Inloggen
voeg je verhaal toe

tabblad: verhalen

< vorige | alles | volgende >

verhaal (nr. 6702):

Kolonel Henk Mortier ziet ze vliegen

'Psst, Marie, daar zit hij, is het geen plaatje?', fluistert Melanie Hamstergat. 'Stoot me toch niet zo hard aan, wil je? O, bedoel je die breedbekkikker, die boven iedereen uit zingt?', fluistert Marie Pikhouweel terug. 'Ja, die spetter met zijn donkere snor!', beaamt Melanie, terwijl ze brandt van verlangen, tussen haar benen. Dominee Loes Prikpoes preekt over Daniël in de leeuwenkuil, die door een engel gered wordt. Ze vergelijkt die leeuwen met het coronavirus. Ze hoopt dat er voor velen een engel komt, die de levensgevaarlijke dreiging wegneemt. Helaas gebeurt dat bij duizenden mensen niet, maar ze roept iedereen toch op om in de goddelijke wonderen te blijven geloven. 'Laten we bidden voor de vele Amerikanen, die momenteel het slachtoffer van die vreselijke ziekte zijn!', zegt ze met haar zachte en milde stem, 'en alle mensen elders, waar het virus zo genadeloos toeslaat!'. 'Hij kijkt naar je!', fluistert Marie tegen Melanie. Melanie kijkt onverschrokken terug en ze durft zelfs naar hem te knipogen, maar dat lijkt Kolonel Henk Mortier niet te zien. Na de dienst wordt er koffie gedronken. 'Kom op nou, stap gewoon op hem af, verzin iets!', pusht Marie. Daarna loopt Melanie op Henk af. Henk volgt haar bevallige vormen en verwelkomt haar met zijn meest charmante glimlach. 'Hoe vond je de preek?', vraagt Melanie, terwijl ze haar sierlijke borstenpaar bijna tegen hem aandrukt. 'Matig!', zegt Henk, 'ik heb haar wel eens beter horen preken!'. 'Mag ik vragen wat je beroep is?' 'ik ben kolonel bij de artillerie, hier in 't Harde, en wat doe jij?' 'Ik ben kunstschilderes en ik heb momenteel een expositie in Kasteel Zwaluwenburg, hou je van kunst?' 'Zeker weten, vooral van Henk Helmantel, ik heb drie originele schilderijen van hem!' 'Mag ik die een keertje komen bekijken?' 'Schikt het nu? Dan gaan we meteen! maar dan wil ik jouw werk ook graag bewonderen!' 'Dat kan morgen wel als je tijd hebt!' 'Dan werk ik, maar woensdagmiddag is prima!'. Melanie en Henk verlaten de Maranathakerk en even later rijden ze naar Henk's landhuis aan de Bovenweg 7. Melanie vergaapt zich aan het grote huis en de originele Helmantels. Ze ziet zijn onderscheidingen en een foto van hem tijdens zijn bevordering tot kolonel. 'Heb je ook echt gevochten?', vraagt Melanie. 'Jazeker, in Afghanistan, maar daar praat ik liever niet over!' 'Was dat zwaar dan?' 'Dat ook, maar ik heb daar enkele manschappen verloren door een bermbom van die Taliban-ratten!' 'Ach, vandaar!' 'Hoe je van een borrel?' 'Heb je wodka?' 'Zeker weten, met ijs?' 'ja, graag!'. Ze belanden samen op een leren bankstel en de rok van Melanie schuift steeds verder omhoog. Beiden willen hetzelfde en dat weten ze. 'Hmm, lekkere wodka, Russisch?', vraagt Melanie met een diepzwoele stem. 'Fins!', antwoordt Henk, die op het punt staat om aan te vallen. Melanie glijdt heel subtiel met het geile puntje van haar tong langs het glas en haar rode slip is al een beetje zichtbaar. Henk houdt het niet meer en hij gluurt onophoudelijk bij haar bloes en beha naar binnen. Ineens lijkt Cupido hen beiden in het hart te treffen en storten zij zich op elkaar als uitgehongerde wolven. Hun tongen glijden vliegensvlug langs elkaar en zij proeven elkanders speeksel. Ze verkennen elkanders gehemelten en gebitten. Soms tikken sommige tanden als schermzwaarden tegen elkaar aan. Henk zit al met zijn hand in haar slip te graaien en zij wrijft over zijn kruis met het gezwollen lid. Dronken van de passie trekken ze hun kleren woest van hun hunkerende lichamen. Henk zuigt en likt eindeloos aan haar fiere, stijve tepels en Melanie friemelt aan zijn kanonsloop, die in positie wordt gebracht. Bij het zien van haar ronduit geopende liefdesgrot, omringd met weelderig zwart schaamhaar, duwt hij zijn erectie tot ver in haar soppende wondergrot. 'O Henk, wat lekker! dit is goddelijk, ga door! O kerel toch, wat zalig!', kermt Melanie door de steriele huiskamer. Henk kan niets meer zeggen, alleen maar grommen, kwijlen en doorstoten. Hij geniet enorm van haar schuddende tieten en haar gesloten ogen met natte haarslierten ervoor. Ze komen beiden op hetzelfde moment klaar. Heftig gekreun en zalig nahijgen en uitpuffen. 'Dit gaat Marie nooit geloven!', denkt Melanie in opperste staten. 'Kom, dan maken we de fles wodka even leeg!', is alles wat Henk nog zegt. Melanie probeert nog wat te praten, maar hij is ineens helemaal dichtgeslagen en afwezig. Ze probeert hem nog wat aan te raken en te strelen, maar hij wijst alles af en hij gebaart haar om weg te gaan. Melanie begrijpt er niets van, maar ze trekt gehaast haar kleren aan en ze verlaat het huis. Buiten ziet ze hem nog zitten, als een hoop ellende met een sombere, gebogen houding. 'Dat was misschien niet zo'n goed idee!', denkt ze nog, 'want hij reageert wel heel neerslachtig!'.

