Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

Onze verhuizing

Gek word ik ervan. Gek. Mijn vrouw weer eens. Met haar zoveelste briljante idee: een woning zoeken aan het water. Desgevraagd zegt ze onze flat beu te zijn.
‘Wat is er dan mis mee?’
‘Alles.’
‘Da’s veel.’
‘Nee, serieus, onze huur is krankzinnig hoog. Bovendien betalen we klauwen onderhoudskosten. En waarvoor? Dat iemand eens in de drie maanden langskomt en aan een paar knoppen draait? Weet je wat wíj moeten doen?’
‘Dat heb je me al ingepeperd. Verkassen. Voor de derde keer in anderhalf jaar, dame.’
‘Dit wordt anders – we kópen een huis. Verrassing: ik heb het al dik voor elkaar.’
‘O?’
‘Hartstikke goedkoop. Enkel zei de makelaar dat er een hoop aan gedaan moet worden, zowel van binnen als van buiten. Maar dat fiksen wij wel, niet, liefste?’

Kijk, als mijn vrouw mij met “liefste” aanspreekt, weet ik allang dat ik het de komende tijd zwaar ga krijgen.
‘Hopelijk heb je een foto?’
Mijn vrouw diept een foto uit haar handtas. Áls ik het niet dacht: een smal, hoog huis aan een gore gracht. Ik zie bruinachtig water. Meen ratten te zien stiefelen. En zelfs de geflatteerde foto kan de bladderende verf niet wegmoffelen.
‘Er is een tuintje bij, zie je wel, liefste?’
‘Ik zie het. Zanderig. Planten zullen er zich niet thuis voelen. Ik ook niet.’
‘Niet zaniken, zo blijft het niet. Toe, laten we het kopen, de vraagprijs is belachelijk laag.’

Enfin, als mijn vrouw iets in haar hoofd heeft, heeft ze het niet elders. Dat betekent dat we het gammele wrak kochten. Inmiddels ontsieren dozen vol spullen onze flat. Oké, toegegeven, mijn vrouw heeft bijna alles beredderd. Bijna? Laat ik eerlijk zijn: het enige wat ik heb gedaan is de verhuiswagen bellen. En daarna zoveel mogelijk de onttakelde flat ontlopen.

Vandaag is het de dag van de verhuizing. Tevens de dag dat ík eens een briljant idee heb! Kwestie van even naar de supermarkt lopen en…

‘Mevrouw Stieltjes?’ hoor ik een van de verhuizers zeggen. Aan hun gewauwel te horen zijn het er twee, ik hoor de ander zeggen: ‘Goed werk, de grootste doos hebben jullie al voor de deur gezet, dat scheelt. Niewaar Piet? Haal effe een hijstouw, dit kreng krijgen we zomaar de wagen niet in. Ga effe opzij, mevrouw Stieltjes.’
‘Gosklere, mevrouw, wat zit er in die doos?’
‘Ik weet het niet, ik denk dat mijn man zijn boeken erin heeft gedaan.’
‘Waar is uw man? Hij mag weleens een pootje meehelpen.’
‘Mijn man is vermoedelijk naar het arbeidsb… ik bedoel, hij zit op zijn werk.’
‘Nah, fraai is dat… Kees, gelijk op nu… één twéé dríe – hóppa!’

Mijn positie is benard. Ik hoor overal geschuifel en gevloek van die plebejers. Ook hoor ik gedempt snikken; mijn vrouw.
Ik voel me schuldig, maar durf mijn aanwezigheid niet kenbaar te maken, want dat mijn idee zo briljant niet is, heb ik inmiddels wel door.
Alle dozen zijn nu in ons nieuwe huis, begrijp ik. Ik hoor zeggen: ‘Kees, nu die zware jongen nog effe, da’s de laatste. Klere, uw man schijnt zich het leplazarus te lezen!’
‘Piet, wacht effe, de bojem valt eruit! Neerzetten die handel!’
Te laat.
In eigen persoon zak ik door de bodem.
Ik zie drie stomverbaasde gezichten. Maar niet lang. Mijn vrouw roept dingen als niksnut, klerelijer, uitnemer en ineens heeft ze een bezem in haar hand.
Ze stormt naar mij toe.
Ik voel een knal tegen mijn schuldig hoofd en besef dat wij definitief verhuisd zijn.

Schrijver: Femmy, 1 nov. 2006


Geplaatst in de categorie: verhuizen

1,9 met 12 stemmen 3.357



Er zijn 2 reacties op deze inzending:

Naam:
Datum:
8 feb. 2007
Email:
ik voel dat de frustratie goed geschreven is
Naam:
Henk
Datum:
2 nov. 2006
Een slapjanus die echtgenoot.
Maar met plezier gelezen!

Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)