Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

Elf steden, zestienduizend bevroren neuzen

Tijdens het opruimen van de zolder kwam ik mijn schaatsen tegen.
Bij het vasthouden ervan, borrelden er allerlei jeugdherinneringen boven. Jeugdherinneringen ja, want zo lang is het al geleden dat wij hier schaatsbaar ijs hebben gehad. Vijftien jaar oud zijn ze, maar gloedjenieuw. Alhoewel het buiten vriest, stop ik mijn schaatsen maar weer onder in de doos. Ik geloof nooit dat het vriesweer door gaat zetten en ik lig er ook niet wakker van. In Friesland liggen ze er waarschijnlijk alweer weken wakker van.

Alleen al bij het denken aan –1 graden Celsius, krijgt het bestuur van de vereniging “De Friesche Elf Steden” het op zijn heupen. Allerlei maatregelen zijn al getroffen om er voor te zorgen dat ‘De Tocht’ dit jaar weer plaats kan vinden. Het was dan ook paniek deze week, toen bleek dat de start deze keer niet bij de hallen van de FEC plaats kan vinden en er een andere locatie gevonden moest worden. Uiteindelijk kunnen ze nu terecht aan de vliegbasis in Leeuwarden. Gelukkig maar. Stel dat het niet door zou kunnen gaan. Dat je ijs nodig hebt om te kunnen schaatsen, lijken ze hier even te vergeten.

Soms denk ik dat ze helemaal van lotje getikt zijn daar in Friesland. Ik begrijp best dat het een hele organisatie is om zo’n tocht te organiseren, maar overdrijven is ook een kunst.
Nu het twee nachten achtereen vriest, slapen ze daar helemaal niet meer. Om het half uur kruipen ze hun nest uit om te meten hoe dik het ijs al is. Ik weet niet hoe het daar is, maar hier in het Zeeuwse is het ijs nog met één vinger te ontdooien. Laten ze er in Friesland een hele hand voor nodig hebben, maar om de Elfstedentocht te kunnen rijden moet het ijs toch echt 15 centimeter dik zijn. Ik denk dat ze beter kunnen meten hoe dik de plaat voor hun kop is, want volgens aller vriend Piet Paulusma gaat de temperatuur dit weekend alweer omhoog.

Nu snap ik sowieso de lol niet van De Elfstedentocht. De wedstrijdschaatsers zijn mensen die getraind zijn om zulke dingen te doen, maar de toerrijders doen dit puur voor ‘plezier’. De 16.000 pleziermakers die van start gaan, zullen het wel op ‘uitdaging’ gooien en het ‘verdienen van respect’ als je de 200 kilometer uit kunt rijden. Je moet echter eens kijken wat er van respect overblijft als je één minuut na de gestelde tijd binnen komt. De hele dag de poten van onder je lijf geschaatst, verschillende wakken ingedonderd, tussendoor nog van sokken gewisseld, onderweg je tenen verloren, je neus proberen te ontdooien in een kop chocolademelk en dan loop je je kruisje mis. Denk maar niet dat je hem nog krijgt en wie zal er dan geloven dat je ooit hebt meegedaan? Behalve je stempelkaart is het enige bewijs de ijspegel aan je neus en de losse tenen in je schoenen, maar wie zegt dat je niet gewoon een uurtje in de diepvries hebt gestaan? Kom je thuis met je bevroren kop, niet capabel genoeg om nog een woord uit te brengen, vraagt je vrouw:
“En schat, plezier gehad vandaag?”

Schrijver: Wendy77, 25 jan. 2006


Geplaatst in de categorie: sport

4,5 met 2 stemmen 592



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)