Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

Een rare peer in Gaastmeer

Het vredige waterdorpje Gaastmeer blinkt in de zomerzon. Het is een af en aan varen van plezier- en zeilboten. De fanfare Concordia schrijdt over de brug en weet de bewoners en toeristen met wat nietszeggende hoempapa muziek aardig op te vrolijken. Baukje Agema, die de dwarsfluit bespeelt, fluit even uit de toon, omdat ze ziet dat die ondeugende geilaard Wiebren Dijkstra expres in zijn kruis zit te graaien, terwijl zij naar hem kijkt. Ergens beschouwt ze zijn boerse gedrag als een compliment en in haar natte dromen komt hij vaak genoeg voorbij, alleen was hij maar wat minder ordinair en niet zo verdomde seksistisch, dan zou hij zeker wel een kans maken. Wiebren zelf kijkt niet zo nauw en zodra hij de mollige Tietske Postma met de bekkens aan ziet komen, begint hij alweer in zijn kruis te krabben. Tietske's imposante melkfabrieken zijn alom bekend in dorp en omstreken. Zodra zij bij Wiebren is, roept hij: 'Sla ze niet plat, want dat zou zonde zijn!'. 'Ik sla jou nog een keer plat!', roept zij direct terug. 'Kijk maar uit voor die griet, Wiebren, want ze doet het ook nog!', roept Jelle Eisinga met een vette glimlach en een klein flesje Sonnema berenburg in zijn grote hand met rouwnagels. 'Moet ze eens proberen!', antwoordt Wiebren, 'ik lust haar rauw!'. 'Haar of haar memmen?', reageert Jelle schalks. 'Wat denk je zelf?', zegt Wiebren en beiden sjorren achter de muziekbende aan.

Bij de Pieltsjerke op de Jan Jelles Hofstrjitte 14 wordt een beeld van de de klokkengieters Fokke Bakker en Arjen Timmenga onthuld, de makers van de luidklok uit 1519. Het dorpsbestuur wist verder geen geschikt onderwerp te bedenken, dus kwamen ze op deze klokkengieters uit Leeuwarden uit. Dat deze heren hun klokken in bijna heel Friesland hebben gemaakt, hebben ze bewust genegeerd. De fanfare houdt halt en verstomt, terwijl alle ogen op burgemeester Sietze Buter zijn gericht, die elk moment tot de onthulling kan overgaan. Zijn vrouw Doutze Brea staat erbij alsof zij koningin Maxima is. Met meewarige smeekoogjes loert ze naar zijn aarzelende tronie, terwijl ze de show probeert te stelen door zo elegant en verleidelijk mogelijk in haar dure mantelpak te pronken. Even later wordt haar ijdele pauwengedrag door de brombeerstem van Sietze overschaduwd. Terwijl Wiebren naar de strakke, hoogst sexy billen van Baukje gluurt, wijdt Sietze tot in den treure uit over de illustere klokkengieters. Op het moment supreme wordt er door de drummer Rutger Haaisma een flinke roffel gespeeld. Sietze maakt er een olijke onemanshow van door eerst zelf onder het laken te kijken en een grote O met zijn mond te maken. Hij laat Rutger alsnog een roffel spelen en daarna trekt hij het laken met één ferme ruk eraf. Sommigen beginnen van enthousiasme te joelen en bijna iedereen is aan het klappen. Bijna iedereen, want een duister heerschap, die van een plezierboot op de feestdrukte is afgekomen, staat bewegingloos het evenement te aanschouwen. Het is Gerrit de Lange, de serieverkrachter uit Koekange.

