start toeval vragen forum links zoek contact gastenboek inhoud

Categorieën:

actualiteit (132)
adel (13)
afscheid (115)
algemeen (329)
bedankt (25)
biologie (13)
dieren (237)
discriminatie (39)
drank (48)
economie (23)
eenzaamheid (179)
emoties (168)
erotiek (68)
ex-liefde (63)
familie (107)
feest (38)
film (3)
filosofie (136)
fotografie (6)
geboorte (23)
geld (33)
geschiedenis (28)
geweld (45)
haiku (5)
heelal (38)
hobby (28)
humor (376)
huwelijk (40)
idool (42)
individu (59)
internet (31)
jaargetijden (53)
kerstmis (77)
kinderen (170)
koningshuis (21)
kunst (48)
landschap (15)
lichaam (39)
liefde (256)
literatuur (351)
maatschappij (151)
mannen (34)
milieu (12)
misdaad (119)
moederdag (11)
moraal (98)
muziek (40)
natuur (91)
oorlog (107)
ouderen (16)
ouders (37)
overig (128)
overlijden (77)
partner (55)
pesten (28)
planten (13)
politiek (50)
psychologie (105)
rampen (55)
reizen (134)
religie (143)
schilderkunst (20)
school (61)
sinterklaas (17)
sms (5)
songtekst (1)
spijt (26)
sport (80)
sterkte (2)
taal (42)
tijd (54)
toneel (10)
vaderdag (1)
vakantie (83)
valentijn (4)
verdriet (86)
verhuizen (13)
verjaardag (17)
verkeer (39)
voedsel (45)
vriendschap (84)
vrijheid (60)
vrouwen (88)
welzijn (53)
wereld (34)
werk (94)
wetenschap (18)
woede (60)
woonoord (87)
ziekte (149)

tabblad: verhalen

< vorige | alles | volgende >

verhaal (nr. 6260):

