Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

Aan de andere kant van de spiegel - deel 3

Nog één belangrijke, wat beklemmende vraag bleef er over. Ik had een aantal gestalten gezien van mensen die in coma lagen, net als ik zelf. Maar waren hier misschien ook andere wezens, geesten van gestorven, of misschien zelfs wel.....engelen?

“Draai je ‘es om”.
Ik schrok. De stem die gesproken had, had vlak achter me geklonken. Het was een zachte vrouwenstem. Dus toch.....? Het leek me de hoogste tijd om te verdwijnen. Toch hield iets me op deze plek gevangen. Kwam dat misschien door de vertrouwelijkheid van de stem die tot me gesproken had? Aan wie die stem toebehoorde wist ik niet, maar ze scheen geen kwade bedoelingen te hebben.
Mijn nieuwsgierigheid won het van mijn angst. Langzaam draaide ik mijn hoofd om.
“Wees maar niet bang, je bent veilig. Ik moet je iets vertellen, Henry!”
Dit kon niet waar zijn, ik hield het haast niet meer uit! Daar stond een vrouwengestalte in een lange, sneeuwwitte mantel die haar vrijwel tot de voeten reikte. Haar lange haar hing los om haar schouders. Ze keek me vriendelijk aan.
“Wie... wie ben je? Wat wil je? Ben ik dan al..... dóód? Waarom houden ze mijn lichaam dan nog in leven?”
Ze schudde haar hoofd. “Niet dood”, sprak ze, “je ligt in coma. Je bent nu in het overgangsgebied, je zweeft tussen leven en dood. Maar je zult weer beter worden, en wel zeer binnenkort. Over een week zul je uit het ziekenhuis worden ontslagen. Ben je nu tevreden?”
Ze wachtte af om het effect van haar woorden vast te stellen. Onbewogen bleef ze me aankijken.
“Hoe weet je dat?”, vroeg ik. “Hoe kun je mij bewijzen dat je gelijk hebt? Misschien is dit alles maar een droom en word ik morgenvroeg weer naast Carla wakker.”
“Dat geloof je toch zelf ook niet?”, sprak ze. “Je was aanwezig bij je eigen operatie. Later dwaalde je door enkele zalen van dit ziekenhuis om na te gaan voor welke kwalen de patiënten waren opgenomen: je keek met je geestelijke ogen ín hun lichaam. Is dat alles geen voldoende bewijs dat je uitgetreden bent? En wat die voorspelling betreft: je kunt me vertrouwen. Vóór dat ongeluk op de snelweg was ik jouw beschermengel, en dat ben ik nog. Het is mijn taak om je geweten wakker te houden en je te wijzen op jouw taak in het leven.”
“Mijn beschermengel?”, vroeg ik. “Waar was je dan toen ik verongelukte? Waarom heb je me niet gewaarschuwd? Als je werkelijk mijn beschermengel bent, had je dat toch zien aankomen? Nou?”
“Als jij na een doorwaakte nacht achter het stuur kruipt om een verre kennis op te zoeken, hoewel je nauwelijks in staat bent om te rijden, is dat jouw eigen verantwoordlijkheid. Je bent onderweg tegen de vangrail opgebotst; de rest is je bekend. Wat verwacht je dan van mij? Tegen dergelijke ellende kan ik je niet beschermen. Wél kan ik ervoor zorgen dat alles weer in goede banen wordt geleid als je brokken hebt gemaakt. Tenminste, als dat bij je levensweg past. Zoniet, dan sta ik volkomen machteloos.”
Ze keek me doordringend aan. Wist ze welke vraag ik nu wilde stellen?
“Ik begrijp het”, antwoordde ik. “Je spoort me aan om verstandig met mezelf om te gaan, maar verder laat je het aan mijzelf over wat ik feitelijk doe. In dit geval heb ik mezelf schromelijk overschat. De gevolgen ervan zal ik zelf moeten dragen. Maar hoort dit alles misschien ook bij mijn..... hoe zal ik het zeggen... bij mijn lot, of hoe je dat ook noemen wilt?”
“Nee, niet precies. Maar nu het toch is gebeurd, krijg ik de kans om je iets te leren. Je zweeft nu tussen leven en dood: dat is een gebied met veel gevaren, maar ook met veel mogelijkheden. Je kunt er de wereld van de geest leren kennen. De diepere natuur van de menselijke psyche is er in zijn volle omvang zichtbaar, tenminste, als je de wetten kent die dit gebied regeren. Je hebt er al iets van opgestoken. Zo heb je gemerkt dat je in staat bent om andermans gedachten te lezen. Ook drong jouw blik in menselijke lichamen door. Je zag er de werking van organen en hoe beschadigde weefsels die werking kunnen blokkeren. Tenslotte leerde jij je te concentreren op het waarnemen van andere bewoners van dit gebied.
Geloof me, de menselijke geest, ook de jouwe, is tot ongelofelijk veel in staat mits het bewustzijn voldoende is gerijpt. Tijdens het leven lukt het zelden om al die mogelijkheden te leren kennen, laat staan om al die mogelijkheden te leren beheersen. Maar na de dood, en eigenlijk ook al in dit overgangsgebied, is dat een stuk gemakkelijker omdat de mens dan van alle beperkingen van het lichaam is bevrijd. Een pure geest kan zich het best in zijn eigen sfeer ontplooien. De aarde, het leven daar, is een leerschool om ook in de trage, taaie wereld van de materie zielekrachten te ontwikkelen, daarin standvastig te worden en te blijven. Geestelijke groei, ontwikkeling van liefde voor jezelf en anderen, openheid en ontvankelijkheid voor Christus, daar komt het op aan. Er is geen andere weg.”

Schrijver: Hendrik Klaassens, 21 sep. 2006


Geplaatst in de categorie: religie

4,6 met 5 stemmen 522



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)