Op maandagmiddag op de militaire kazerne op de Woldberg, die ook wel de Wolbarg, de Knobbel, de Knoebbel en de Eper Tepel wordt genoemd, een heuvel van pakweg 61 meter hoogte, baant kolonel Henk Mortier zich een weg naar de wapenopslagkamer. Daar pakt hij twee mitrailleurs, twee handwapens en vijf granaten. Die stopt hij in een juten zak, waarmee hij ongemerkt de bossen in gaat. Sergeant Willem Vizier is de enige, die hem met die jutezak op zijn rug ziet weglopen. Dat is vreemd, want er is over een half uur een oefening gepland, waarbij kolonel Henk de leiding heeft. Na een half uur is er geen spoor van Henk te bekennen en vertelt Willem wat hij gezien heeft. Kapitein Feike Schot besluit om de oefening te staken en op zoek te gaan naar kolonel Henk, die wel heel erg vreemde manoeuvres maakt. De soldaten gaan in groepjes van vier het grote terrein verkennen, sommigen in een jeeps. Rond zes uur is Henk nog niet gelokaliseerd. Henk heeft inmiddels ergens een diepe kuil gegraven en zijn mitrailleurs klaar gelegd. Hij rookt een Gauloises sigaret zonder filter, terwijl hij de horizon afspeurt. In de verte ziet hij een groepje soldaten naderen. Hij zet één van zijn mitrailleurs op scherp en hij dooft zijn sigaret. De soldaten naderen niets vermoedend de scherpschutterskuil van Henk. Zodra Henk ze alle vier goed in het vizier heeft, haalt hij de trekker over en klinkt er een hels kabaal. Drie soldaten vallen onmiddellijk neer en staan niet meer op, maar de vierde soldaat weet te vluchten, al krijgt hij nog wel een kogel in zijn zij. De andere groepen zijn gealarmeerd en rennen naar het mitrailleurgeknetter. De geraakte en gevluchte soldaat wordt door zijn kameraden opgevangen en hij vertelt hun, dat ze door een verborgen schutter beschoten zijn. 'Mijn drie groepsgenoten zijn gedood!', schreeuwt hij in volle paniek, 'het is kolonel Henk, ik zweer het jullie, hij is helemaal doorgedraaid!'. De soldaten besluiten zich terug te trekken om met kapitein Feike te overleggen. Feike besluit dat dit een interne gelegenheid is en dat er geen marechaussee of politie bij betrokken wordt. 'Mannen, kolonel Henk heeft drie soldaten vermoord en dat is bittere ernst, we zullen hem moeten omsingelen en uitschakelen, als het kan zonder hem te doden, maar het mag duidelijk zijn, dat hij momenteel een groot gevaar voor ons vormt. Iedereen die dat wil, kan zich bij mij melden voor deze bijzondere operatie. Bovendien is dit top secret en mag dit niet naar de buitenwereld uitlekken. Dus nogmaals, wie dat durft en wil, die kan van mij een wapen krijgen en hier aan meedoen. Ik voer het bevel en over tien minuten vertrekken we!', roept Feike zelfverzekerd. Bijna iedereen doet mee, op enkele gewetensbezwaarden na, die het maar raar vinden om op hun eigen kolonel te gaan jagen. De locatie van Henk is ongeveer bekend en Feike is van plan om hem van vier kanten aan te vallen. Er worden geen voertuigen gebruikt, omdat die hun aanval zouden verraden. Er wordt met scherp geschoten en niet met losse flodders. De soldaten plassen bijna in hun broeken van de angst en de ernst. Henk moet worden uitgeschakeld, maar het liefste zonder hem te doden.