Koffie met begrip

Amsterdam, een zomerse dag in mei.
Zullen wij eindelijk iets gaan drinken?, vroeg Vera doodop aan haar zus. Ik kan niet meer, mijn voeten weigeren dienst.
Ok, we hebben het grootste deel van de tentoonstelling toch al gezien! , knikte Ilse instemmend. Zij betraden de met enorme bloemstukken opgesmukte hal. Vol bewondering bleven zij even staan. De aanblik ervan was overweldigend! Ongelooflijk dat mensen zoiets moois konden verwezenlijken. Bijna was Ilse verrukt van de ene afdeling naar de andere gedarteld, om toch vooral niets te missen. Vera had haar echter nog bijtijds aan haar belofte herinnerd.
Eerst koffie!
Ok! Beloofd is beloofd, zuchtte Ilse, terwijl ze Vera naar de selfservice volgde. Toen zij zich bij de lange rij wachtenden aansloten, zag Ilse een groepje mindervalide jongeren naderen. Het waren waarschijnlijk leerlingen van een gehandicapteninstituut. Je kon zien dat zij gewoon waren om met elkaar om te gaan. Een opgeschoten jongen van zo ’n jaar of twintig babbelde in gebarentaal met zijn vriend die in een rolstoel zat. De anderen, die hun maaltijd bij zich hadden, verwijderden zich.
Wat zouden zij elkaar te vertellen hebben?, dacht Ilse, die geïnteresseerd hun sprekende handen observeerde. De lange jongen liep zenuwachtig op en neer, net of hij iets zocht.
Zal ik eens vragen of ik ze kan helpen?, fluisterde Ilse Vera in het oor.
Welnee, zij willen alleen misbruik maken van hun handicap, siste Vera terug.
Hoe kom je in vredesnaam daarbij? Leg eens uit?, schrok Ilse.
Bij ons in de buurt wonen ook een paar gehandicapten. Eentje gebaart zich tijdens uitstapjes weleens minder handig dan zij is. Zo wil zij medelijden opwekken. Op die manier mocht zij vaak voorgaan aan de kassa. Zij heeft het mij zelf verteld!, zei Vera.
Ongehoord! Maar het wil toch niet zeggen, omdat één gehandicapte mens zo handelt, dat alle mindervaliden profiteurs zouden zijn? Ilse ergerde zich aan de uitspraken van haar zus.
Zij had heel andere ervaringen op dat gebied. Toen zij eens goed rond zich keek zag zij dat ook andere bezoekers de jongens gadesloegen, maar niemand stak een hand uit. Was naastenliefde anno nu soms sinds enige tijd verboden? Vera en Ilse hadden eindelijk een dienblad bemachtigd. Terwijl zij hun bestek erop legden stond de lange jongen plotseling naast Ilse.
Daar heb je het al! Ik heb het jou nog zo gezegd!, bromde Vera verveeld.
Waar heb jij dat vandaan gehaald?, vroeg de jongen in gebarentaal, terwijl hij naar Ilse ‘s dienblad wees.
Kom maar mee. Ik zal het je tonen!, zei Ilse. Zij had in haar jeugd wel vaker met dove mensen omgegaan. Glimlachend gaf zij de jongen het gevraagde. Zijn vriend, die alle gebeurtenissen aandachtig gevolgd had, stamelde enkele dankwoorden.
Zie je nou wel dat zij niet hoopten voor te gaan? Zij zochten enkel een dienblad, merkte Ilse lichtverwijtend op. Haar zus keek even beschaamd, daarna koos ze quasi onverschillig een gebakje uit. De doofstomme jongen wenkte zijn vriend.
Blijf maar staan. Ik neem straks wel voor ons beide. Wijs straks maar wat je hebben wilt!, gebaarde hij. Vera en Ilse waren reeds bij het andere uitstalraam aangekomen. Er heerste een drukte van jewelste. De wachtenden stonden nu al in file tot voor de balie. De doofstomme jongen schoof vlak achter Ilse aan. Hij was bijna aan de beurt, maar waar was zijn vriend nu ineens gebleven? Deze laatste was bijna onzichtbaar tussen de dicht opeen gepakte menigte. Ilse kreeg hem het eerst in het oog. Zij zag hoe hij verwoede pogingen deed om de aandacht te trekken van de lange jongen. Zij tikte deze op de arm en wees hem de vermiste aan. Vera had net haar bestelling afgerekend. Nu zocht zij zitplaatsen. Ilse schonk zich een kop koffie in.
Moet jij ook een bakje troost?, vroeg ze vriendelijk haar gebuur aankijkend.
Twee graag!, knikte hij blij. Terwijl Ilse het apparaat bediende voelde zij ineens de nieuwsgierige blikken van een paar bekende oude dametjes in haar rug prikken. Ze gluurde over haar schouder en zag hoe zij over haar roddelden. Hun ogen spraken boekdelen.
Moet die gekke meid zo nodig opvallen? Waar bemoeit zij zich mee? Laat die jongens zichzelf helpen! Ze kon als het ware hun gedachten lezen. Dergelijke reacties lieten Ilse echter Siberisch koud. Diep in haar hart wist zij dat ze juist handelde.
In welke wereld leven wij toch?, mijmerde ze plots bedroefd. Geven de mensen dan niets meer om elkaar? Moet elk gebaar van hulp of vriendschap meteen achterdochtig afgekeurd worden? Zijn de mensen soms vergeten dat Jezus zei: heb uw naasten lief zoals uzelf?
Ja het was triestig om te moeten constateren dat, hoe groter de stad was, hoe dieper de onverschilligheid er bij de mensen ingeworteld zat. Zelfs haar eigen zus had die microbe reeds te pakken! Nadenkend ging ze bij Vera zitten.
Ben je daar eindelijk? Ik heb mijn dessert al op!
Ik, begon Ilse, hé, kijk nou! De andere minder-validen komen de twee achterblijvers zoeken! De groepsleider zei dat het tijd was om op te stappen.
Wij hebben net ons drinken en willen er even van genieten!, mopperde de rolstoelgebruiker nogal luidruchtig.
Gelijk heeft ie! Die laat zich er niet onder krijgen hoor!, grinnikte Ilse. De rolstoel stopte net naast hun tafeltje.
Mag ik bij u zitten?, vroeg de jongen. Ga je gang, hier is plaats genoeg!, zei Ilse gastvrij. Vera voelde zich duidelijk niet op haar gemak. Zenuwachtig speelde ze met haar koffielepeltje. Met Ilse had je ook altijd wat!
Op je gezondheid vriend!, lachte Ilse. De rolstoelgebruiker was zichtbaar verrast door haar spontaniteit. Tevreden verzonk hij in gedachten. Eindelijk iemand die normaal tegen hem deed! Terwijl zij even van hun koffie nipten keken Ilse en de jongen elkaar een ogenblik onbevangen aan. Op dat moment stond de wereld voor hen heel even stil. Alles was mooi en goed. Voor Ilse stond het vast: voortaan zouden zij twee alleen nog koffie met begrip drinken!

Schrijver: Laurine Vandepitte, 02-03-2018



Geplaatst in de categorie: maatschappij

Deze inzending is 53 keer bekeken

3/5 sterren met 2 stemmen.



Er is 1 reactie op deze inzending:

Naam:Annejan Kuperus
Datum:11-03-2018
Bericht:Boeiend en interessant verhaal dat ik met plezier heb gelezen en beoordeeld. De titel, KOFFIE MET BEGRIP, moeten wij niet meer los laten en meer in de praktijk (gaan) brengen...!


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)