Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

De misdadigers in het Kasteel van Hornes

Het is volop zomer en het Kasteel van Rixensart op de Rue de l´eglise 40 in Rixensart trekt de mooiste vogels en vlinders aan. Graaf Ambrosius de Riquet de Caraman Chimay maakt een aangename wandeling rondom zijn feeërieke bezit. Hij is in het gezelschap van zijn favoriete minnares Célestine du Parc Locmaria, die in het Kasteel Pastur op de Rue du Château 13 in Geldenaken woont. 'Zeg, Célestine, vertel eens, wat vindt jij nu van die baron Alain de Baré de Comogne? Vindt je niet dat hij al teveel pocht met zijn rijkdom en daarmee de vrouwen om de tuin leidt?' 'Ik zou het echt nog niet weten, mijn beste Ambrosius, maar binnenkort kan ik jouw vragen hopelijk beantwoorden, daar ik hem overmorgen ga bezoeken!' 'Gunst, jij ook al, ik verneem niet anders van mijn zorgzame vriendinnen!' 'Hoe bedoel je, jij ook al?' 'Nou, noem ze allemaal maar op, al mijn adellijke vriendinnen, waarvan velen ook mijn minnaressen, blijken door een onweerstaanbare aantrekkingskracht op die Alain af te vliegen!' 'Dan heeft hij blijkbaar een heel groot libido en een betoverende rijkdom!' 'Dat moet haast wel, want hij heeft mij al ruimschoots overtroffen!' 'Ach, arme, is dat het wat jou dwars zit?' 'Onder anderen, want de door hem beminde vrouwen lijken volgens mij op een mysterieuze wijze te verdwijnen, zo heb ik barones Dymphne t'Serclaes al maanden niet gezien en maak mijzelf de grootste zorgen om haar!' 'Weet je wat, ik zal wel eens een kijkje bij haar gaan nemen, stelt dat je gerust?' 'Minimaal, want ik ben pas gerustgesteld, wanneer jij mij kunt bevestigen, dat zij alive and kicking is!' 'Ik beloof je, dat ik haar voor mijn bezoek aan baron Alain nog ga bezoeken!' 'Dat is inderdaad wel fijn om te weten!' 'Dus die Alain heeft jouw imago als Belgische Casanova ondermijnd?' 'Stil nou toch, je weet maar nooit wie hier in de bosjes ligt!' 'Je bent echt gekwetst hé?' 'Min of meer!' 'Maar zoetelief toch, ik zal je straks even lekker verwennen en dan vergeet je die zinloze vete vanzelf!' 'Jij verricht wel altijd wonderen bij mij!' 'Om je alvast wat op te vrolijken, mag je even aan mijn blote tieten zitten, wat zeg je me daar van?'. Célestine wipte in één beweging haar hemelse knoeperds tevoorschijn en Ambrosius drukte ze stevig tegen elkaar aan, want hij wilde het liefste beide tepels in één keer in zijn mond steken, wat hem op een bepaald moment zelfs nog lukte ook, maar vervolgens stak Célestine haar beweeglijke prammen snel weer weg. 'Geil graafje toch, wat moeten de buren wel niet denken?', zei ze plagerig en speels, 'laten we gauw naar binnen gaan!'.

Twee dagen later rijdt Célestine in haar Aston Martin Valkyrie naar het Kasteel van Huldenberg op Kasteelpark 1 in Huldenberg. Zij belt wel tien minuten aan, maar niemand doet open. Zij loopt rond het hoge, grote kasteel en bij een verhoging met een deur ziet zij iemand druk heen en weer lopen. Zij tikt tegen het raam en de man schrikt zich rot. Hij loopt naar de deur en Célestine schreeuwt: 'Is barones Dymphne t'Serclaes ook thuis?'. 'Néé, die is op reis!', schreeuwt de man terug. 'Wat doet u hier dan?', schreeuwt Célestine. 'Ik pas op haar spullen!', schreeuwt hij. De vreemde man heeft een groot litteken op zijn linkerwang en een tatoeage van een schorpioen in zijn nek. 'Waar is zij naartoe?', schreeuwt Célestine. 'Naar haar zomerverblijf in Schotland!', schreeuwt de man, die daarna meteen wegloopt. Célestine vertrouwt het zaakje niet, maar zij onderneemt geen verdere stappen. Zij probeert Ambrosius te bellen, maar die is niet bereikbaar. Ambrosius is zelf op onderzoek gegaan en hij is zijn telefoon vergeten mee te nemen. Hij is al met zijn Type 41 Bugatti Royale uit 1931 bij het Kasteel van Bois-Seigneur-Isaac op de Rue Armand De Moor 3 in Ophain-Bois-Seigneur-Isaac geweest, waar hij gravin Philippine de Lambermont hoopte aan te treffen, maar het kasteel bleef hermetisch gesloten en er leek al lange tijd niemand geweest te zijn. Bij het Kasteel van Bonlez aan de Chem. du Fort des Voiles, Bonlez 1 in Chaumont-Gistoux was het idem dito. Zijn vriendin en minnares, gravin Élisabeth van Anjou, was nergens te bekennen. Toen hij door een raam keek, kreeg hij sterk de indruk dat er ingebroken was, want her en der stonden er kastdeuren en kastladen open. Hij zag ook, dat er enkele schilderijen waren verdwenen. Schilderijen van Eugène Boch, Armand Rassenfosse en Théo van Rysselberghe, schilders waar Élisabeth zo van houdt. Inmiddels parkeert hij zijn auto bij het Kasteel van Bousval op de Rue du Château 33 in Bousval, waar hij gaat checken of zijn minnares barones Mirabelle van Beaujeu ook thuis is. Na lang aanbellen, verschijnt barones Ulva de La Montagne aan de deur. 'Wat doe jij hier?', vraagt Ulva. 'Dat kan ik jou ook vragen!', zegt Ambrosius, 'ik zoek Mirabelle, want ik heb al lange tijd niets van haar vernomen!'. 'Ik ook niet en daarom ben ik hier, want ik snap er allemaal niets van, kom maar snel binnen, dan kun je het zelf bekijken, want het halve kasteel lijkt wel leeggeroofd!', zegt Ulva. Hij kijkt bezorgd rond en hij kan niet anders concluderen, dan dat het inderdaad is leeggeroofd.

