Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

Bezoek uit de dakgoot

Het is niet erg warm. Maar het is fijn toeven in de tuin, gezelschap gehouden door een glas helder water en een boek. Zonder een voet te hoeven verzetten zit ik in Bandoeng of Klaaswaal. Het volgende moment vaar ik op een kleine viskotter of zit ik vijf weken in een ballon die over Afrika vliegt. Men zou meer moeten lezen. De was wiegt zachtjes aan de lijn. Ik hou het meest van de herfst, maar zo is de lente toch ook wel aangenaam. Op de schoorsteen van een huis even verderop strijkt een duif neer en kijkt parmantig om zich heen. Na een uur lezen wordt het me buiten te koud, huisinwaarts is het devies.

Het geluid van kerkklokken vliedt mijn werkkamer binnen. Het is prettig dichtbij een kerk te wonen. Als op een kille zondagochtend de regen met bakken uit de hemel giet en de wind loeit, huilt, brult, misschien hagelt het wel (onweert het ook wel eens op een zondagmorgen?), worden de gelovigen door de klokken naar het veilige godshuis gelokt. Een heer verliest bijkans zijn hoed, een paraplu keert zich binnenstebuiten. Kinderen springen door de plassen, een oude dame heeft haar regenkapje vergeten. Haar grijze haar is al doorweekt. Wat een weer mensen, bar en boos is het. Ik lig in bed en wordt een beetje wakker. Met een milde glimlach op mijn gezicht hoor ik hoe de elementen tekeer gaan. In mijn warme wereldje zie ik voor mijn geestesoog hoe de regen de godvrezenden geselt. Misschien zal ik later branden in het hellevuur, maar dan kan ik daar wel terugkijken op vele aangename zondagochtenden.

Nu hoor ik naast het klokgebeier ook iets rinkelen. Ik kijk achterom en twee groene ogen staren mij pienter aan. Het is buurkat IJsbeer, die mijn huis is binnengekomen, hoewel de tuindeur toch dicht is. Het belletje om haar nek hangt nu stil. Verbaasd kijken we elkaar aan, geen van beiden hadden we verwacht elkaar hier te treffen. Maar dan schiet het me te binnen dat het slaapkamerraam nog open staat, het beestje is op een dakgotentocht dus hier naar binnen gewandeld. We ontmoeten elkaar wel vaker, we dollen dikwijls in de tuin. Het is prachtig om haar te zien spelen met een propje papier. Als betreft het een echte prooi neemt ze het tussen de kaken om het daarna op een andere plek neer te leggen. Dan kijkt ze of de jachtbuit nog beweegt en haalt uit met haar voorpoot. Het propje rolt weg en poes gaat er weer achteraan. Ze kan er echt tijden mee zoet zijn.

De groene ogen kijken nieuwsgierig de kamer rond. Alles wordt besnuffeld: het slaapbankje, de platenbak met Beethoven, Dvorák en Liszt, mijn schoenen, de kachel. Met een sprong zit IJsbeer op de boeken in de vensterbank. Buiten gebeurt allerlei interessants, haar kopje gaat van links naar rechts en terug. Wat ook erg bekijkenswaardig is, is mijn bureau. Het is een oude Gispen die ik ooit voor veel te veel geld bij een tweedehands-zaak heb gekocht. Maar het ding is onverwoestbaar, ja, er kan een olifant op dansen en dan nog is er niets aan de hand. De grote archieflade heb ik eruit gehaald omdat het ding steeds van de rails afschoot. Daarvoor in de plaats ligt er nu een verzameling kranten in, waaronder een paar exemplaren uit november 1963.

Poes loopt over Maarten 't Hart, Heinz Polzer, Biesheuvel, Carmiggelt, Marten Toonder, Alfred Mazure en Wim T. Schippers, stapt in het zwarte van-alles-en-nog-wat-schrijftafelbakje en neust dan rond op mijn bureau. Ze onderwerpt alles aan een minutieus onderzoek. Eigenlijk staat er betrekkelijk weinig, maar toch is het hele bureaublad vol. Mijn stereotoren (ik heb op de klassieke zender afgestemd en in het Engels zingt iemand een opera-achtig liedje, waarin gewag wordt gemaakt van een astronome die ontdekt heeft dat het mannetje in de maan een vrouw is) wordt door de kattenneus gevisiteerd, evenals het houten pennenbakje dat door mijn moeder is vervaardigd, de welgevormde glazen asbak, een Conway Stewart-doosje van mijn grootvader, de marmeren brievenstandaard, het plakbandapparaat, de presse-papier (een simpele, kleine witte steen uit een tuintje), het paperclipdoosje, de cd van Tom Waits die ik onlangs heb gekocht.

En het mooie houten postzegelbakje met de goudkleurige scharniertjes. Als je het dekseltje opendoet zie je vier kleine, schuin aflopende vakjes die door smalle houten schotjes van elkaar gescheiden zijn. Ik gebruik er maar twee van: in één ligt onze vorstin voor tachtig cent en in het vakje ernaast kost hare majesteit een gulden. Ik heb het liefst zegels met de afbeelding van ons staatshoofd, omdat die het juiste formaat hebben. Postzegels van drie bij twee centimeter zijn eigenlijk te groot. Het bakje stamt uit de tijd dat je een brief kon frankeren met vijf cent.

IJsbeer snuffelt aan het beeldscherm van mijn computer en 354]=l;90inhjg56cfdxs321... loopt over het toetsenbord. Met een klein sprongetje is ze aanbeland op de oude gaskachel. De kat ruikt aan het sierlijke wijnkannetje, waar in het Frans op staat dat het inderdaad voor wijn is bedoeld. Voort gaat het, via het slaapbankje richting Homerus, Oscar Wilde, Goethe, Jules Verne, Jack Kerouac en Shakespeare.

Mijn eigen kat Zimmy komt binnen en er worden kopjes uitgewisseld, ze kunnen goed met elkaar overweg. Ik loop naar de keuken en schenk een schoteltje melk dat door de beesten snorrend verorberd wordt. Wat is dat toch een grappig geluid. Van mensen klinkt het onsmakelijk als ze hun soep slurpen, maar dit heeft iets aandoenlijks. Tevreden ploft Zimmy op mijn schoot. IJsbeer springt weer op de boeken in de vensterbank en haar staart streelt de rug van 'Reis door mijn kamer', één van mijn lievelingsboeken. Ze nestelt zich vervolgens naast Zimmy en van schrijven komt nu nog maar weinig, ben ik bang. De katten vallen in slaap en als ik ze zo vredig zie liggen zou ik zelf ook wel op mijn eigen schoot in slaap willen vallen.

Schrijver: Marco Bakker, 27 mei. 2008


Geplaatst in de categorie: overig

4,4 met 19 stemmen 320



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)