Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

een benarde sollicitatie

1
Onlangs, het was net voordat bepaalde instanties besloten het mond- en klauwzeergebeuren tot een epidemie uit te roepen, keek ik in een moment van onoplettendheid terug op mijn leven. Wat ik daar zag stelde me diep teleur. Ik heb onnoemelijk veel banen gehad, fabriek in, fabriek uit. Op mijn palmares staat o.a.: administratief medewerker, magazijnier, elektricien, heftruckchauffeur. Onnodig te vermelden dat ik me met geen enkele van deze titels kan identificeren.
In een poging om me weer wat beter te voelen ging ik vervolgens na wat ik buiten het beroepsleven zoal gepresteerd had. (Mislukt) voetballer, (mislukt) punker, (mislukt) drummer, (mislukt) alcoholist, (mislukt) schrijver. Daardoor voelde ik me nog beroerder. Er moet toch wel iets zijn waar ik goed in ben?
Ik haalde mijn oude schoolrapporten uit een vergeten hoekje. Tot het jaartal 1981 gaven deze me een sprankje hoop: uitmuntend, beste leerling van de klas, talent voor talen. Daarna ging het onvermijdelijk berg af: een grondige mentaliteitsverandering is noodzakelijk, extra inspanningen vereist, …
Zo kwam ik tot de ontdekking dat omstreeks mijn 15de levensjaar een cruciale ommekeer in mezelf had plaats gevonden. Ik trachtte te achterhalen wat hiervan de reden kon zijn. Was het dat jaar dat mijn va der een zelfmoordpoging ondernam? Of was het het jaar dat hij moeder, mijn jongere broer en mezelf naar het leven stond? Neen, dat kan niet de oorzaak van mijn falen geweest zijn. In ons gezinnetje waren dergelijke voorvallen even gewoon als naar de kapper gaan.
Het gelukte me niet de oorzaak van mijn verval van talent te achterhalen. Het moet wel de puberteit geweest zijn. Was ik maar terug veertien jaar om twintig verloren jaren recht te zetten. Maar, zo zei ik tegen mezelf, het is misschien nog niet te laat! Nu moet ik handelen, nu kan ik nog iets van mijn leven maken! En aangemoedigd door mijn begripvolle levensgezellin besloot ik terstond mijn 26ste baan, orderpicker in een magazijn met aardewerk potten, op te zeggen. Ik heb verdomd wel meer in mijn mars dan dag in dag uit met veel te zware potten sleuren.
Diezelfde dag nog schreef ik, overmoedig, gewaagde sollicitatiebrieven naar plaatselijke kranten. Het schrijven was immers reeds jarenlang een grote passie, het enige middel tegen mijn eeuwige onrust. Ik profileerde mij als een uitmuntend journalistiek talent. Eveneens reageerde ik op een advertentie van een plaatselijk Tv-station dat op zoek was naar journalisten. Met de naïviteit van een veertienjarige dacht ik werkelijk dat gebrek aan enige kennis of ervaring geen enkel probleem zou zijn. Desnoods zou ik hun mijn glorieuze schoolrapporten voorleggen.
2
In Engeland werd de eerste haard van mond- en klauwzeer ontdekt. Ik keek geschrokken naar de massamoord op het journaal, tot de telefoon plots om aandacht schreeuwde.
‘Mmmh, met Johnny’.
‘Goedenavond meneer, met Karen van TV-lokaal. Ik heb uw sollicitatiebrief ontvangen en had nog enkele vragen daaromtrent’.
‘Ja?’
‘Heeft u enige ervaring in het journalistiek gebeuren?’
‘Hoe bedoelt u?’
‘Heeft u al eerder reportages geschreven?’
‘Wel …euh …ik heb wel al eens iets geschreven voor het krantje van het plaatselijk jeugdhuis’.
‘Ja, en verder?’
Dit gaat mis, verdomme dit gaat mis!
‘Verder is schrijven mijn grootste passie. Ik schrijf kortverhalen, anekdotes en gedichten. Mijn kennissen vinden dat ik het goed doe’.
Shit, dit laatste had ik niet mogen zeggen!
‘Goed meneer. Nog één vraagje: heeft u ervaring met een camera?’
Een camera? Valt een viewmaster ook onder die categorie?
‘Wel …euh …neen’.
‘Bijvoorbeeld gewoon wat gefilmd tijdens een feestje, of een vakantie, of iets dergelijks?’
Geen geld voor vakanties, laat staan voor een camera.
‘Neen, maar ik ben er wel van overtuigd dat als men maar wil men alles kan leren’.
Goed gezegd Johnny, de beelden zitten trouwens in je hoofd.
‘Dus u bezit geen camera?’
Heeft ze dat nu nog niet begrepen?
‘Neen, helaas. Het spijt me’.
‘Bent u geïnteresseerd om eens op gesprek te komen?’
???????????
‘Ja, natuurlijk’.