Inmiddels belt Célestine bij het Kasteel van Hornes op de Place des Martyrs 1 in Braine-le-Château aan. Het is baron Alain, die zelf opendoet en haar mantel aanneemt. Hij zit keurig in het pak en hij is uiterst charmant en galant. Tijdens de rondleiding toont hij haar zijn exclusieve kunstschatten en maakt hij haar op een subtiele manier het hof. 'Je kunt wel een kunsthandel beginnen!', zegt zij, niet wetende dat dat precies is, wat hij in het geheim allang doet. Zijn hypnotiserende ogen weten haar helemaal in te palmen en zij valt acuut in katzwijm, wanneer hij haar voor een schilderij van René Magritte volop op haar hartstochtelijke zoenlippen kust. Haar telefoon gaat en zij excuseert zich even. Zij gaat op een verre afstand van Alain staan. 'Ga daar onmiddellijk vandaan!', zegt Ambrosius, die haar met de telefoon van Ulva belt. 'Doe niet zo gek!', zegt zij, 'maar ik heb wel een vraag voor je, heeft Dymphne een zomerverblijf in Schotland?'. 'Hoe kom je daar nou bij, nee, natuurlijk niet!', zegt Ambrosius. 'Dan is het goed, dan zie ik je later wel weer!', zegt zij en zij drukt het gesprek weg. 'Alles goed?', vraagt Alain. 'Alles in orde!', antwoordt zij en de vrijerij gaat door. Hij weet haar aan de bovenkant geheel te ontkleden. 'Dit zijn werkelijk de allermooiste, vrolijke tetters met lange, vooruit stekende tepels van de hele aardkloot!', zegt hij op een zangerige toon. 'Mooi geprobeerd, aardworm, daar kun je nog hele lange punten aan zuigen!', denkt ze, terwijl ze met een schuin oog naar een half geopende deur van een verlichte kamer kijkt. Daar ziet zij iemand heel veel schilderijen tegen elkaar aan zetten. 'Loop maar even door, dat is Guillaume de Lannoy, mijn butler!', zegt Alain. Zij blijft toch staan kijken en die Guillaume kijkt opeens in haar richting. Zij krijgt ineens de koude rillingen, want het is dezelfde man, die zij in het kasteel van Dymhne zag en sprak. De schorpioen in zijn nek lijkt haar te willen aanvallen, maar Alain trekt haar mee naar de eerste verdieping. 'Verrek zeg, dit is hier een gevaarlijk roversnest!', denkt zij, 'wie weet wat die Alain met mij van plan is?'. Célestine besluit zo gauw mogelijk tot actie over te gaan en zij grijpt het damespistool uit haar Ginza Tanaka bag. Terwijl zij Alain onder schot houdt, dwingt zij hem om alle kamers te openen. Bij de laatste kamer aarzelt hij, maar zij duwt de loop van het pistool tegen zijn voorhoofd. In die kamer ziet zij tot haar grote afschuw de vermoorde lichamen van diverse gravinnen en baronessen. Alain wil wegrennen, maar zij schiet hem in zijn rug en daarna door zijn hoofd. 'Nu die andere duivel nog!', denkt zij en zij wacht tot hij de trap op komt. Zij heeft zichzelf verdekt opgesteld en zij ziet die Guillaume met een getrokken pistool op het lawaai van de schoten afkomen. Als een ware scherpschutter schiet zij hem in één keer neer en rolt hij van de trap. Terwijl zij langs hem loopt, schiet zij hem nog een keer door zijn hoofd. Totaal in shock rijdt zij in haar Aston Martin Valkyrie naar Brussel.

In het café Het Goudblommeke in Papier op de Cellebroerstraat 55 in Brussel drinkt Célestine de ene na de andere pint en probeert zij tot haar positieven te komen. 'Gij zijt hier op heilige grond!', buldert de cafébaas, 'eens trouwde onze grote schrijver Hugo Claus hier met de knappe actrice Elly Overzier!'. 'Man, zeik niet, doe me gewoon nog een pint!', zegt zij. Na die pint gaat zij naar het café 'Aux Vieux Spijtigen Duivel' op de Alsembergsesteenweg 621 in Ukkel, waar ooit Charles Baudelaire en Victor Hugo aan de drank gingen, maar dat kan Célestine geen donder schelen. Zij zuipt er enkele bieren en daarna scheurt zij naar het beeld Le Faune Mordu van Jef Lambeaux in het Parc de la Boverie in Luik. Daar belt zij Ambrosius en vraagt zij of hij komen wil. 'Ik heb je hulp nodig!', smeekt zij. 'Ik weet het en ik kom meteen, maak je vooral geen zorgen, want dit regel ik wel!', zegt hij ontfermend. Ambrosius weet inmiddels wat er zich allemaal in het kasteel van Hornes heeft afgespeeld.

Schrijver: Sir Joanan Rutgers
15 april 2026


Geplaatst in de categorie: misdaad

Er is nog niet op deze inzending gestemd.aantal keer bekeken 136

Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je e-mailadres voor anderen in beeld verschijnt)