Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

KOPPIG ZAAD

In de kruin van de hoge pijnboom stoof er flink wat heen en weer. Piepklein mannelijk en vrouwelijk leven krioelde door elkaar. Er ontstond zo heel wat zaad.
In grote wolken zweefden talloze korreltjes door het grote bos. Stuk voor stuk vielen ze op de grond om daar eens zelf bomen te worden. Maar dat ene zaadje "Kopstuk" wilde blijven reizen en wenste zich niet neer te leggen.
De feeën van het woud vatten zijn gedachten en willigden zijn wens in. Door hun toverkracht vloog Kopstuk uren lang over bomen en weiden, kwam in de stad.
Kopstuk lag tussen de bloemen van een kleine huistuin.
"Nee, ik voel me hier niet op mijn gemak," zuchtte het pijnboomzaadje. Enige dagen en nachten lag Kopstuk te kniezen.
Op zekere morgen kwam mevrouw des huizes er met een grote bloempot aan, schepte er wat aarde in. Toevallig kwam Kopstuk ook in die pot terecht. Enige uren later lag hij weer in het bos. Mevrouw had wat van haar tuinaarde met bosgrond vermengd. Door het werk met het handschepje was Kopstuk uit de pot gegooid.
"Ach, ach, weer in mijn oude bos," klaagde het zaadje. Ik wil niet wegzakken in de grond, maar meer, steeds meer zien."
Kennelijk hielden de bosfeeën hem ook nu weer in de gaten. Als vanzelf vloog Kopstuk de lucht in, over het bos, over wijde velden.
"Nee, hier wil ik ook niet terecht komen," mopperde hij.
Het werd donker. Almaar verder en verder ging het, de hele nacht door. Onheilspellend duister gaf vele vragen zonder antwoord. Beneden klonk geklots van reusachtige golven. De zee liet een brullende storm horen. Kopstuk maakte allerlei buitelingen in de razende wind. Sneller dan naar zijn zin werd hij voort geduwd. Wat verlangde hij opeens om nu rustig op de aarde te liggen...
Hij viel naar beneden. Woedend schuim wachtte hem op... Maar Kopstuk kwam toch op vaste grond terecht. Om hem heen klonk het geluid van zwiepende takken.
"Ai, wat voel ik me naar! Opeens barst ik aan alle kanten open!"
Kopstuk viel in een diepe slaap. En bleef heel lang buiten bewustzijn.
Op een zonnige dag ontwaakte hij stomverbaasd.
"Je bent een echt plantje geworden," fluisterde de zachte wind hem in.
Trots keek Kopstuk om zich heen. Tegelijk schrok hij erg.
"Wat is dat, al die reusachtige struiken om mij heen? Zullen ze steeds groter worden en mij dan verdrukken? Vreselijk! Wat staat mij te wachten?"

Vele jaren waren verstreken. Op het kleine onbewoonde eiland stond een hoge pijnboom. Hij was ook de enige boom op het eilandje. Verder stond er alleen een groot dicht bos van struiken.
"Wat ben ik toch eenzaam," jammerde Kopstuk, de pijnboom. "Wat heb ik aan die nietige struiken beneden mij? Verder kijk ik alleen maar uit over die eindeloze zee..."
Er kwamen grote kano 's aangevaren. Bewoners van naburige eilanden waagden zich dikwijls op zee met hun lichte vaartuigen.
"Wat staat daar voor een bijzondere boom!" riep een van die mensen. "Die komt op ons mooie grote eiland helemaal niet voor!"
Spoedig lagen de kano 's op het strand. De mensen liepen door het bos van struiken, stonden rondom de boom, die voor hen zo wonderlijk was.
Wat voelde Kopstuk zich vereerd.

Later kwamen de mensen van het andere eiland dikwijls terug. Want ze hadden ontdekt dat hier veel vruchten te vinden waren. Ja, al die struiken van dit eilandje waren vol heerlijk en gezond fruit.
Kopstuk blies zijn verkwikkende adem over de plukkers heen.
"Ik ben hier de trotse eenling," fluisterde hij. "Aan het zweven van eens heb ik geen behoefte meer. Vaak word ik door mensen bezocht en dat is mijn geluk."

Schrijver: Han Messie
12 maart 2026


Geplaatst in de categorie: reizen

3.0 met 1 stemmen aantal keer bekeken 10

Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je e-mailadres voor anderen in beeld verschijnt)