We spraken af wanneer het ons beiden het beste uitkwam om eens gezellig te keuvelen. Het gesprek zou een week later, ’s maandags om zes uur in de vroege avond plaats vinden. Er werd mij een gedetailleerde beschrijving doorgegeven van waar het zou plaats vinden. Ik vergat de helft ervan, te verbaasd dat ik alsnog uitgenodigd werd. Het enige dat ik wist was dat ik ergens te Tessenderlo op een industrieterrein verwacht werd. Opgetogen, vol verwachting van de nabije toekomst, deelde ik het nieuws mee aan mijn levensgezellin.
3
De volgende maandag, inmiddels mag zelfs geen muis meer Groot-Brittannië verlaten, arriveer ik ruim een uur te vroeg op de afgesproken plaats. Ik parkeer mijn wagen voor een nieuwbouw complex met veel te grote vensters. Ik voel me ongemakkelijk. Ik zie meerdere bedienden aan hun computers gezeten achter die ramen. Ik weet dat zij me ook kunnen zien. Ik voel hun irriterende vragende blikken. Ik tracht hun gedachten te raden. ‘Moet je die rare vent daar zien in zijn versleten ongewassen Japannertje, ha ha ha, het zal toch niet weer zo ene zijn die hier komt solliciteren, stel je voor, …’
Ik overweeg binnen te gaan aanmelden, maar besluit dan toch te wachten. Ik meen me te herinneren dat te vroeg komen opdagen voor een sollicitatiegesprek net zo ongehoord is als te laat. Gelukkig vervoer ik altijd een roman in het dashboardvakje van mijn wagen. Dit omdat ik wachten, net als eten trouwens, als een complete tijdverspilling beschouw. Sinds het besef dat ik twintig jaren van mijn leven vergooid heb is er één ding dat ik haat: tijdverspilling! Wanneer mijn vriendin in een supermarkt rondneust lees ik ondertussen een boek in de wagen, wanneer ik eet blader ik het liefst in een tijdschrift, …maar ik dwaal af.
Ik open het boek op de plaats waar ik gebleven was, lees, maar kan mijn hoofd niet erbij houden. Mijn ogen dwalen steevast af, van de letters naar de bedienden in hun aquarium naar de digitale klok die het dashboard siert. Met de minuut stijgt de spanning.
Omstreeks half zes bereikt de spanning een hoogtepunt dat zich uit in een enorme druk op mijn blaas. Een lichte paniek maakt zich van me meester. Met ogen van een in het nauw gedreven dier speur ik de omgeving af op zoek naar een plekje dat privacy toelaat. Angstzweet vormt zich op mijn voorhoofd. Een bediende die net het aquarium verlaat kijkt me verschrikt aan, vervolgt dan met snellere tred zijn weg. Ik zie maar één uitweg. Aan de overkant van de straat bevindt zich welgeteld één boom.
Een moment later doe ik dan eindelijk mijn behoefte. Stiekem, gegeneerd neig ik ernaar even achterom te kijken. Ik durf niet. Ik weet haast zeker dat de aquariumbedienden met hun snuiten tegen de veel te grote vensters geplakt me begluren. ‘Ha ha, moet je hem zien, wat een oen’.
Plotseling scheurt een vrachtwagen vlak achter me door. De windstoot die in zijn kielzog volgt rukt mijn bedrijvig plassertje uit mijn linkerhand. Geschrokken vang ik het weer en duw het gehaast terug in de daarvoor voorziene onderbroek. Ik voel nattigheid aan mijn bovenbeen. Tot overmaat van ramp had ik op aanraden van mijn vriendin – ‘daar sta je zo leuk in’ – ook nog een sportieve lichtbeige broek aangetrokken.
Onhandig spurt ik terug, de drukke straat over, naar de relatieve veiligheid die mijn wagen me kan bieden. Eenmaal op de chauffeursstoel gezeten maak ik me zo klein mogelijk. Ik weiger naar de grote vensters te kijken. Ik overloop de schade. Tjonge, die vlek lijkt veel op een krokodil. Ik probeer het hoofd koel te houden. Rustig blijven Johnny, je hebt nog een kwartier. Eens kijken …de verwarming aanzetten? Neen, duurt te lang. Heb ik een zakdoek bij? Yes! Verdomme, dat helpt niet veel …denk na …VLOEITJES …ja, dat moet lukken. Met een half oog nu op de bedienden gericht dep ik mijn bevochtigde broek met het ene na het andere vloeitje. Wanneer alle vloeitjes verzadigd zijn, de asbak uitpuilend ervan, besluit ik het erop te wagen.
De ingetreden schemering maakt het mij onmogelijk te zien of mijn inspannende arbeid resultaat heeft opgeleverd. Angstvallig kijk ik naar het felverlichte gebouw. Ik stap uit de wagen, trek mijn broek zo hoog mogelijk op en mijn jas zo laag mogelijk naar beneden. Ik neem de zakdoek uit mijn broekzak om het zweet van mijn voorhoofd te vegen, doch herinner me nog net op tijd dat dit niet zo’n fris idee is. Vervolgens begeef ik me met onzekere tred naar de receptiehal. Tijdens al deze handelingen heb ik de bedienden geen blik meer waardig gekeurd.