Rond middernacht, wanneer de wolven rond Gaastmeer beginnen te huilen, wordt de vrouw van boer Douwe Nanninga, de rijzige, welgevormde blondine Hubertsje Nanninga, achter de Attema Sate op de Yntemapolde 2, waar ze woont, door een gemaskerde op brute wijze verkracht. Door de angst en de shock is zij helemaal dichtgeklapt en nadat de botte verkrachter wegsnelt, kruipt zij als een zwaargewond dier naar een donkere plek onder een aanhangwagen. Daar blijft zij ongezien roerloos liggen. Ongeveer een kwartier later slaat de onbekende verkrachter weer toe en neemt hij Baukje Agema te pakken, die nog even buiten een sigaretje rookt. Ook deze keer gaat de satanische verkrachting met grof geweld gepaard. Terwijl Baukje die onverwachte prikker in haar niet echt tegenstribbelende gleuf op en neer voelt gaan, zegt zij hijgend: 'Ik weet wel dat jij het bent, Wiebren, ik heb wel gezien hoe jij in jouw kruis zat te krabben!'. De verkrachter achter het masker gromt alleen maar wat en gaat er na zijn wandaad als een haas vandoor. 'Toch is Wiebren niet zo lang!', denkt Baukje even, 'maar dat zal wel door de duisternis komen.'. Niet veel later is het derde slachtoffer aan de beurt. Terwijl Tietske Postma na een feestje in Workum nietsvermoedend door de straat op weg naar huis fietst, wordt zij ineens van haar fiets gerukt en belandt zij in de greppel, waar de schurk met het masker meteen de kleren van haar angstige lijf rukt. 'Ik weet wel dat jij het bent, Siebren!', schreeuwt zij, 'maar dit wordt jouw ondergang, gore smeerlap!'. 'Bek dicht en meewerken!', zegt een donkere, vervormde stem. 'Je klinkt anders, maar ik weet heus wel dat jij het bent, vuile klootzak!', schreeuwt zij. Via het gat op de plek van de mond zuigt de man aan haar malse tepels, terwijl hij van onderen als een wilde tekeer gaat. 'Wat ben jij toch een stom rund, Siebren, ik ben geen koe, man!', zegt zij om maar wat te zeggen. Na zijn schurkenstreek gooit hij haar in de sloot en fietst hij hard op haar fiets het donker in.

Inmiddels heeft Baukje de politie gebeld en beweert zij ondanks het masker, dat zij door Siebren is verkracht. Ze zegt dat ze zijn ogen herkende, terwijl die nauwelijks te zien waren, maar de politie gelooft haar op haar woord. Dan krijgt de politie nog een melding van een verkrachtingszaak binnen, want boer Douwe heeft zijn vrouw gevonden, maar Hubertsje kan zich niets van de identiteit van de verkrachter herinneren. Dat is anders met Baukje, die niet lang daarna met natte kleren het dorp weet te bereiken. In een mum van tijd is heel Gaastmeer in rep en roer. Nadat Baukje door de politie is verhoord, zijn zij ervan overtuigd dat Wiebren de dader is, maar zij kunnen hem nergens vinden. Tegen het ochtendgloren klinkt er een vreselijke gil uit de Pieltsjerke en iedereen snelt daar naartoe. Koster Tjeerd Tsiis staat voor de kerkingang en heft zijn armen in de lucht. 'De dader heeft zichzelf gestraft!', roept hij tegen de aanstormende politie en dorpelingen. Binnen in de kerk bungelt het ontzielde lichaam van Siebren aan een dikke kerkbalk. Het is de politie meteen duidelijk, dat de dader zichzelf uit wroeging heeft opgehangen. In combinatie met de verhalen van twee van de slachtoffers is de zaak opgelost. Er wordt onmiddellijk aangenomen, dat Hubertsje ook door Siebren is verkracht. Op het moment dat de agenten het lichaam van de balk snijden, klinkt er een ronkende plezierbootmotor in de haven en vaart er even later in alle rust en zonder enige argwaan te wekken een plezierboot richting verre streken. Gerrit denkt: 'Dat was een geniaal idee van mij om die Wiebren van tevoren in die kerk op te hangen om hem zo tot hoofdverdachte te maken!'. Tijdens die gedachte blaast hij de rook van een Marlboro-sigaret uit en tikt hij met zijn vinger tevreden tegen de rand van zijn dampende koffiemok.

Schrijver: Sir Joanan Rutgers
3 juni 2022


Geplaatst in de categorie: psychologie

4.3 met 3 stemmen 44



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)