start toeval vragen forum links zoek contact gastenboek inhoud

Categorieën:

actualiteit (130)
adel (13)
afscheid (115)
algemeen (329)
bedankt (25)
biologie (13)
dieren (237)
discriminatie (38)
drank (48)
economie (23)
eenzaamheid (178)
emoties (167)
erotiek (68)
ex-liefde (63)
familie (107)
feest (38)
film (3)
filosofie (136)
fotografie (6)
geboorte (23)
geld (32)
geschiedenis (28)
geweld (45)
haiku (4)
heelal (38)
hobby (28)
humor (376)
huwelijk (40)
idool (42)
individu (59)
internet (31)
jaargetijden (53)
kerstmis (77)
kinderen (170)
koningshuis (21)
kunst (48)
landschap (15)
lichaam (39)
liefde (256)
literatuur (351)
maatschappij (151)
mannen (34)
milieu (12)
misdaad (119)
moederdag (11)
moraal (97)
muziek (40)
natuur (90)
oorlog (107)
ouderen (16)
ouders (37)
overig (128)
overlijden (76)
partner (55)
pesten (28)
planten (13)
politiek (50)
psychologie (105)
rampen (55)
reizen (133)
religie (143)
schilderkunst (20)
school (61)
sinterklaas (17)
sms (5)
songtekst (1)
spijt (26)
sport (80)
sterkte (2)
taal (42)
tijd (54)
toneel (10)
vaderdag (1)
vakantie (83)
valentijn (4)
verdriet (86)
verhuizen (13)
verjaardag (17)
verkeer (39)
voedsel (45)
vriendschap (82)
vrijheid (60)
vrouwen (87)
welzijn (53)
wereld (34)
werk (94)
wetenschap (18)
woede (60)
woonoord (87)
ziekte (147)

tabblad: verhalen

< vorige | alles | volgende >

verhaal (nr. 5324):

Stoelendans met pastorieën

Mijn geboortehuis stond aan het Boterdiep in hartje Bedum. Laatst nog even bekeken via Google Earth. Het staat er nog en het is best een deftig herenhuis te noemen. In de slaapkamer, waar ik in mijn wieg probeerde in te dalen, had een diep ongelukkige man zichzelf verhangen. Tja, je wilt al die voorgeschiedenissen van woonhuizen soms liever niet weten!...

Het was de eerste pastorie, waar ik in rondgekropen heb. In mijn tienertijd haalden we na familiebezoek patat met frikandellen om de hoek van die straat. Man, wat voelde ik me achterin de Cortina dolgelukkig, wanneer mijn vader met een grote zak vol fastfood aan kwam snellen.

Daarna verkasten we naar het dorpje Stedum, met een degelijke pastorie naast de gereformeerde kerk. De Hervormde kerk was wel veel groter en ouder, viel mij altijd op, wanneer ik naar de kleuterschool slenterde. Ik sprong graag in de coniferen achter onze pastorie, die mij dan lekker terug zwiepten. Tijdens een optocht was ik een kip op een boerenwagen. Er was één café, maar daar ging ik natuurlijk nog niet naartoe. Er was een kleine voetbalvereniging, waar we verstoppertje speelden. Waarschijnlijk konden ze al jaren geen elftal samen stellen.

Van Stedum gingen we naar Kollum en qua pastorie gingen we er behoorlijk op vooruit. Het was een modern, vrijstaand huis op de hoek van een weg. Met een grote tuin en drie appelbomen, voor mijn broers en mij ieder één. Via de tuin liep je naar de kerk. Van de lokale kunstschilder Salverda kregen we groene pepermuntjes, die veel lekkerder waren dan die witte King's. Sinterklaas kwam op school en ik herkende zijn bril en zijn map. Thuis zat Sinterklaas gewoon in een woonkamerstoel en wist ik het zeker. Het was mijn vader!
Toen ik de pokken had, viel ik op mijn rug helemaal van de trap en schreeuwde ik: 'Al mijn pokken zijn stuk!'. Bij een dikke jaap in mijn hand gooide de slager een heel flesje jodium erop.

Kollum werd verruild voor Coevorden, een matige pastorie aan een drukke snelweg. Onze witte poedel Pedro kwam er onder een auto, omdat die stomme dominee G.S. langs kwam en hij door de open deur glipte. Hij was de ketting gewend en dus door het dolle heen. Via mijn dakraam keek ik met de koster mee naar voetbalwedstrijden. Hij rookte pijp en hij dronk biertjes. Ik ben zelfs naar de top van het pastoriedak geklommen en met mijn koppie over de rand loerend zag ik de auto's voorbij razen.

