start toeval vragen forum links zoek contact gastenboek inhoud

Categorieën:

actualiteit (129)
adel (13)
afscheid (115)
algemeen (329)
bedankt (25)
biologie (13)
dieren (237)
discriminatie (38)
drank (48)
economie (22)
eenzaamheid (178)
emoties (167)
erotiek (68)
ex-liefde (63)
familie (107)
feest (38)
film (3)
filosofie (136)
fotografie (6)
geboorte (23)
geld (32)
geschiedenis (28)
geweld (45)
haiku (4)
heelal (38)
hobby (28)
humor (376)
huwelijk (40)
idool (42)
individu (59)
internet (29)
jaargetijden (53)
kerstmis (77)
kinderen (170)
koningshuis (21)
kunst (48)
landschap (15)
lichaam (38)
liefde (256)
literatuur (351)
maatschappij (151)
mannen (34)
milieu (12)
misdaad (118)
moederdag (11)
moraal (97)
muziek (40)
natuur (90)
oorlog (107)
ouderen (16)
ouders (37)
overig (128)
overlijden (75)
partner (55)
pesten (28)
planten (13)
politiek (50)
psychologie (105)
rampen (55)
reizen (132)
religie (143)
schilderkunst (20)
school (61)
sinterklaas (17)
sms (5)
songtekst (1)
spijt (26)
sport (80)
sterkte (2)
taal (42)
tijd (54)
toneel (10)
vaderdag (1)
vakantie (83)
valentijn (4)
verdriet (86)
verhuizen (13)
verjaardag (17)
verkeer (39)
voedsel (45)
vriendschap (82)
vrijheid (59)
vrouwen (87)
welzijn (52)
wereld (35)
werk (94)
wetenschap (18)
woede (60)
woonoord (86)
ziekte (147)

tabblad: verhalen

< vorige | alles | volgende >

verhaal (nr. 5969):

De oogst

Het was stil in huis. De vrouw had alle moderne communicatiemiddelen uitgezet. Geen muziek van de radio, geen gepraat van de televisie, geen afleidingen van de uitvinding die computer heet. In de stilte begon de vrouw haar verhaal te vertellen aan een denkbeeldige vriend. Hij luisterde aandachtig maar zei niets. De vrouw schrok van haar eigen woorden. Was dit haar verhaal? Er kwam een groot verdriet boven, dat met luide lange halen de ruimte vulde. Ze moest hier weg. Weg uit haar veilige grot, die ze meestal alleen verliet als er zo min mogelijk kans was op ontmoetingen met mensen. Mensen die haar vragen zouden kunnen stellen. Mensen die wilden weten hoe het met haar was, op dagen dat ze dat zelf niet wilde weten. Of kinderen, die niets hoefden vragen, dwars door haar heen keken, met een blik in hun ogen die de meest wrede spiegel was.

Ze riep haar kleine wolf. Samen liepen ze naar buiten. De zon die haar huid verwarmde, zorgde voor een nieuwe golf van verdriet. De troostende warmte liet haar weten dat ze wilde leven. Ze wilde leven! Maar waar was haar leven gebleven? Midden tussen de struiken, uit het zicht van de mensen, liet ze haar tranen nogmaals de vrije loop. Een wandelaar naderde. Een zonnebril maskeerde snel en doeltreffend haar levenspijn. Een groet alsof er niets aan de hand was. Verder lopen. Steeds één stap verder. Ze koesterde de warme stralen van het brandende hemellichaam op haar vermoeide lijf. De tranen vonden hun weg naar de aarde onder haar, waar ze levenswater werden voor wortels van nieuw groen dat de wereld bedekken zou.

De fysieke inspanning van de wandeling deed haar goed. Op de weg terug naar huis zag ze opeens een boompje dat ze nog niet eerder zag. Een appelboompje, dichtbij haar woning gelegen nota bene. Ze was wel vaker naar de appelboomgaard gelopen, verder weg, om de appels van de bomen op publieke grond te plukken. Dit boompje stond ook op publieke grond. Dat betekende dat ze de appels plukken kon! Een kinderlijke blijheid maakte zich van haar meester terwijl ze naar het boompje liep. De appeltjes hingen laag genoeg om gemakkelijk te kunnen oogsten. Ze stak haar hand uit naar de dichtstbij hangende en mooiste appel en trok eraan. De appel in haar hand toverde een glimlach op haar betraande gezicht. Het voelde alsof ze goud in handen had. Snel stak ze hem in haar jaszak en keek zorgvuldig welke appels ze nog meer plukken zou. Ze strekte zich uit en ging op haar tenen staan, om bij de takken te kunnen waar de mooiste appels hingen. Haar zakken vulden zich met de appeltjes. Sommige appels waren aangevreten door vogels of slakken. Die liet ze hangen. Voor de vogels en de slakken. Met haar jaszakken goed gevuld, vervolgde ze haar weg naar huis.

Thuisgekomen stalde ze de appeltjes uit op een geruite rode theedoek, die nog ongebruikt in haar keukenlade lag. De aanblik van de vers geplukte appels, met een paar bladeren er nog aan, op de kleurige doek, vulde haar gemoed met de blijdschap waar ze zozeer naar verlangd had. Ze pakte de eerste en mooiste appel, hield hem even onder kraanwater, en zette toen haar tanden erin. Het zoetzuur van de appel smaakte als het leven zelf. Want soms is het leven een zoete lekkernij. En soms moet men door een zure appel heen bijten. Soms moet men zelfs door een hele mand zure appels heen bijten. De boom, nabij haar woning, had haar laten weten dat na gedane arbeid geoogst mag worden. De buitenwereld wist niet van haar arbeid. Maar het werk dat zij jarenlang in haar binnenwereld gedaan had, was van grote waarde. Daar zou ze nu de vruchten van plukken. Het zou nog even duren voordat ze die vruchten met de buitenwereld delen kon. Er was nog een lange weg te gaan. Een weg, waar de door tranen gevoede bomen hun vruchten zouden afwerpen.

Illustratie: Foto gemaakt door de schrijfster

Schrijver: Gabriëla Mommers, 18-08-2016


gabrielamommersatyahoo.com


Geplaatst in de categorie: emoties

Deze inzending is 423 keer bekeken

4/5 sterren met 10 stemmen.



Er is 1 reactie op deze inzending:

Naam:An Terlouw
Datum:22-08-2016
Bericht:Geweldig geschreven meis. En indedaad zoet-zuur, net als het leven....sommige appeltjes zijn een beetje wee, zo droog weet je wel, maar dat is natuurlijk het appeltje voor de dorst...


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)