 30-06-2012



Geplaatst in de categorie: algemeen

Deze inzending is 203 keer bekeken

3/5 sterren met 3 stemmen.



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)