Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

Carnaval der Dieren

Dit weekend kwamen de kleinkinderen Bennie en Irene weer een keertje langs. Volgens hun moeder moeten de kinderen er zo af en toe even uit, om de bedompte trieste sfeer van de stad ontvluchten.
‘Pa, als de kinderen weer een weekend bij jullie zijn geweest, zijn ze iedere keer weer een stuk levenslustiger. Het worden zo langzamerhand rasechte natuurkinderen.’
‘Ach lieverd, dat wist ik al lang. Appeltjes vallen nooit ver van de boom. Dat soort dingen vererft – echt waar.’

Zodra je ze het erf op ziet lopen. Zie je ze als gesloten bloemknopjes versneld openspringen en hun kopjes als het ware richting de zon keren. Plots zijn het spring-in-’t-veld kinderen, ze rennen even door de tuin als jonge net los gelaten kalfjes en omarmen oma met een ontwapenende hartelijkheid.

‘Het lijkt wel of jullie het carnaval nog in je koppies hebben zitten. ‘Carnaval, wat is dat opa?’ vraagt de altijd nieuwsgierige en leergierige Irene.
‘Dat is feest hè opa. Fonske Smeets heeft me er iets over verteld. Hij komt uit Limburg en woont sinds een half jaar bij ons in de stad.’
‘Inderdaad Bennie, dat is een feest voor de mensen die beneden de rivieren wonen – de katholieken.’
‘Jammer dat wij geen katholieken zijn hè opa,’ merkt de kleine Irene op.
‘Misschien wel, maar misschien ook wel niet. Mensen doen dan echt heel gekke dingen. Veel gekker dan je voor mogelijk houdt.’ Even denk ik weer aan mijn dochter die nou zonder man zit. Zij zag hem er tijdens het carnaval vandoor gaan met een nieuwe liefde.

‘Weet je het is eigenlijk het feest der zotheid. Men doet lekker gek. Met optochten en verkleedpartijen en dergelijke.’
‘Maar dat is toch leuk opa, lekker gek doen?’ zegt Irene.
‘Ja, een beetje wel, maar te gek doen niet. Men kent z’n grenzen vaak niet. Mensen gaan soms ver in hun geestdrift. Dat hebben jullie in de stad ook wel gezien, al die winkels die geplunderd zijn.’

‘Maar dat was ook geen feest, opa.’
‘Nee, dat klopt maar de opwinding was wel een beetje van hetzelfde soort.’
‘Klopt opa, dat was heel erg gek,’ zei Bennie.

‘Weten jullie wie er echt heel goed carnaval kunnen vieren, zoals het hoort?’
‘Nee opa!’ riepen ze in koor. Blijkbaar voelden ze dat er een bijzonder verhaal aan zat te komen.
‘Nou zal ik jullie dat dan eens haarfijn vertellen – dat zijn de dieren.’
‘Ha, die opa. Dieren hebben toch nooit feest?’
‘O ja, zeker wel. In de stad merk je dat niet zo, maar we gaan vanmiddag de natuur in en dan kun je het als je goed luistert, horen en zien.
Carnaval is namelijk ook het feest van de lente. En als er iemand het lentefeest uitbundig viert dan is het de natuur wel, samen met de dieren. Weet je en alle dieren doen mee – wereldwijd. Je kunt het zo gek niet bedenken. In Australië, Afrika en ook bij ons.
‘Maar hoe doen ze dat dan, opa. Wij hebben ze het nog nooit zien doen hè Bennie?’ merkt ze op.
Bennie schudt z’n hoofd ter bevestiging.

Nou het gaat niet zoals bij de mensen dat ze op een dag plotseling in feesten uitbarsten; het gaat geleidelijk aan. Eentje begint en dan gaan ze met z’n allen voorzichtig muziek maken: fluiten en vrolijk zijn en dat wordt steeds uitbundiger. Bomen en struiken komen vol in het blad op de tonen van de natuurmuziek, en sommigen komen al vroeg tot bloei. Bloemen openen hun prachtige knoppen en zo vieren ze met z’n allen de lente en dat gaat door tot in de zomer. Planten en bomen zingen met kleuren en geuren en dieren met geluid. Een prachtig samenspel.’

‘Wie begint als eerste,’ vraagt Bennie.
‘Natuurlijk de leeuw, die begint, omdat hij immers de koning der dieren is. Wij merken er niet zo veel van, want ja dat begint dus in Afrika. De olifant laat ook van zich horen en in Australië de kangoeroes en schildpadden. Kippen, hanen en ezels zijn overal en bemoeien zich er natuurlijk ook mee en dan komt het deze kant verder opwaaien en hoor je de koekoek roepen en vissen bubbelen en konijnen worden onrustig en gaan spelen in de wei en de zwaan drijft en schrijft z’n lied op het water.
Het is een machtig feest, maar omdat het zo langzaam aanzwelt merken veel mensen het vaak niet op. Het gaat van nature.’

‘En dat laat je ons vanmiddag zien?’ vraagt Irene.
‘Nou, een klein gedeelte natuurlijk, want leeuwen en kangoeroes komen hier immers niet voor.
Maar er is een diersoort die je nooit zult horen, omdat die zo afgelegen wonen en dat zijn de brave kamelen die wonen in de woestijnen.’
‘Wat sneu, dat die niet mee kunnen doen,’ zegt Irene.
‘Dat is niet helemaal waar. Ze doen wel mee, maar zijn te ver weg om te horen. Maar toch hebben we veel aan het kameel te danken.’

‘O ja, wat dan opa?’ vraag Bennie.
‘Nou er was een kameel die z’n baas heeft gevraagd om hun lied op muziek te zetten. Die baas die Camiel heet, net als z’n kameel, heeft er een mooi muziekstuk van gemaakt en heeft er tegelijk het hele lentefeest in verwerkt. De leeuw en de kangoeroes, de schildpadden, ezels, de konijnen, vissen, koekoek en de prachtige zwaan – allemaal doen ze mee. Ik zal wel eentje hebben vergeten.’

‘Ha, die opa, je houdt ons voor de gek.’
‘Nee hoor, weet je wat, vanmiddag gaan we de natuur bekijken en beluisteren in het bos en vanavond zal ik jullie dat muziekstuk van die Camiel laten horen.’
‘Echt waar opa, heb je daar een cd van dan?’ vraagt Irene.
‘Ja, echt waar, als ik weer een beetje dat lentegevoel wil oproepen, dan draait ik vaak die muziek.’
‘Wij zijn heel erg benieuwd hè, Bennie.’
‘Nou en of,’ bevestigd hij vol verwachting.

‘O ja, jullie raden nooit hoe dat stuk heet – het heet echt waar “Het Carnaval der Dieren” .’

Schrijver: catrinus
Inzender: C.A. de Boer, 27 mrt. 2021


Geplaatst in de categorie: jaargetijden

4,0 met 3 stemmen 50



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)