Kolonel Henk Mortier verwacht natuurlijk ieder moment te worden aangevallen en hij is daarom extra op zijn qui-vive. Ineens gaat zijn mobiele telefoon over. 'Verdomme! Kutapparaat!', brult hij. Het is Melanie, die zich zorgen over hem maakt. 'Trek je het nog wel?', vraagt ze, 'zou je niet eens met een psychiater gaan praten?'. 'Het gaat prima met me, lekker dier!', antwoordt hij nonchalant, 'ik heb me warmpjes ingegraven en de Taliban-ratten sneuvelen bij bosjes!'. Daarna klikt hij haar weg en trapt hij het apparaat stuk. Er heerst een doodse stilte en hier en daar fluit een vrolijke vogel. Het enorme schietterrein met de waarschuwingsborden 'Levensgevaarlijk Schietterrein' is inmiddels inderdaad levensgevaarlijk geworden en dan met name voor de soldaten, die daar trainen. 'Eens kijken of ik nog meer van die Taliban-ratten kan uitschakelen!', denkt Henk, die toch nog maar een Gauloises heeft opgestoken. Aan de linkerkant ziet hij wat bewegen. Iemand snelt van boom naar boom. In een fractie van een seconde weet Henk hem neer te schieten. Daarna volgen er enkele schoten richting hem. Hij blijft een tijd gebukt zitten, totdat hij het aan de rechterkant hoort kraken en hij vliegensvlug omhoog stuift om het gevaar te bevechten. Met een pistool knalt hij iemand neer. 'Hoera! weer een Taliban minder!', roept hij. Hij grijpt naar een mitrailleur en hij vuurt op twee of drie aanvallers met de geweren naar hem gericht. 'Geef je over, kolonel Henk, we begrijpen dat je in de war bent, maar dit is zeker niet de oplossing, er is een psychiater-onderhandelaar onderweg, wees verstandig, want je bent aan alle kanten omsingeld en je maakt geen schijn van kans!', schreeuwt kapitein Feike door een megafoon. Er is helemaal niemand onderweg, maar dat hoeft Henk niet te weten. Overigens gaat Henk nu zelf in de aanval en sluipt hij zigzaggend richting een groepje soldaten, die ineens een handgranaat voor hun kiezen krijgen. Drie soldaten sneuvelen en één is zwaar gewond. Henk is inmiddels naar zijn schuttershut teruggekeerd en hij vuurt op enkele soldaten aan de voorkant, die hem in zijn schouder raken. 'Verrekte Talibans!', schreeuwt hij, 'maar jullie hebben me nog lang niet!'. Juist op dat moment wordt er een dodelijk schot uit het geweer van kapitein Feike gelost en wordt Henk in zijn achterhoofd getroffen. Hij is op slag dood en hij valt met een plof naar voren. Her en der komen er soldaten naderbij. De doden worden geborgen en de gewonden worden verzorgd. 'Begraaf hem maar in zijn eigen kuil!', zegt kapitein Feike, 'zo zie je maar waar PTSS toe leidt, wanneer de behandelingen niet aanslaan en de demonen terug keren!'. 'Zal niemand hem missen, kapitein?', vraagt een soldaat. 'Zolang iedereen die hier vandaag bij was, blijft zwijgen, zal niemand hem missen!', antwoordt Feike. 'En de soldaten, die hij gedood heeft dan?', vraagt een andere soldaat. 'Die zijn tijdens de schietoefeningen per ongeluk gedood!', antwoordt Feike voor de vuist weg, 'heeft iemand verder nog vragen?'. Niemand reageert meer. Een week later wordt kapitein Feike door Melanie gebeld. 'Ik vraag me af wat er met kolonel Henk Mortier is gebeurd!', zegt ze, 'zijn huis staat te koop en hij is onbereikbaar!'. 'Dat kan kloppen!', liegt Feike, 'want hij is met ontslag gegaan en niemand weet waar hij naartoe is gegaan!'. 'Jammer dan, want ik had hem zo graag nog een keer gezien!', zegt Melanie teleurgesteld. 'Ja, mevrouw, zo gaan die zaken, militairen zijn vaak onrustige types, maar ik wens u verder een gezellige dag toe!'.

Schrijver: Joanan Rutgers
17 jul. 2020


Geplaatst in de categorie: misdaad

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 19



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)