Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

Bismillah

Sommige verhalen verzín je niet. Ze gebeuren gewoon, met het dagelijkse leven als regisseur en jezelf als onderdeeltje ervan. Men hoeft ze slechts op te schrijven, de vermeende humor iets te belichten en namen of privacygevoelige gegevens een fictief karakter te geven.

Dinsdag 17 juli 2007: ik lig in een kamer van het MCRZ in Rotterdam, afdeling cardiologie. Mijn bed staat links naast de ingang; bij het raam naast mij en aan de overkant zijn de bedden belegd door twee Turkse ''lotgenoten'' van de eerste generatie. Beiden zijn zij naar schatting ongeveer rond de zestig. Mijn linker buurman is kort van postuur en heeft een hoekig gelaat, grijzend haar en spreekt redelijk verstaanbaar Nederlands. De overbuurman, iets groter en forser gebouwd, heeft een ovaal gelaat, een mooie egaal witte, korte baard en zijn uiterlijk doet mij denken aan het beeld, zoals ik dat van de bijbelse Abraham heb. Hij spreekt, zoals later blijkt, slechts in een Turks streekdialect. Beiden zijn nu al geruime tijd druk aan het praten. Uit de toon van hun gesprek weet ik niet op te maken of ze ruzie maken of dat het de normale manier van hun conversatie is. Ik versta er geen enkel woord van.

Met tussenpozen luister ik met een half oor en dwaal dan weer met mijn gedachten terug naar de late namiddag van gisteren. Mijn bezoek aan de cardioloog, samen met mijn echtgenote, eindigde abrupt met de mededeling, dat het niet meer verantwoord was mij naar huis te laten gaan. Opname werd meteen geregeld en een half uur later lag ik, gekoppeld aan een telemetriekastje voor het monitoren van mijn hartfuncties, op die kamer met de drie bedden. Dat was een flinke tegenvaller. Na een hartinfarct in 1999, toen helaas te laat als zodanig vastgesteld, beschikte mijn hart nog maar over tweederde van de normale pompcapaciteit; de rest van de hartspier aan de voorkant was reeds tot bindweefsel gedegradeerd. In 2005 werd de jaarlijkse controle door de cardioloog gestaakt omdat mijn hartfuncties stabiel werden bevonden. Sedertdien was mijn conditie bijna ongemerkt maar gestadig toch achteruitgegaan, de laatste maanden zelfs zodanig, dat ik het bij inspanningen steeds sneller moest laten afweten…

Het drukke gesprek van mijn Turkse kamergenoten verstomt. De cardioloog komt met zijn assistenten langs tijdens zijn visiteronde. Ik verneem van hem, dat er nog enkele onderzoeken nodig zijn voordat ik zal worden aangemeld bij de afdeling chirurgie voor een hartcatheterisatie. Mijn linker buurman, ''De Grijze'', krijgt de mededeling, dat hij morgen naar huis mag. De overbuurman, ''Abraham'' krijgt te horen, dat hij in de loop van de week naar het Erasmus MC wordt gebracht voor een bypassoperatie. ''Rookt u nog?'' vraagt de cardioloog aan Abraham. ''Nie rook!!!'' spreekt hij schor en onderstreept dit met een paar forse handgebaren.

De geneesheer is nog maar net de deur uit. Abraham pakt uit zijn nachtkastje een sigaret en glijdt met de voeten in zijn pantoffels. Hij verlaat onze kamer met een brede grijns, de sigaret boven het hoofd houdend en daarmee een spiraalbeweging makend. - ''Hij niet goed moslim'', zegt De Grijze. ''Hij vroeger hadde gezin, hadde goed werk maar noe nie merr. Allesch kapoet, allesch versope. Hij roke veel en drinke vele alcohol. Kan nie prate over normal, alleen over arak, mooie vrouwe en roke.'' Zijn hoofd schudt afkeurend heen en weer. ''Ikke, toen jong, ook roke en ook drinke alcohol, maar noe al nie vele jare merr. Ikke hebbe kracht van Allah.''

Hij kijkt me even peinzend aan. ''Zeg boerman, oe toch nie maken zorg over oe ziek? - Oe gelove of nie?''

