Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

Het bizarre tragedie in Kasteel Biljoen

De door God volmaakt geboetseerde schoonheidsgodin gravin Isabelle de Blocq de Scheltinga bewoont met veel plezier haar Kasteel Biljoen op Biljoen 1 in Velp, gemeente Rheden. Dat zij van adel is, vindt zij vrij gewoon, want dat komt nu eenmaal door één van haar voorouders, die in de 14-de eeuw tot graaf werd verheven. Dat blauwe bloed vindt zij allemaal goed en wel, maar zij wil vooral als kunstschilderes van betekenis zijn en wat dat betreft zit zij flink in de lift. Vooral in Canada zijn haar schilderijen zeer geliefd en breekt zij recordprijzen. Het kan ermee te maken hebben, dat zij de vrouwelijke erotiek expliciet en uiterst detaillistisch tentoonspreidt. Dat althans gelooft de erudiete kunstkenner en kunstcriticus Pierre Repelaer, die regelmatig lovende recensies over haar avant-garde kunst publiceert. Pierre woont toevallig ook in Velp, in het huis 'Sperata' op de Stationsstraat 42, waar hij talloze schilderijen van grote waarde heeft hangen, van Pieter Paul Rubens tot Marius van Dokkum, van Mary Cassatt tot Marlene Dumas. Van gravin Isabelle heeft hij o.a. 'Kijk maar!' in zijn bezit. Op dat zelfportret bukt Isabelle heel subtiel naar voren, zodat de kijker ruim zicht op haar parmantige, strakke, citroenachtige borsten heeft. De overbodige BH wordt enkel als verleidelijk sierelement gedragen en accentueert als twee aan elkaar gehechte fruitmandjes het sappige, stevige, zoet geurende fruit aan haar bovenlichaam. Overigens is 'Kom dan!' ook in Pierre's bezit. Daarop staat Isabelle met haar sierlijke rug ver gebukt en met haar zalige billen ver naar achteren en omhoog gericht, zodat de kijker ruim zicht op haar vagina en schaamhaar heeft. Over haar billen heeft Isabelle een flinterdun doorkijkrokje geschilderd. Speciaal voor dit schilderij heeft Pierre een pagina vullende recensie in de NRC gepubliceerd. 'Isabelle heeft mij compleet overrompeld met haar gedurfde en diepte-psychologische schilderkunst!', schreef hij, 'zij overstijgt hiermee 'L'origine du monde' van Gustave Courbet vele malen!'.

Op de Van Spaenallee rijdt de kunsthandelaar Maarten van Boecop met zijn deftige vrouw Maaike van Spaen richting Kasteel Biljoen. Ze zijn van plan om een flinke slag te slaan en enkele topstukken van Isabelle aan te kopen. Vooral Maarten verheugt zich al op de ontmoeting met de charmante Isabelle. In de imposante welkomsthal bewondert het chique echtpaar allereerst het levensgrote beeld van een schone nimf en de viervoudige Cornucopia op het plafond. De hoge hakjes van de sexy dames tikken veelbelovend op de donkerblauwe, stenen vloer. Maarten raakt er een beetje door in de war. Ík kom hier om kunst te kopen', denkt hij, 'niet om voor seks te betalen!'. In de Grote, Italiaanse Balzaal op de eerste verdieping hangen de werken van Isabelle keurig op een rij. Maarten en Maaike bewonderen ook de artistieke voorstellingen in de witte stuczaal, zoals de Milvische Brug en de Piramide van Csetius. De Cupido-beeldjes in de lucht krijgen een speciale betekenis voor Maarten, die zijn ogen maar niet van de uiterst verleidelijke Isabelle kan afhouden. Haar exotische parfum bedwelmt hem extra. Hij kan de intrigerende geur niet echt thuis brengen, het is volkomen nieuw voor hem en alleen daarom al wil hij zo dicht mogelijk bij Isabelle in de buurt blijven. Isabelle heeft dat natuurlijk heel goed door, zoals ze ook begrijpt dat die opgewonden Maarten het liefste direct met haar van bil wil. Ze blijven lange tijd voor 'Neem me!', staan, waarop Isabelle zichzelf van onderen heel secuur naakt heeft vastgelegd, terwijl zij aan de bovenkant een korte bontmantel draagt. Maarten kijkt zogenaamd een tijd heel bedenkelijk, totdat hij het hoge woord eruit kraamt: 'Mais qui, deze neem ik zeker!'. Maaike knikt hem goedkeurend toe en Isabelle noteert de aankoop. Vervolgens kopen Maarten en Maaike het schilderij 'Nat tot op het bot', waarop Isabelle zichzelf na een zwempartij in de slotgracht heeft afgebeeld. Maarten kijkt zo dicht mogelijk naar de stijve tepels, die fier overeind staan en qua optisch bedrog uit het doek spatten. 'Er gaat echter niets boven de echte exemplaren, dat begrijp je toch wel hé!', zegt Isabelle met een vette glimlach. 'Zit die loopse snol mijn man nu openlijk te versieren?', denkt Maaike jaloers. Terwijl Maarten en Maaike het schilderij 'Vol overgave' bekijken, belt Isabelle even met haar hartsvriendin, barones Ingrid van der Lely van Oudewater, die in 'De Wartburg' op Boulevard 11 in Velp woont. Ingrid heeft grote goesting om langs te komen en verder te poseren voor het naaktschilderij wat Isabelle van haar aan het maken is. 'Ik heb nu wel twee klanten op bezoek, maar die zijn wellicht over een half uurtje vertrokken!', zegt Isabelle, terwijl ze even naar de reactie van Maarten en Maaike kijkt. Zij knikken haar vriendelijk toe. 'Nou, lieverd, tot over een half uurtje dan en ik neem een lekkere Chablis voor ons mee!', zegt Ingrid blij en liefdevol.

