Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

De liefdesverklaring van graaf Wouter van Boulogne

Gravin Eléonore van Gavere windt haar minnaars om haar vinger en zij vindt het heerlijk om de poppen aan het dansen te brengen. Met een waarlijk sadistisch genoegen speelt zij haar minnaars tegen elkaar uit. Die almachtige houding maakt haar op een perverse wijze supergeil. Wanneer zij hartgrondig lacht, dan lacht zij met haar grote schaamlippen. Niet vulgair, maar wel uitbundig. Toch is zij dan in de beleving van haar minnaar, graaf Wouter van Boulogne, wel degelijk een kuttenkop in extreem dure kledij, maar wel een kuttenkop, waar hij niet los van kan komen, die hij net als de meeste vrouwen op aarde waanzinnig veel bemint. Eléonore bewoont het Maloukasteel op de Stokkelsesteenweg 0 in Sint-Lambrechts-Woluwe, waar zij zichzelf met veel weelde en gemakken omringt. Haar butler op leeftijd Pepijn Remi zorgt ervoor dat het haar aan niets ontbreekt. Pepijn heeft nog voor koning Boudewijn en koningin Fabiola gewerkt. Hij kent de kneepjes van het vak maar al te goed. Wouter bewoont het Kasteel 't Hof van Brussel op het Heilig-Hartplein 10 in Sint-Lambrechts-Woluwe. Daar verzamelt hij vooral originele naaktschilderijen van de grote meesters, zoals van Peter Paul Rubens, Edgar Degas, Egon Schiele, Pierre-Auguste Renoir, Gustav Klimt, Isaac Israëls, Gustave Courbet en Alphonse Mucha. In een afgesloten kamer hangen foto's van naakte vrouwen, zoals van Elja Trum, Sally Mann, Nan Goldin, Henriette van Gasteren, Carla van de Puttelaar, Bieke Depoorter, Ruth Bernhard, Anne Brigman en Quintalle Nix. Deze fotocollectie heeft hij enkel nog met zijn vriendin, barones Renée Noethaeckx, gedeeld. Hij bewaart de toegangssleutel in de bek van een opgezette leeuw. Renée woont in het art-nouveauhuis op de Kruisdagenlaan 21 in Sint-Lambrechts-Woluwe. Dat is op de bovenste verdieping met zes ramen aan de voorkant. Wouter is helemaal verkikkerd op haar, want zij straalt één en al kunstzinnigheid uit en zij weet zelfs meer van kunst dan hij. Voor hem is zij een levend kunstwerk en hij adoreert haar bovenmate. Sinds hij haar eens in een witte doorschijnjurk heeft gezien, is hij stapelgek op haar. 'Helmut Newton zou dit knap kunnen vastleggen!', dacht hij op dat moment. In zijn dromen ziet hij nog dikwijls de donkere driehoek tussen haar soepele, tedere, sappige benen. Die veelbelovende, zwarte schaamharen achter een licht bewegende, witte stof. Renée is lerares geschiedenis aan het Athenee Royal Woluwe-Saint-Lambert op de Rue de l'Athénée Royal Bruxelles 77. Wouter zou er alles voor over hebben om een daadwerkelijke verjongingskuur te ondergaan, zodat hij als jonge student haar lessen kan bijwonen. Hij zou echter niets van haar lessen opsteken, daar hij helemaal verzot op haar goddelijke, maar o zo aardse lichaam is. Hij zou iedere minuscule beweging van haar sensuele lichaam koesteren. Hij zou continu met een doorkijkbril op zitten, je weet wel, zo'n bril, die dwars door alle kleren heen kan kijken. Daar droomden hij en zijn vrienden vroeger op school allemaal van om de jongedames naakt te kunnen zien. Hij droomt daar nog steeds van, maar hij is nog nergens een Willie Wortel tegengekomen, die dat kan maken.

Het is zondagochtend en Wouter gaat samen met zijn vriendin, markiezin Aleidis d'Udekem d'Acoz, naar de mis in de 12-de eeuwse Sint-Lambertuskerk op het Heilig-Hartplein. Deze kerk, gewijd aan Sint Lambertus van Maastricht, schenkt hem altijd een warme deken van rust. Aleidis woont in Kasteel Valduc aan de Avenue du Château in Oudegem en zij blijft de rest van de zondag bij Wouter op bezoek. Zij keuvelen graag over de toestand in de wereld, die vaak weinig soeps is. Priesteres Marlène Le Grelle nodigt iedereen uit voor de eucharistie en Aleidis en Wouter zetten zichzelf ook in beweging. Priesteres Marlène is de eerste officiële priesteres van België en ook hier geldt; als er één schaap over de dam is... Het verroeste Vaticaan heeft zijn halsstarrige patriarchaat eindelijk versoepelt. Tijdens een openbare schuldbekentenis heeft paus Leo XIV toegegeven, dat de vrouw eeuwenlang is gediscrimineerd en onderdrukt. Terwijl Wouter achter Aleidis aan naar voren loopt, ziet hij opeens, dat Renée ook in de kerk is. Hij kan zijn ogen niet van haar afhouden en dat ziet gravin Eléonore, die pal achter Renée loopt. Giftig van jaloezie maakt zij zomaar een schunnig gebaar met haar handen. Zij wijst heel vlug naar Renée en daarna maakt zij met haar wijsvinger en haar gebalde, andere hand een neukgebaar. Wouter geneert zich rot en hij schaamt zich volop. Even later begint hij van woede te koken en wil hij het liefste die oneerbiedige Eléonore uit de kerk sleuren en op haar dikke billen naakt door de dampende koeiendrek trekken. 'Hoe kan die akelige serpent nou weten van Renée en mij?', denkt hij. Hij zoekt wat beschutting achter de rug van Aleidis, die Eléonore vriendelijk toeknikt, omdat zij niets heeft gezien. 'Hoe durft die valse Eléonore mijn pure liefde voor Renée zo te ontheiligen?', denkt Wouter, 'en dan nog wel tijdens een eucharistieviering!'. Na de dienst rijdt Wouter met Aleidis in zijn Mercedes-Benz 300 SLR Uhlenhaut Coupé naar zijn kasteel, waar Aleidis meteen uit de kleren gaat en hem op andere gedachten brengt. Terwijl hij op de marmeren gangvloer ligt, staat zij wijdbeens boven zijn hoofd en kijkt hij rechtstreeks in haar formidabele liefdesgrot met rossige schaamharen. Hij wrikt zijn broek en boxershort naar beneden om zijn augurk met tomaten de nodige ruimte te geven. Even later gaat de heftig kreunende Aleidis met haar passievrucht op zijn augurk op en neer. De liefdesdaad wordt wel vijf keer herhaald en aan het einde van de dag brengt Wouter Aleidis terug naar Kasteel Valduc. 'Nou, Tarzan, het was mij een groot genoegen!', zegt zij op de valreep. 'Anders mij wel!', antwoordt hij.

