Inloggen
voeg je verhaal toe

tabblad: verhalen

< vorige | alles | volgende >

verhaal (nr. 6507):

JAARGETIJDEN

De vergelijking tussen onze levensloop en het verloop van de jaargetijden is al zo vaak volledig terecht gemaakt, omdat ze zo veel op elkaar lijken, en het ook tot bepaalde hoogte synchroon loopt. Vanmiddag liep ik door het bos in het gezelschap van mijn honden. En even overzag ik mijn leven. De lente en zomer heb ik wel achter de rug en ik kan mezelf helemaal herkennen in de huidige herfst. Het jaargetijde waarin de natuur zich opmaakt voor de winter.

Ik herinner me dat ik als kind de lente en zomer het mooiste deel van het jaar vond. Lekker lang buiten spelen – heerlijk toch. Bovendien had je toen nog volop de tijd om kind te zijn, waaraan het, denk ik, de huidige jeugd soms ontbreekt. Alles wordt zo gestructureerd voor de jeugd – ze bedenken zelf steeds minder – de creativiteit wordt gesmoord. Al vroeg worden ze bij een of andere sportclub gedropt, mochten ze een beetje aanleg voor of zin in sport hebben, of naar muziekles gestuurd.

Er wordt steeds minder ‘vrij’ buiten gespeeld. Met mijn broers speelde ik blikjesvoetbal. Ieder verdedigde z’n eigen conservenblikje en probeerde die van de ander met de bal (dus niet met de voet – zo ja, dan was er weer bonje) om te kegelen. Cruijff is niet voor niets op straat de grote voetballer geworden die hij is geweest. De echt creatieve voetballers zijn er bijna niet meer. Zo’n Messie komt vast ook uit een achterstandsbuurt, een echte straatvoetballer. Helaas namen wij (mijn broers en ik) op onze weg naar de top ergens de verkeerde afslag. Qua muziekles mochten we onszelf mondharmonica leren spelen. Zelf moest je maar uitzoeken hoe of wat – lekker creatief zijn. Eén van mijn broers en ondergetekende is het nog gelukt ook.
Maar goed om niet teveel af te dwalen, als kind genoot je, en soms zelfs van de winter. Met bulten sneeuw; complete sneeuwbaloorlogen voerden we als kind, en natuurlijk het schaatsen, wat helaas niet aan mij was besteed. Maar als kind had je, althans ik, wel de pest aan de herfst en die net niet echte winters die toen steeds meer gewoon werden. Nee dat kwakkelen past echt niet bij de jeugd.

In mijn twintiger en dertiger jaren ging ik ook nog wel eens naar zo’n warm vakantieland. Ach ja, je had je werk en als je vakantie had en het weer eens verregende, dan besloot je voor de zekerheid het mooie weer het daarop volgend jaar maar tegemoet te reizen. En gedurende die drie weken Griekenland dacht je al gauw – hier zou ik wel naar toe willen emigreren. En na de hele tijd te hebben uitgezeten, had je het wel weer gezien. De hitte verveelt, je wordt zo loom als het weer zelf, en bent weer voor een poos oververzadigd.

En langzaam merk je hoe ouder je wordt, dat de jaargetijden inderdaad het mensenleven weerspiegelen en steeds meer, als de delen van een te sluiten rits, synchroon, in elkaar sluiten. Nu ik niet meer aan het gejaagde arbeidsproces deelneem en het hele jaar door de dag volledig kan consumeren, kan ik zowel de mooie weerdagen als wel de mindere in balans met elkaar brengen – zo bekeken is het een groot voorrecht om op het platteland te mogen wonen, waar nog grote gedeelten niet geasfalteerd zijn en de woonwijken niet alleen maar bestaan uit beton, stenen, autoblik, smerige lucht met ergens weggestopt een zielig parkje waar de honden hun behoeftes kunnen doen.

Hier kun je nog een zijn met de natuur. Ik geniet in de herfst van mijn leven met volle teugen van de herfst. Ach de winderige regenachtige dagen streep je af tegen de stille zonnige zachte herfstdagen, waarop je de mooiste kleurenpracht van het jaar krijgt voorgetoverd. En met je gevoel stemt het overeen. De herfst is jouw eigen herfst geworden en nu die twee samenvallen, voel je de echte samenhang met de natuur.
Ach simpel bekeken is het zo dat een kind om de haverklap nieuwe kleding en schoenen nodig heeft; hij groeit net als het jaar naar zijn hoogtepunt – de zomer?
In alles komt dan een soort van balans.
Als dertiger zoek je naar iemand om je ergens mee te settelen – huisje, boompje, beestje. Er is nog genoeg ruimte om te groeien – ambities genoeg. Als vijftiger heb je alles op de rails, is het volop zomer. Je hebt hopelijk bereikt wat je hebt kunnen bereiken. Als zestiger bereik je de fase van stabiliteit en voorzichtig afscheid nemen en snuffel je aan de herfst. Als zeventiger zit je er volop in, je hoeft niets meer te bereiken, je mag berusten en genieten van al het mooist wat de herfst te bieden heeft. En dan voel je de synchroniciteit, jij bent de herfst zelf geworden. Het klinkt misschien voor degenen die nog niet zo ver zijn melancholiek, maar dat is het niet – het is een soort van herkenning, erkenning en geeft vrede, rust, harmonie.

Tevens besef je en weet je dat het de voorbereiding is op de winter die ooit komt. Hopelijk is dat tegen die tijd ook weer zo’n winter waarvan je denkt, verdorie wat is hij toch mooi – een winter zoals hij behoort te zijn. Ach de tijd is de grote joker in deze, hij laat ons het jaar zien, zoals ook ons leven verloopt in fases – heel mooi.

En wij beseffen dat terdege, maar gelukkig geeft ze aan ons meer tijd, misschien om dat malle mensenkind langzaam te doordringen van het feit dat het leven zo vergaat. De opbloei in de lente tot we eindelijk het eind van het jaar zullen bereiken.
Wie weet – maar wat ik zeker weet is, dat ik zo mogelijk graag nog vele rondjes hoop mee te lopen met alle jaargetijden. Ze allemaal weer eens te overzien, want ik heb ze allemaal lief. Echter de herfst is nu mijn favoriet en mag dat, wat mij betreft, nog heel lang blijven.

Schrijver: catrinus
Inzender: C.A. de Boer, 18 nov. 2019


Geplaatst in de categorie: emoties

3,0 met 2 stemmen 99



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)