Bij de 12-de eeuwse kerk Oude Jan op de Kerkstraat 56 loopt Pierre Repelaer de strenge dominee Jeroen Lüps tegen het nukkige lijf. 'Zo, min mannetje, ga je nog steeds door met de loftrompet te steken voor die goddeloze sloerie met haar vunzige, vulgaire schilderijen, dat mens is niets anders dan een goedkope hoer met een kwast!', bromt dominee Lüps. 'En dat noemt zichzelf een zielenherder, pff, laat me niet lachen, schertsfiguur, je hebt geen drol van Jezus begrepen!', snauwt Pierre terug. 'Brutalen hebben de halve wereld, hé, oppervlakkig recensentje!', roept dominee Lüps denigrerend naar Pierre, die snel bij de negatieve kemphaan uit de buurt gaat. Pierre steekt nog wel even zijn middelvinger naar hem op. 'Wel, godver...!', klinkt het uit de breedbekkikkerbek van Lüps. In Kasteel Biljoen vlot het niet geheel naar de zin van Maaike, want nadat zij naar het toilet is geweest, betrapt zij Maarten en Isabelle in een innige liefdespose met elkaar. Maarten hangt zijn gieter niet alleen boven de volop geopende bloem van Isabelle, maar hij stopt hem er ook helemaal in. Door de wederzijdse, seksuele opwinding hebben zij niet in de gaten, dat Maaike hen heeft betrapt. Maaike glipt meteen weer weg en zij spoedt naar de keuken, waar zij het grootste mes grijpt, wat zij kan vinden. Voor de zekerheid neemt zij ook nog een dikke koekenpad mee. Terug bij het vrijende paartje hakt zij er meteen op in. Maarten krijgt een klap met de koekenpan en hij kijkt verdwaasd om zich heen. 'Ma-ma-maar Maaike, wa-wa-wat doe je nu toch?', sputtert hij tegen. 'Idiote teringtrut!', krijst Isabelle, 'rot op mijn huis uit!'. 'Jij geile lokeend!', krijst Maaike terug, 'hier ga je voor boeten!'. Terwijl Maaike Pierre opzij duwt, steekt ze het lange mes tot aan het lemmet door de keel van Isabelle. Het bloed spat alle kanten op en ook de mooie, schattige, legendarische borsten van Isabelle worden ermee besmeurd. 'Ga jij ook maar pleiten!', krijst Maaike tegen een duizelige Maarten en zij steekt het lange mes nu door zijn keel. Opnieuw spat het bloed alle kanten op en vermengt het zich met het bloed van Isabelle. 'Zo zijn jullie eindelijk goed verenigd!', zegt Maaike, 'even door elkaar mengen en dan maak ik daar een wereldberoemd schilderij van!'. Dat doet zij niet, maar zij smeert het vermengde bloed wel op alle schilderijen in de Grote Balzaal.