Op maandag drinkt Wouter eerst koffie bij zijn vriendin, gravin Oda d'Ursel van het Papenkasteel op de Papenkasteelstraat 99 in Ukkel. Zij smullen van hun Lierse vlaaike, maar Oda merkt, dat Wouter behoorlijk uit zijn doen is en zij maakt zich zorgen om hem. 'Nu dan, Wouter, vertel mij wat u scheelt?', vraagt zij. 'Helemaal niets, mijn geliefde Oda, ge hoeft u geen zorgen te maken, ik heb alleen maar een heleboel exotische vlinders in mijn buik!'. 'Ach, gij zijt verliefd!', zegt Oda op een hoge, bijna gillende toon. 'Goed geraden en vandaag zal ik er mee voor de dag komen!', zegt Wouter, die per ongeluk zijn gebaksvorkje katapulteert. 'Allez hé, dat scheelde maar een haar of ik was doorboort!', zegt Oda quasi-verschrikt. 'Excuus, mijn lieve Oda, maar ik moet nu echt gaan, want ik kan mijn liefde niet meer voor mij houden!', zegt Wouter, die gehaast het kasteel verlaat. Oda kijkt hem na. 'Mallerd, als dat maar goed gaat!', denkt zij. Wouter parkeert zijn auto voor de Athenee Royal Woluwe-Saint-Lambert en hij wacht tot hij Renée naar buiten ziet komen. Zodra hij haar ziet, rent hij op haar af en vraagt hij haar om met hem uit eten te gaan. Dat wil ze maar al te graag en ze rijden naar Le Bistro de la Woluwe op de Rue Voot 28, waar ze mosselen eten en een fles Baron-Fuenté Grande Reserve leegdrinken. Daarna maken ze een wandeling in het Park De Roodebeek, waar Wouter aan Renée zijn liefde verklaart. Renée is helemaal in haar nopjes en ze blijkt ook al geruime tijd op hem verliefd te zijn. De lentevogels lijken wel speciaal voor hen liefdesliedjes te fluiten. Het grote geluk breekt aan. Verscholen tussen de bosjes duiken zij op elkaar en bedrijven zij de liefde. Beiden raken buiten zinnen van optimaal genot. Na alle heftigheid liggen zij bijna roerloos in elkanders armen. Wouter zit eindeloos naar de zwarte pruim van Renée te staren. Hij kan het maar niet geloven, dat hij eindelijk zover is gekomen. Met zijn vingers aait hij door de krullerige schaamharen van Renée. 'Dat ik dit nu gewoon kan en mag doen!', denkt hij dolgelukkig. Na een uurtje bijkomen, gaan ze high van de liefde wat wandelen. Ergens nabij het grote, moderne Institut de Psychiatrie Intégré op de Avenue Emmanuel Mounierlaan 18 komt er een psychotische kerel op hen af. 'Blijf met je vuile poten van mijn vrouw!', schreeuwt hij. Even later steekt die kerel zomaar een mes in de borst van Wouter en rent hij er vandoor. Renée gilt alle kanten op en zij belt meteen voor een ambulance, maar Wouter is niet van plan om stil te blijven staan. 'Je moet zo min mogelijk bewegen!', roept Renée bezorgd, maar Wouter sjokt voort en eenmaal bij het standbeeld 'Mudra-danser' van Nicole Lefebvre op de Avenue Émile Vandervelde stort hij in elkaar, terwijl de hysterische sirene van een ambulance steeds naderbij komt. 'Och, arme!', zegt Renée, die naast hem hurkt. 'Nee, gij hebt mij geweldig rijk gemaakt!', zegt Wouter, die de geest geeft. Renée sluit heel liefdevol zijn oogleden, die zij vervolgens liefdevol kust.

Schrijver: Sir Joanan Rutgers
13 maart 2026


Geplaatst in de categorie: literatuur

Er is nog niet op deze inzending gestemd.aantal keer bekeken 6

Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je e-mailadres voor anderen in beeld verschijnt)