start toeval vragen forum links zoek contact gastenboek inhoud

Categorieën:

actualiteit (128)
adel (13)
afscheid (115)
algemeen (328)
bedankt (25)
biologie (13)
dieren (237)
discriminatie (38)
drank (48)
economie (22)
eenzaamheid (178)
emoties (167)
erotiek (68)
ex-liefde (63)
familie (107)
feest (38)
film (3)
filosofie (136)
fotografie (6)
geboorte (23)
geld (32)
geschiedenis (28)
geweld (45)
haiku (1)
heelal (38)
hobby (28)
humor (376)
huwelijk (40)
idool (42)
individu (59)
internet (29)
jaargetijden (51)
kerstmis (77)
kinderen (169)
koningshuis (21)
kunst (48)
landschap (15)
lichaam (38)
liefde (256)
literatuur (351)
maatschappij (151)
mannen (34)
milieu (12)
misdaad (118)
moederdag (11)
moraal (96)
muziek (40)
natuur (90)
oorlog (107)
ouderen (16)
ouders (36)
overig (128)
overlijden (75)
partner (55)
pesten (28)
planten (13)
politiek (50)
psychologie (105)
rampen (55)
reizen (132)
religie (143)
schilderkunst (20)
school (61)
sinterklaas (17)
sms (5)
songtekst (1)
spijt (26)
sport (80)
sterkte (2)
taal (42)
tijd (54)
toneel (10)
vaderdag (1)
vakantie (82)
valentijn (4)
verdriet (86)
verhuizen (13)
verjaardag (17)
verkeer (39)
voedsel (45)
vriendschap (82)
vrijheid (59)
vrouwen (86)
welzijn (51)
wereld (35)
werk (94)
wetenschap (18)
woede (60)
woonoord (86)
ziekte (146)

tabblad: verhalen

< vorige | alles | volgende >

verhaal (nr. 315):

