start toeval vragen forum links zoek contact gastenboek inhoud

Categorieën:

actualiteit (138)
adel (13)
afscheid (116)
algemeen (330)
bedankt (25)
biologie (13)
dieren (242)
discriminatie (38)
drank (48)
economie (23)
eenzaamheid (179)
emoties (170)
erotiek (68)
ex-liefde (64)
familie (113)
feest (41)
film (3)
filosofie (148)
fotografie (6)
geboorte (23)
geld (33)
geschiedenis (30)
geweld (46)
haiku (5)
heelal (38)
hobby (32)
humor (385)
huwelijk (40)
idool (42)
individu (62)
internet (30)
jaargetijden (53)
kerstmis (79)
kinderen (174)
koningshuis (22)
kunst (49)
landschap (15)
lichaam (38)
liefde (258)
literatuur (352)
maatschappij (158)
mannen (34)
milieu (14)
misdaad (119)
moederdag (11)
moraal (99)
muziek (41)
natuur (97)
oorlog (108)
ouderen (18)
ouders (36)
overig (131)
overlijden (79)
partner (55)
pesten (29)
planten (13)
politiek (50)
psychologie (114)
rampen (55)
reizen (132)
religie (143)
schilderkunst (20)
school (63)
sinterklaas (17)
sms (6)
songtekst (1)
spijt (26)
sport (80)
sterkte (2)
taal (43)
tijd (55)
toneel (10)
vaderdag (1)
vakantie (83)
valentijn (4)
verdriet (87)
verhuizen (13)
verjaardag (17)
verkeer (46)
voedsel (45)
vriendschap (85)
vrijheid (59)
vrouwen (88)
welzijn (55)
wereld (35)
werk (98)
wetenschap (18)
woede (60)
woonoord (87)
ziekte (153)

tabblad: verhalen

< vorige | alles | volgende >

verhaal (nr. 2315):

Kritiek

“Weet je, ik krijg het echt op mijn zenuwen van je zoetsappige, moraliserende snertverhaaltjes man!”

Even voelde ik me uit het veld geslagen. Een rilling ging over mijn ruggengraat en eindigde in mijn kruin. Ik wist dat ik wat van kleur verschoot. Schaamte en schuldbesef…

“Het is toch niet meer van deze tijd om te schrijven over dieren die praten, dorpjes op het platteland, pelgrims en zwervers en Maria en godbetert Jezus. Gadsamme zeg.”

Ik voelde mijn kleur wegtrekken en herwon mijn innerlijke kalmte. Ik besefte dat je nooit voor iedereen goed kan doen. Nou ja, ik had plezier in het schrijven er van en er waren toch genoeg blijken van waardering om er mee door te gaan.

“ik snap niet dat mensen zo iets graag lezen. Het gaat nergens over en het dient nergens voor. Je leert er niets van en je lijkt het allemaal beter te weten. Eigenlijk ben je een pedant lulletje.”

Ik zweeg nog altijd. Zijn kritiek had een grond van waarheid. Het laatste wat ik wilde was overkomen als de minzame wijze die met even minzame, misschien lichtjes superieure glimlach het gekrioel en gekonkel van het gepeupel gadesloeg.
Maar ik schrijf niet graag over moord en doodslag. Over seks en uitwisseling van allerlei lichaamssappen. Ik doé het wel graag, maar dat is mijn zaak.
Er is verdorie zovéél ellende en geweld en kinderarbeid en kinderporno en chaos en verkrachting en…en…. Waarom dat nog eens extra in de verf zetten? En dan denk ik: zie daar, die herdenkingstegel in die vervallen kapel. Wie heeft die daarin gemetseld? Waarom? En wat stond er op de plaats waar nu de Eiffeltoren staat, duizenden jaren geleden…? Stel dat daar ooit een paddestoel stond die… .

“Stop met schrijven en doe waar je goed in bent.”

Ik keek hem vragend aan.

“Welja, computers repareren. Of lezen. Maar val me niet lastig met je oubollige sprookjes. Al eens gedacht aan een schrijfcursus?”

Ik knikte bedachtzaam en stak een sigaret op.

“Euh, excuseer, maar ik wil niet dat er hier gerookt wordt.”

Ik keek hem onbegrijpend aan. We stonden op het strand van Knokke, er liepen hoop en al vier mensen in de wijde omgeving en er stond een stevige zuidwester. “Dit is toch geen openbaar gebouw?” opperde ik.

“Nee, maar het stoort MIJ, ok? Ik vind het een zielig zicht dat een volwassene staat te lurken aan iets waarvan algemeen geweten is dat het ongezond is. Dat valt me tegen van een moraalriddertje als jij.”

“Wat je er ook van denkt. Ik ben géén moraalridder. Iedereen leeft zoals ie dat graag doet zolang hij of zij anderen niet schaadt. Doe een ander niet aan wat je niet wilt dat jezelf aangedaan wordt. Ik zal achter je in de wind gaan staan zodat de rook van mijn sigaret je niet hindert. Na al wat ik naar mijn hoofd geslingerd heb gekregen ben ik toe aan een sigaret. Denk ervan wat je wil. Maar mij troost het.”

Hij haalde zijn schouders op en grinnikte. “Je bent een zielenpoot.” Hij klapte me hard op mijn schouders, nam mijn sigaret en inhaleerde er diep van. Terwijl hij de sigaret terug tussen mijn lippen perste zei hij, in een wolk van sigarettenrook:
“Ik hou van je man. Ik wil je gewoon tegen jezelf beschermen.”

“Dank je, broertje, maar ik kan heel goed voor mezelf zorgen.”

De stoofpot in het restaurantje op de dijk smaakte verukkeluk… .

Schrijver: Marc Kerkhofs, 08-02-2007


kerkhofs.marcattelenet.be


Geplaatst in de categorie: familie


Terug naar zoekresultaten

Deze inzending is 687 keer bekeken

3/5 sterren met 2 stemmen.



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)