De voordeurbel gaat en Maaike kijkt angstig om zich heen. 'Gatverdamme, wie zullen we daar nou hebben?', bromt ze. Het is barones Ingrid, die verbaasd naar Maaike kijkt, wanneer zij de deur opent. 'Kom snel naar binnen!', roept Maaike, 'er is iets ergs gebeurd!'. Maaike slaat de deur keihard achter Ingrid dicht en zij gaat haar voor naar de plaats delict. Eenmaal daar laat zij Maaike eerst volop hysterisch krijsen, waarna zij het lange mes ook diep in haar keel steekt. Opnieuw spat het bloed aan alle kanten door de lucht. Maaike heeft weet van de mysterieuze Anna Nijhof, die in het water rond Kasteel Biljoen is verdronken en die hoogstwaarschijnlijk door haar man, de kasteelheer, is verdronken. Die kasteelheer was mogelijk de schrijver Mark Prager Lindo, die op 24 juli 1844 in Arnhem met Johanna Nijhoff was getrouwd, de dochter van de uitgever Isaac Anne Nijhoff en Martina Cornelia Houtkamp. Op 20 september 1848 werd hun zoon Jack geboren, die ingenieur werd. Mark was docent aan het Stedelijk Gymnasium Arnhem en onderwijsinspecteur. Mark heeft Anna bij de Chinese Brug op het landgoed van Kasteel Biljoen ontmoet en het was meteen heftige passie tussen hen. Of Anna en Johanna dezelfde zijn, is onduidelijk. De gegevens zijn door de schrijver Josef Cohen opgetekend en die blijft er nogal vaag over. Hij heeft het volksverhaal niet weten te verduidelijken, maar hoe dan ook, de geest van de ongelukkkige en vermoorde Anna of Johanna spookt nog steeds rond het kasteel in in de slotgracht. Zij lokt jongemannen het water in. 'Maar ook een oudere man als Maarten en deze twee gekke wijven!', denkt Maaike, die de ontzielde lichamen van haar slachtoffers in een bootje sleept. Midden in de slotgracht rolt zij de lichamen overboord. Er klinkt drie keer een gedempte plons.

Terwijl Maaike langzaam maar zeker tot bij haar zinnen komt, realiseert zij zich de vreselijke kwaadaardigheid van haar misdaad en begint zij enorm veel van zichzelf te walgen, maar in haar nog steeds niet helemaal uitgewoede zinsbegoocheling schrijdt zij als een zombie naar de Grote Balzaal en steekt zij alle schilderijen in de fik. Even later ontvlucht zij het brandende kasteel en rijdt zij met de Saab 900 naar het oude kerkhof van Velp aan de Reinaldstraat. Het wordt al donker en zij dwaalt daar wat rusteloos en somber op rond, totdat zij bij het mausoleum van de schrijver en ondernemer Franciscus Johannes Hallo blijft staan. Zij leest 'Grafstede van F.J. Hallo' en zij zakt door haar vermoeide knieën. Zij kruipt naar de deur van het grafhuisje en zij bonkt op de deur. 'Hé Hallo? Hé, hállo!', roept zij getergd en tot volkomen waanzin gekomen. Zij denkt werkelijk dat meneer Hallo ieder moment aan de deur kan verschijnen. In feite ligt meneer Hallo hier niet begraven en is hij in Coburg begraven. Zijn tweede vrouw is hier wel begraven, drie jaar voor zijn eigen overlijden in 1879. Meneer Hallo was eigenaar van het immense kasteel Bat-Ouwe-Zate in Nijmegen en van Kasteel De Cannenburch. Zodra de duisternis de overhand biedt en Maaike nog nauwelijks de contouren op het kerkhof kan waarnemen, slaat zij haar achterhoofd wild tegen de deur van Hallo's mausoleum, waar hij dus niet in ligt, en steekt zij het lange mes vervolgens met één stevige beweging ver in haar hevig kloppende keel. De mijmerende Pierre, die toevallig wat over het kerkhof wandelt, vindt enkele minuten later haar ontzielde lichaam en wat er allemaal aan tragedie aan haar vastkleeft.

Schrijver: Sir Joanan Rutgers
17 mei 2024


Geplaatst in de categorie: misdaad

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 5



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je e-mailadres voor anderen in beeld verschijnt)