Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

Benno's homerun

Een waar gebeurd verhaal, een tikje overdreven en vol herhalingen.

Benno had het enorm naar zijn zin. Met zijn vrienden bracht hij de avond in een kroeg door waar een diskjockey zijn favoriete muziek draaide. Het laatste drankje hem door een vreemde vent aangeboden, liet hij zich niettemin geweldig goed smaken.

In het begin had hij niets in de gaten. O.K., hij had een ietsje teveel gedronken, een joint gerookt, een pilletje gescoord en de lichten van de stad schitterden hem euforisch tegemoet toen hij de kroeg verliet maar eenmaal buiten maakte zijn gelukzalige stemming plaats voor een onbestemd gevoel.
Hij draaide zich aan het eind van de donkere steeg om en schrok zich rot, jawel hoor, daar had je het gedonder al. Hij werd gevolgd.
De veelkleurige verlichting van de stad strekte zich verpletterend naar hem uit. Hij spurtte de steeg door en belandde op het voor dit late uur toch nog redelijk drukke- en fel verlichte Rokin. Benno begon richting centraal station te lopen. Hij zette er flink de pas in, af en toe omkijkend. Langzaam drong het tot hem door dat hij het zich niet verbeelde. Het licht van de huizenhoge zeegroene lantarenpaal reikte met lange bleke armen in zijn richting om hem te grijpen. Eenmaal buiten hun bereik, leek het of de lantarenpaal zich voorover liet vallen om hem te verpletteren.


Benno zette een drafje in en keek onder het lopen met regelmaat achterom om te zien of het licht hem niet te pakken kreeg. De onderdoorgang van het centraal station naar "Noord" was natuurlijk zoals gewoonlijk op dit late uur gesloten. "Noord", het stiefkindje van de stad en waarvan sommige best wel intelligente "stadsmensen" beweerden dat er alleen gnomen woonden. Benno was echter een rasechte "Durgerdammer" en besefte dat hij op het geweldige klantvriendelijke openbaar vervoer niet meer hoefde te rekenen; en geld voor een taxi had hij niet, het zou een flinke nachtwandeling worden. Hij begon te rennen.

Benno rende in een ijltempo rond het station naar de Noordzijde. Zijn hart klopte luid in zijn keel. In zijn zij begon het gemeen te steken toch rende en rende hij alsmaar door; de paniek greep hem naar de strot.


Het pontveer naar de Noordkant van de stad lag badend in het licht afgemeerd. Hij stortte zich er in volle vaart op, hopende dat het gevaar nu geweken was. Op de pont wiegden de lichtjes op de maat van de deining die het water veroorzaakte. Benno begon op de pont heen en weer te springen om uit de buurt van de grijpgrage lichtbundels te blijven. Hij holde van voor naar achter en van links naar recht de enkele passagier in verbijsterde verbazing latend.

Aan de overzijde van het IJ sprong hij ijlings van de boot en zette het op een rennen, de paniek haalde hem in. Al waren er hier beduidend minder lantarenpalen, ook zij hadden het op hem voorzien. Hij holde en holde, de hele Meeuwenlaan af en aan het eind zwenkte hij het vliegenbos in; daar ruste hij uit in de beschutte duisternis van de donkergroene bomen. Toch zag hij weer licht schemeren en het leek opnieuw of het hem zocht, dus voort maar weer in de benen; de Nieuwendammerdijk op richting het sluisje. Overal stonden die vreselijke lantarenpalen die hem wilde grijpen of verpletteren; dus voort maar weer, hij holde langs café "het sluisje", de jachthaven, café " het snorretje", het rietland en bij de witte boogbrug boog hij af naar de Schellingwouderdijk. Het hield niet op. Benno's hoofd bonsde en zijn longen zwoegden in en uit, in en uit. Hij zoog de koude nachtlucht door zijn getuite lippen naar binnen en durfde niet meer om te kijken naar al dat verschrikkelijke licht wat hem wilde verpletteren. Zelfs op de hoge dijk die naar Durgerdam liep zag hij de lichtbundels van de palen al gretig naar hem graaien; hij holde en holde, hij kon bijna niet meer; alles in zijn lijf deed zeer, zijn ogen brandden en zijn benen waren als van lood, zijn voeten deden ongelooflijk pijn, hij was klam van het zweet; toch moest hij verder, hij holde en holde. Bij de hoogspanningsmasten, vlak voor Durgerdam;
gleed zijn voet van een tegel en donderde hij in volle vaart van de dijk en hij bleef op de basaltblokken die de dijk tegen het water van het IJselmeer beschermden hangen.


De koele duisternis van het donkere natte water leek hem te wenken. Nog eenmaal keek hij om en jawel een flard licht bereikte zijn angstig oog. Hij dook voorover en stak zijn hoofd in het water.
Hoe heerlijk koel en donker was het daar; hij hoorde alleen het geluid van zijn oververhitte rode bloed dat met een geweldige vaart door zijn aderen werd geperst. Het suisde en het gonsde dat het een lust was. Benno opende voorzichtig zijn ogen en zag dat het onder water helemaal donker was en liet het laatste beetje lucht uit zijn longen lopen; toen werd het opeens wonderlijk licht in zijn hoofd en hij voelde hoe een sterke hand hem in zijn nek greep.

God allemachtig, dacht hij nog voor zijn hoofd druipend boven water kwam, nou hebben ze me toch te pakken!

Schrijver: Willy Vittali, 23 okt. 2006


Geplaatst in de categorie: emoties

1,7 met 6 stemmen 791



Er zijn 2 reacties op deze inzending:

Naam:
Willy
Datum:
24 okt. 2006
Email:
emilewilhetnet.nl
Dag Femmy, bedankt voor je reactie, dit verhaal schreef ik als schrijfopdracht voor een cursus die ik volgde, 'creatief schrijven'de opdracht was een kort waar gebeurd verhaal met verschillende stijlfiguren, overdrijving en herhalingen. Natuurlijk kan ik die er uit halen en er een geloofwaardig verhaal van maken, ik wilde dit verhaale echter in de oorspronkelijke vorm plaatsen. De drugs en drank veroorzaken natuurlijk voor een andere beleving van de werkelijkheid en dat probeerde ik weer te geven.
Naam:
Femmy
Datum:
24 okt. 2006
Jammer genoeg vind ik dit in beginsel toch heel aardige verhaal uitpuilen van wijdlopigheid en adjectieven.
Een paar stukjes tekst als voorbeelden:
... "de lichten van de stad schitterden hem euforisch tegemoet."
Kunnen lichten euforisch schitteren? Probeer duidelijk te maken dat dit komt door de waanvoorstellingen veroorzakende mix van drank, de joint en het pilletje. Je doet dat bijvoorbeeld fraai in het fragment: "Het licht van de huizenhoge zeegroene lantarenpaal reikte met lange bleke armen in zijn richting om hem te grijpen."

... "maakte plaats voor een onbestemd gevoel.
Hij draaide zich aan het eind van de donkere steeg om en schrok zich rot, jawel hoor, daar had je het gedonder al. Hij werd gevolgd."
Een lezer raakt daar niet angstig van, ík niet tenminste. Maar het werkte wél op mijn lachspieren. Vast niet jouw bedoeling.

Enfin, je snapt het verder wel – hoed je voor overdrijving, vooral bij de zogeheten waar gebeurde verhalen liggen dit soort problemen op de loer.
Beter is het een dergelijke tekst zo sober mogelijk neer te zetten, wil het geheel nog enigszins geloofwaardig blijven.

Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)