Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

Stiefmoederdag

Ik was op weg naar mijn moeder. Deze titel verdiende zij niet; zij was mijn pleegmoeder en ik had het meestal over stiefmoeder.
Aangekomen bij 'IJseloord', het complex van aanleunwoningen, was op afstand al te zien dat het moederdag was.
De parkeerplaats was vol en ik moest uitwijken naar een ander terrein.
Iets anders dan bloemen had ik niet kunnen verzinnen als cadeautje.
Mijn pleegmoeder leed aan een dunnedarmziekte 'coeliakie' en had een moeilijk dieet. Pindarotsjes mocht ze wel, maar die zouden bij aankomst gesmolten zijn.
Het was warm weer.

Ik stond voor de ingang en zag haar naamplaatje met de deurbel ernaast.
Nog steeds stond er de naam van haar man op die al acht jaar dood was.
Mogelijk wilde mijn stiefmoeder iedereen die belde aan hem herinneren, of aan het feit dat zij weduwe was en dus zielig.
Zij miste zijn nooit aflatende aandacht en probeerde die nu bij anderen weg te zuigen. Moederdag was een uitstekende gelegenheid om aan haar trekken te komen.
Ik verwachtte veel bezoek maar bleek bij binnenkomst alleen met haar te zijn.
Daar zat ze dan; in het midden van een tweezitsbank met rechts van haar een kruiswoordpuzzelboekje, links een kruissteekborbuurwerk en boven haar een wandkruisbeeld. Automatisch ging mijn fantasie naar beneden, naar haar kruis.
Zeven kinderen had zij gebaard waarvan twee tweelingen. Zij was 84 jaar en had haar hele leven lichamelijke kwaaltjes nodig gehad om aandacht te krijgen.
Ik was geadopteerd en de oudste in het gezin. Toen ik nog jong was vroeg zij me regelmatig: 'heb ik geen rode kleur?, ik denk dat ik koorts heb'.
Precies op tijd lag zij dan in bed voordat haar man thuiskwam om daarna zijn zorg te claimen.

Ik nam nu plaats in een stoel in de overtuiging dat de kamer snel gevuld zou zijn. 'Wil je koffie?' vroeg ze. Ik knikte en liet me door haar bedienen.
Ik kreeg een bakje met vergadercake. Zelf nam ze er een pindarotsje bij.
Onafgebroken sprak zij over haar kleine wereld. Ik probeerde mijn oninteresse te verbergen. Er waren niet meer oren dan die twee van mij dus ik ontkwam niet aan haar betoog. Verveeld zat ik te hopen op meer bezoek.
Mijn blik trof haar gezicht en ik zag de diepe rimpels die als gootjes richting mond liepen. Al haar lichaamsvloeistoffen zoals bloed, zweet en tranen leken gekanaliseerd naar deze lichaamsholte om daar te worden omgezet in spraakwater.
Ze confronteerde mij met mensen die ik moest hebben gekend.
Ik pijnigde mijn geheugen niet langer en zei dat ik me hen niet meer kon herinneren. Ik herinnerde me andere dingen die pijnlijk genoeg waren.
Zoals altijd moest ik mee naar haar kledingkast; zij had weer een nieuwe deux-piece voor God mag weten wat voor gelegenheid.
Ik betrapte mezelf op een slechte gedachte; ik wist wel een gelegenheid voor haar nieuwe outfit. Ongewild zag ik het beeld voor me; mijn 'pleeg' in haar nieuwe deux-piece, bloemen, een eikenhouten kist, kaarsen en stemmige muziek.
Alles klaar en voorbij. Ik probeerde deze gedachte te verdringen want ook kwaad denken was zondig had ik geleerd.

'Komen Martha en Theo nog met de tweeling?' vroeg ik. Zij moesten de kinderen naar een ponykamp brengen zei ze, en snapte niet hoe ze het vroeger redde met twee tweelingen. 'Nou dat snap ik wel, je had mij toch!', zei ik, eindelijk eens ad rem. Er viel een stilte en ik wist niet of ik blij moest zijn met mijn spontane openhartigheid.
'Ja, dat is wel zo, ik had dit nooit alleen aan gekund' zei ze.
Hierna vertelde ik haar hoe ik als klein meisje van zeven jaar werd ingeschakeld bij de opvoeding van mijn zeven pleegbroers- en zussen nadat mijn eigen ouders waren overleden.
Ik gaf hen te eten en moest hen wassen en verschonen. Ik werd opgezadeld met een verantwoordelijkheid die ik niet kon dragen en dit had de rest van mijn leven bepaald. Mijn pleegouders zeiden ook vaker dat ik dankbaar moest zijn en wel in een weeshuis had kunnen zitten.

Tactvol vertelde ik haar dat zij vaak overspannen was en hoe zij hysterisch uitviel bij te veel drukte en dat er geen plaats was voor mijn kwetsbaarheid en verdriet. Ik keek nu met meer passie in haar ogen; ze lagen diep en leken toegeknepen door een groot licht. Ik bespeurde respect en machteloosheid.
Zij worstelde met haar woorden en hapte naar lucht en vervolgde met 'het was toen een andere tijd'.

Zo was het goed voor mij; zeker met moederdag wilde ik haar sparen.
Het gevoel van een kind van zeven is in iedere tijd hetzelfde, maar ook dat van een vrouw van 84 jaar, bedacht ik.
Dit was mijn moment geweest en ik was blij met deze erkenning waarop ik lang had gewacht. Niet voor niets was ik nu zolang met haar samen geweest.
Ik omhelsde haar bij het afscheid en het voelen van haar broze lichaam vertederde mij.

Schrijver: Tracy Rossy, 21 jul. 2006


Geplaatst in de categorie: moederdag

1,4 met 8 stemmen 1.960



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)