Inloggen
voeg je verhaal toe

tabblad: verhalen

< vorige | alles | volgende >

verhaal (nr. 6534):

CHI OF LEVENSKRACHT

Een dromerig jongen die zich veel in de natuur ophield, omdat hij die zo mooi en verwonderlijk vond, vroeg zich af hoe het toch mogelijk is dat alles wat er is – is, en ook nog eens zo mooi en zo doordrongen van die oerkracht om te willen zijn. Hij begreep het niet precies en dus bedacht hij de zonderlinge kluizenaar, die halverwege de berg woonde en daar zijn eenvoudige leven leidde, te bezoeken. Hij vermoedde dat die er meer over wist.

Hij vroeg aan de man: ‘Waarom heeft u zich eigenlijk zo teruggetrokken – houdt u niet van ons mensen?’
‘Nee, dat is het niet jongen, ik hou juist heel veel van de mensen, maar ik hou, net als jij, veel van de natuur.’
‘Maar die is er toch ook beneden in het dorp?’
‘Ja, dat zou kunnen, maar de mensen houden over het algemeen iets minder van de natuur dan ik. Ze zien niet wat ik zie. Als ik zie hoe ze soms met haar omgaan, word ik verdrietig en dat wil ik niet en hier kan ik ook erg rustig nadenken over van alles en nog wat – me bezinnen.’
‘Om heel eerlijk te wezen, zoiets had ik wel een beetje gedacht,’ zei de jongen. ‘Daarom heb ik u ook opgezocht, want ik verwonder me zo over de natuur en vraag me onder andere af, wat het nu precies is wat alles in ons eigenlijk zo doet zijn als wat we zijn.’
‘Dat is nogal een vraag voor zo’n jongeman als jij. Jij bent dan nog wel jong maar je denkt al veel groter en dieper dan menig volwassene. Besef je dat?’
‘Nou nee, maar ik vraag me wel eens af, waarom anderen zich niet die dingen afvragen, die ik me afvraag.’
‘Tsja, daar vraag je mij wat. Ik vermoed dat de mens het te druk heeft met overleven. Hij moet hard werken om het net zo goed te hebben als z’n buren en liefst nog beter.
Maar ze beseffen niet dat het daar niet altijd om gaat in het leven. Of in ieder geval, niet alleen daarom. Velen leven als het gras – het leeft groeit sterft af, is – en is geweest. Maar ook het gras bezit wel levenskracht zoals alles wat leeft. De mens bezit daarentegen ook nog zoiets als spiritualiteit, wat het gras vermoedelijk niet bezit.’

‘Hoe zou u dat willen omschrijven – spiritualiteit.’
‘Beste jongen, daar hebben velen mogelijke meningen over, maar naar mijn persoonlijke mening is het hoe je staat tegenover het hogere, het geestelijke, het onbekende. Hoe jij dat voor je ziet of voelt. Sommige mensen interesseert het niets, maar anderen zoals jij wel, en dat uit zich in het zichzelf afvragen, hoe alledaagse, niet alleen materiële verschijnselen ontstaan of in elkaar zitten.’

‘Maar u kunt mij dat vermoedelijk wel vertellen,’ merkte de jongen op. ‘Helaas, ik heb de wijsheid ook niet in pacht jongen, maar mijn gevoel vertelt me, hoe het vermoedelijk ongeveer in elkaar zit. Spiritualiteit is echt een individueel iets. Maar ik wil wel mijn inzichten met jou delen en dan moet je zelf maar weten wat je ermee doet.
‘Weet je ik vergelijk het wel eens met een hele hoge berg. Op de top van de berg is een bron vol levenswater die van de berg afstroomt en alles voorziet van water, dat water kun je zien als de ‘levenskracht’. Dat wat ons allemaal laat leven, wat ons mogelijk de schoonheid van de natuur schenkt en waarvan wij mogen genieten. Het feit is dat veel mensen het dus wel zien, maar het spirituele aspect niet ervaren, terwijl het een groot wonder is natuurlijk. Maar er zijn dus ook mensen als jij die spiritueel meer ontwikkeld zijn en op zoek gaan naar die bron. Maar het zit wel-degelijk in iedere mens. Niet voor niets zijn er zoveel geloven en levensfilosofieën.’
‘Van die levenskracht, snap ik. Alles is doordrenkt met water uit die bron en alles en iedereen heeft het in zich, dat is me nu ook duidelijk. Maar waar komt dat water met die levenskracht vandaan?’

‘Dat is de cruciale vraag. Mijn idee daarover is dat het een gift is vanuit het universum, zeg maar de hemel, van het Al of God of hoe je het maar noemt. Het is een stukje van zijn eeuwigheid en heerlijkheid, waar wij op mogen teren. Wij zijn hier min of meer mee begiftigd.’
‘Maar hoe moet ik dat dan precies zien?’
‘Ik zal het je tonen, hoe je het moet zien. Kom maar mee naar buiten.’ ze liepen naar buiten en de kluizenaar ging naast de jongen staan met hun ruggen naar de zon. Toen wees de man hem op hun schaduw, die dat deed wat zij ook deden. Wat in wezen een stukje van henzelf is.
‘Snap je, zo is met het water in de bron ook – het is ook een schaduw van het Al van God en aangezien die bron alles met water en levenskracht doordrenkt, zijn ook wij doordrenkt met een sprankje goddelijkheid. Hij laat ons misschien even voelen hoe eeuwigheid aanvoelt.’

‘Maar waarom doet hij dit nu allemaal, want wij gaan niet eeuwig mee?’ ‘Ach, dat weet ik ook niet, daar ben ik nog steeds mee bezig om dat te overdenken. Maar weet je als wij dood gaan, en zoals we dan zeggen, – het tijdelijke voor het eeuwige verwisselen, dan komen we het vanzelf te weten. Dat is wel heel gemakkelijk zul je denken, maar echt, ik ga er vanuit dat we dan de bron zullen bereiken en dat Hij daar zal zitten wachten en ons vast wel zal uitleggen en verklaren over het hoe en waarom. Daar ben ik zeker van.’ De jongen ging weer huiswaarts met genoeg stof ter overdenking en riep naar de kluizenaar: ‘Tot ziens, ik kom zeker terug.’ ‘Je bent welkom,’ zei de man.

Schrijver: catrinus
Inzender: C.A. de Boer, 4 jan. 2020


Geplaatst in de categorie: filosofie

2,0 met 1 stemmen 101



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)