Tutta kwam aanbellen en hij deed zijn beklag over mijn broers en mij. Tutta was een enge, oude man, met een bijl in zijn fietstas. We hebben met hangende pootjes onze excuses aangeboden. De jonge buurvrouw heette Angelica, ik was meer verliefd op haar dan op mijn eerste vriendinnetje, dat mij op het schoolplein blauwe schenen had geschopt, zonder dat ik reageerde, tot ontzetting van de omstanders.

Daarna gingen we naar een zeer ruime villa aan het einde van een doodlopende weg in Oranjewoud. Tijdens de bezichtiging had ik er nog een pot met een embryo gezien, wat ik heel griezelig vond. In de achterkamer met open haard studeerde mijn vader. In de ruime garage tafeltennisten wij. Ik deed aan joggen in de bossen en aan vissen en schaatsen op deze prachtige locatie. Mijn broer slachtte een vers gevangen snoek achter in de tuin en onze nieuwe Pedro genoot net zoveel als wij.

Na twee jaar gingen we naar een nieuwbouwhuis in Heerenveen-Noord, niet echt een pastorie dus, maar een eigen huis, grenzend aan een bos. Daar ontdekte ik de werking van bier en notenwijn. Ik beleefde er het tragedie van de eerste liefde en ik dook de onderwereld in.
De studeerkamer van mijn vader was aanzienlijk kleiner geworden, maar er stond wel een Heilig Hartbeeld van Christus Jezus, wat ik erg mooi vond. Op een ochtend tuurde ik rechtstreeks in de zon en zag ik ineens, superkort, Jezus verschijnen, met aan weerszijden twee engelen. Hij zegende mij en Zijn Liefdesgloed overspoelde mij met de meest intense krachten. Sindsdien ben ik een wetende en leef ik vanuit die genadevolle ervaring.

Tenslotte gingen we naar de pastorie in Voorthuizen, riant en prettig, maar wel aan een drukke snelweg, de oude, Romeinse weg van Apeldoorn naar Amersfoort, ooit nog door Napoleon Bonaparte afgelegd. Ik was altijd bang dat Pedro de zoveelste zou ontsnappen. Ik ging er richting volwassenheid. Ik huisde er op zolder en ik schreef er mijn eerste dichtbundel 'Hemelzucht'. In het lood op het dak kraste ik het Christus-teken. Zal er nog zijn.
Aan de overkant zat een snackbar, waar we 's avonds nog vaak patat of een broodje warm vlees haalden. De zaak zit er nog, de eigenaars zijn anders. Ik kocht nog steeds mijn notenwijn in de supermarkt, maar toen ik wat ruimer bij kas zat werd dat mijn lievelingswijn Vin d'Alcase.
Ik verklaarde er mijn liefde aan de vrouw van de organist en zij noemde mij een zielenpiet. Er gebeurde ineens zoveel met iedereen. Mijn vader kreeg evenwichtsstoornissen en een tia, waardoor hij naar het ziekenhuis moest. Niet lang daarna ging hij met emeritaat. Nog geen vijftig.

Ik ging na mijn anderhalf jaar kloosterbestaan totaal onderuit, waande me Jotie T'Hooft, gebruikte zwarte nagellak en zwarte oogschaduw, en belandde in een leefgemeenschap van Zon & Schild. Mijn ene broer ontspoorde ook al psychisch en maatschappelijk, terwijl hij een topbaan in een Londense kledingzaak had en mijn andere broer kreeg een psychose.

Dit zijn mijn pastorieënbelevenissen in vogelvlucht. Het ware levensboek is toch nooit geheel secuur te beschrijven. We delen allemaal lief en leed, wie we ook zijn, waar we ook zijn, wat we ook zijn. Bij stoelendans is er altijd iemand de pineut. Ik ben graag die pineut wat pastorieën betreft, ook al koester ik op mijn onnavolgbare, verknipte, zielepietmanier de wel degelijk positieve ervaringen ervan. Zoiets als die romantische vrolijkheid als van pastoor Odekerke uit 'Dagboek van een Herdershond'!...

Schrijver: Joanan Rutgers, 15-07-2014



Geplaatst in de categorie: psychologie

Deze inzending is 167 keer bekeken

3/5 sterren met 2 stemmen.



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)