Zomer in de bollenstreek

Ik kan terugkijken op vijftien prachtige zomers, vijftien weergaloze vakanties. Misschien waren het geen gewone vakanties. Ik had niet de behoefte om exotische landen te bezoeken of te luieren en te kuieren op ongetwijfeld ludieke buitenlandse campings. Ik wilde hyacinten hollen!
Nog steeds is het hyacinten hollen hét werk voor mij waarvan ik hoop dat ik dat na mijn dood ergens mag voortzetten. En hiervan is geen woord gelogen of met cynisme opgeschreven. Ik ben geboren in een bollenschuur en deed mijn eerste stapjes in de Keukenhof, waar ik als peuter al gegrepen werd door de vorm en kleur en geur van de bloem van de hyacint en later ook door de bol zelf.
Als jongen van zestien jaar oud mocht ik voor het eerst een bijdrage leveren aan de voortplanting van de hyacint. Ik werd hyacintenholler!
Elk jaar fietste ik goedgestemd naar de bedompte bollenschuur. Tussen stapels houten rekjes en lege gaasbakken stonden acht tafels met elk vier krukken opgesteld. Een oude radio verzag de hyacintenhollers van gezonde arbeidsvitaminen in de vorm van popmuziek en vanaf twee uur ‘s middags reden we mee in de Tour de France. Stof en zand nestelden zich al snel in de steeds vuiler wordende neuzen, maar in de pauzes brachten de schuurleidsters koffie, thee of chocolademelk rond om het zand tussen de tanden weg te spoelen.
Ik kon niet meer leven zonder die vier weken. Ik was verslaafd aan de uitdaging van het presteren. Er bestond een financiële vergoeding, verpakt in een bruine enveloppe en op vrijdagmiddag uitgereikt. Maar dat interesseerde mij niet. Het ging mij om de uitdaging van het verbreken van persoonlijke records en van schuurrecords. Mijn opdracht was om elke dag meer dan vijfentwintig honderd bollen te hollen. Het lukte mij steeds vaker om met het speciaal gekromd holmesje in een dag vierduizend bollen uit te hollen, niet te diep, niet te wijd en keurig in gaasbakken op rekjes verzameld. Zonder mijzelf nu op de borst te willen kloppen, maar ik was door mijn ervaring een geweldenaar met het holmesje geworden, een artiest. Alle collega’s keken elke dag weer met verbazing toe hoe ik de ene na de andere gevulde gaasbak afleverde en de schuurleidsters mij complimenteerden met de geleverde kwaliteit. Wanneer ik ‘s avonds in bad lag en het vuil van mijn lichaam weekte, werd ik veelvuldig voor mijn dagprestatie gehuldigd en beloond met alweer een nieuwe gele leiderstrui. Mart Smeets glunderde trots wanneer hij zijn microfoon onder mijn gewassen en glimmende neus hield.
Maar er waren ook minder leuke momenten. Pijnlijke minuten. Zo kon de baas het in zijn hoofd halen om een controlerondje te maken langs de tafels. Dan moest je oppassen. Het hollen van een hyacint is uiterst nauwkeurig werk. De meeste nieuwe bolletjes zullen zich uit een perfect geholde bol ontwikkelen. Dus snel werken mocht, maar afraffelen was een zonde. Als je de broodwinning van de baas in gevaar bracht, dan bakte hij geen zoete koekjes met je. Stond hij voor een gaasbak waarvan de kwaliteit hem niet beviel, dan klonk het zonder pardon en luid door de schuur: ‘Knudde! Dit is knudde!’
De toon was dan gezet en gesprekken vielen stil. Schichtige ogen volgden heimelijk de bewegingen van de bollenbaas die ineens niet meer zo aardig leek. Het werd ernst als hij bij de volgende vakantiewerker een gaasbak controleerde en hij zijn oordeel schreeuwend bekend maakte: ‘Knoeiwerk! Dit moet beter!’ Dan wist ik dat de rapen gaar waren en niemand zich meer kon verschuilen.
‘Dit moet beter en dat geldt voor iedereen! Dit kost mij klauwen met geld en de eerste die ik nu nog betrap op knoeiwerk die vliegt er uit!’
In de bollenschuur bleef het lang stil en de scholieren en studenten keken aandachtiger dan ooit naar het gekromde mesje dat traag en weifelend door de bol sneed.
Ook ik paste mijn snelheid aan, want ondanks mijn vakmanschap en de laatste jaren ook mijn respectabele leeftijd, zou de meedogenloze baas mij niet sparen. Ik heb veelbelovende talenten en vooral veel charlatans zien komen en zien vertrekken. Gedwongen door een schuurleidster die vriendelijk maar beslist een einde aan de carrière van de teleurgestelde adolescent maakte of vrijwillig omdat het slachtoffer de aanhoudende jeuk niet meer kon verdragen. Want de jeuk was de zwaarste kwelling. Jeuk veroorzaakt door hyacintenstofdeeltjes die je met krabben alleen maar dieper de poriën induwde en de jeuk snel ondraaglijk werd en onafwendbaar. De enige remedie was warme kleding en vooral niet krabben. Dan hield de jeuk na enige tijd vanzelf op. Zo leerde ik dat uitstel van bevrediging op korte termijn genot op de langere termijn opleverde. Sommige hollers jankten stilletjes op hun krukjes en anderen verlieten ostentatief krabbend en met getergd gezicht de bollenschuur en wilden het liefst een duik nemen in de sloot. Zij kwamen niet meer terug.
Nu kijk ik met heimwee terug op die mooie zomers in de bollenstreek, want na vijftien jaar kwam ook ik niet meer terug. Ik was inmiddels éénendertig jaar oud en zat daar tussen kinderen met puisthoofden met allemaal een mobieltje waarmee ze elkaar opbelden of berichten stuurden. Ze hadden geen behoefte om met mij praten en als ze mij aankeken dan zag ik de argwaan op hun gezichten (please, ff oprottûh ouwe nixnut). Zelfs de baas keek mij anders aan dan in mijn hoogtijdagen. Het was een mengeling van medelijden en hoon. Ook hij was oud geworden en liet de controles over aan de nieuwe lichting schuurleidsters.
En ja, ik lig hier nu ontspannen op een ligstoel naast het zwembad van mijn camping in de Dordogne. De zomerzon bakt mij bruin en een Engelse mevrouw kijkt mij met reisfolderblauwe ogen lief aan. Maar ik ruik de geur van hyacinten en wil opstaan om een gaasbak te pakken. Ik wil mijn geholde bollen optellen en ik wil mij nog een keer op een mooie zomerdag door het publiek laten huldigen...

Schrijver: Paul Bersee, 12-03-2003


p.berseeatrading.nl


Geplaatst in de categorie: vakantie

Deze inzending is 2603 keer bekeken

2/5 sterren met 24 stemmen.



Er zijn 2 reacties op deze inzending:

Naam:
Datum:06-04-2006
Email:
Bericht:Is dit gejat van http://www.hetprieeltje.net/verhalenbersee01.html ???

Naam:herodin
Datum:24-05-2003
Email:herodin4atnetscape.net
Bericht:Ik geef alleen maar commentaar, laat het ongerijmde aan de dichters over. Dit stukje proza bevalt me wel.. 10+griffel en een gniffel.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)