''Ach'' zeg ik een beetje ontwijkend en trek daarbij kort mijn schouders op…

''Geef nie oe nie geloof. Allesch komte goed. Zegge: 'Bismillah' en dat brengte altijd geloek''. Met een aaiend gebaar van zijn handen langs zijn wangen en een denkbeeldige baard zet hij zijn toverwoord kracht bij, zonder zijn hoofd aan te raken. ''Isch eigelijk 'Bismillah, Ar-rahmaan, Ar-rahim'. Dan oe zegge van binne wens of vrage om hij helpe oe - altijd werk! Ikke ook altijd zegge 'Bismillah' bij rijden auto, steke over straat of beginne iets onderneem. Heus, altijd werk - Insjallah!''

Ik neem mijn medicijnen in met een beker water. Terwijl Abraham weer binnenkomt, hef ik mijn beker en zeg: ''Water Zem Zem'' - Abraham lacht schamper en krijgt een hoestaanval. ''Zem Zem ische uit moerr, uite kraan, fabrieka… ha ha (kuche, kuch) haha. Arak ische goed!'' Deze ontboezeming levert hem weer een verwijtende blik op van De Grijze. Beiden gaan even later onderuit liggen en dutten weldra in. Het geeft mij ruimte om te denken; ik voel me onrustig en onzeker, zonder enig godsvertrouwen achter de hand te hebben…

Woensdagochtend vertrekt De Grijze naar huis. Hij drukt mij hartelijk de hand: ''boerman, oe zegge: 'Bismillah', denke voor dokter oe gaat beter maak!'' - Donderdag tegen het middaguur wordt Abraham opgehaald. Diezelfde dag om kwart over drie word ik gedotterd en worden er twee stents geplaatst; mijn kransslagader was op twee plaatsen aanzienlijk vernauwd geweest. Bij alle spanning vergeet ik prompt het 'Bismillah' - ik ben te nerveus en te angstig…

Vrijdagochtend mag ik, als herboren, naar huis. Vóór vertrek denk ik wél: 'Bismillah', en dat met het nodige respect voor de geloofsovertuiging van De Grijze. Voor mezelf doe ik dat echter zonder enige verwachting maar meer in de zin van: baat het niet, dan schaadt het niet.

Aan de andere kant denk ik: als ík Allah zou zijn (alleen zuiver hypothetisch), dan zou ik in dit geval niet eens thuis geven. Zeg nou zelf: wat heb je nou aan iemand met een houding van 'wél vragen maar niet geloven?' Niets. Dus laat één ding vooral duidelijk zijn: ''Allahu Akbar!''

Tot een volgende keer.

Schrijver: Günter Schulz, 26 jul. 2007


Geplaatst in de categorie: sterkte

3,0 met 26 stemmen 4.505



Er zijn 6 reacties op deze inzending:

Naam:
henk posthouwer
Datum:
15 dec. 2007
Email:
h.posthouwerupcmail.nl
Mooi verhaal, uit het leven gegrepen.
Ik hoop dat het goed met je gaat!
Naam:
josiene van eijsden
Datum:
29 sep. 2007
verrukkelijk! dus:....2 cijfers...
Naam:
Rina van Dijk
Datum:
15 aug. 2007
Met die stents kun je honderd worden. Kunnen we nog veel van je bijdragen genieten.
Jouw motortje heet: humor. Regelmatig smeren maar.
Naam:
Charissa Gundermann
Datum:
11 aug. 2007
Email:
c.gundermanntiscali.nl

Met veel plezier heb ik je verhaal gelezen. De humor die je verwerkt in je verhaal is geweldig. Ik zie je helemaal liggen daar tussen die Turkse mannen. Ik heb je een 10 gegeven!
Naam:
Theodorus
Datum:
9 aug. 2007
Wel laat, zorg goed voor je zelf
we zouden je missen.
Naam:
Iris Van de Casteele
Datum:
29 jul. 2007
We hebben je gemist, beste Günter. Dat je het hele ziekenhuisavontuur met zoveel humor kunt vertellen wijst erop dat je al heel wat aan de beterhand moet zijn. Zorg voor je hart, aan jouw schrijverstalent mankeert niets. Genegen groeten van Carlos en van mij. We wensen je het allerbeste en hopen je hier nog vaak te mogen lezen.

Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)