4
‘Goedenavond, ik heb om zes uur een afspraak bij TV-lokaal’.
‘Jawel, hier de trap op, eerste verdieping’, giechelt het meisje met bril en halflange zwarte haren.
Ze lacht me uit, ze heeft de krokodil gezien, ze heeft me zien plassen, ze heeft me met die vloeitjes zien sukkelen.
Op de eerste verdieping sta ik voor een deur die in geel/groene letters het logo van TV-lokaal draagt. Ik trek mijn broek nog wat hoger, mijn jas nog wat lager, en klop aan. ‘Kom maar binnen’, roept een stem aan de andere kant. Ik betreed een grote ruimte, enkel gevuld met twee bureaus en twee mensen, een man en een vrouw, beiden achter hun respectievelijk bureau gezeten. Ik hoop dat ze recht gaan staan, want mijn kruis moet zich net ergens op hun ooghoogte bevinden. Met een geveinsd voorkomen van zelfbewustheid en zelfvertrouwen loop ik naar de vrouwelijke redactrice. Waarom? Omdat deze, ongezien het feit dat ze veel aantrekkelijker is dan haar mannelijke collega, mij eveneens veel sympathieker voorkomt. Ik heb trouwens sinds kort een grondige afkeer van mannelijke bedienden.
Tot mijn opluchting staat ze op om zich voor te stellen. De lul daarentegen blijft hardnekkig zitten en bekijkt me met een onderzoekende blik. Het gelukt me mijn bekken onopvallend uit zijn gezichtsveld te onttrekken.
‘Goedenavond, Johnny is het niet? Ik ben Karen. Wij spraken ons aan de telefoon’.
‘Jawel’.
‘Je bent stipt op tijd, dat zien we graag’.
Ze moest eens weten.
‘Geen problemen gehad met de weg hierheen te vinden?’
‘Oh neen hoor, u heeft het prima uitgelegd’.
‘Weet u, velen hebben problemen met het verwarrende kruispunt hier een beetje verderop’.
Ik heb alleen problemen met mijn kruis.
‘Is het echt?’
‘Ja. Maar goed, als u mij wilt volgen’.
Ze begeleidt me naar een ander kantoor en biedt me daar een kop koffie aan die ik gretig accepteer. Het geeft me de tijd mijn kledij nog eens grondig te schikken. Vervolgens neem ik plaats op een stoel die ik daarna zo diep mogelijk onder het tafelblad duw. Wanneer ze terugkeert, een lauwe kop koffie in haar hand, ben ik eindelijk ietwat meer op mijn gemak.
‘Eens even kijken Johnny, ik heb hier ergens jouw brief, ah, daar is hij al, dus jij kunt goed schrijven?’
Me and my big mouth, tenzij men Brusselmans heet beweert men zoiets toch niet van zichzelf.
‘Ja, ’t is te zeggen, ik doe het graag, neen sterker nog, het is een passie’.
‘Interessant. Maar je hebt helemaal geen ervaring?’
‘Neen’.
‘En een camera heb je ook nooit bediend?’
Daar is ze weer met die rotcamera!
‘Neen’.
‘Wel, eigenlijk zijn we op zoek naar mensen met camera-ervaring’.
Dit gaat mis, het is naar de kloten.
‘Maar in uw advertentie stond dat hiervoor een opleiding bij jullie mogelijk is’, probeer ik nog.
‘Luister. Wij zijn een jonge opstartende onderneming met een beperkt budget. Maar in de toekomst zou dit wel mogelijk zijn. Weet u, wij van TV-lokaal zijn voornamelijk …’
Ik wil naar huis. Ze praat maar door. Waar heeft ze het over? Verdomme, had ik die baan maar niet opgezegd. Hoe heb ik het in mijn hoofd gehaald? Ik ga morgen kijken of ik terug mag gaan, ik ga potten sleuren tot aan mijn pensioen.
‘… zal u ten laatste volgende week op de hoogte brengen’.
‘Bedankt, tot ziens’.
Ik slenter ontmoedigd het kantoor uit, daal de trap af, passeer de receptie. Het giechelende meisje giechelt. Ik heb de neiging mijn krokodil als een potloodventer aan haar te openbaren.
Ik stap in mijn wagen snakkend naar een sigaret. Verdomme, alle vloeitjes op. De stapel in de asbak is doorweekt. Ik neem afscheid van de aquariumbedienden door middel van mijn linkermiddelvinger omhoog te steken. Ze zien het niet, te donker. Ik start de wagen en begin de lange terugtocht.

Schrijver: johnny b, 11 nov. 2002


Geplaatst in de categorie: humor

2,2 met 30 stemmen 3.325



Er is 1 reactie op deze inzending:

Naam:
laura
Datum:
12 jul. 2004
Email:
super hoe je dat neer schrijft
al zit het solliciteren dan niet mee
schrijven kan je in ieder geval!!!

Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)