Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

DE LIEFDE VAN EEN DICHTER

'Ik weet dat niets mij toebehoort,
dan de gedachte'

Die kille voorjaarsmiddag van 1827 haastte Charlotte zich opnieuw naar haar zieke vriend. Het viel haar op dat zijn donkere ogen diep verzonken waren, of de 78-jarige oneindig moe was van het leven.
Maar dat kon niet waar zijn: de bejaarde dichter was opnieuw verliefd.
Deze binnenbrand heette Ulricke. Aan dit negentienjarig leeghoofdje stuurde hij gedichten, waar zij niets van begreep. Wel rolde haar hele familie over hem heen: 'de ouwe gek!'.

Glimlachend boog Charlotte zich over het bed. 'Hoe voel je je vandaag Wolfgang? Zal ik de luiken openen, de kachel wat hoger zetten en een fles moezelwijn laten komen?' Ze wist precies wat hij wenste, ze kenden elkaar al zo lang. Het was drie uur, zijn schrijftijd.

Hoewel zeven jaar ouder, met reuma in heupen en handen, was zij kwieker dan hij. Terwijl Wolfgang, leunend tegen het bed, zijn satijnen ochtendjas aandeed, liep zij alvast naar de aangrenzende kamer. Een saai vertrek, vier hoge stoelen als zwijgende dienaren langs een tafel. 'Of hij zijn laatste snik nog noteren wil', dacht ze en belde de dienstbode. Ze verbaasde zich dat 'Wolfchen' zich, na de dood van zijn eigen vader, niets meer van zijn grootvader had aangetrokken. Hier woonde een eenzame man in een bijna leeg huis. 'Er moet toch iemand naar hem omzien', mompelde Charlotte.

Maanden lang had ze haar man Friedrich verzorgd voor hij stierf. Hij was een vriendelijke, rustige man geweest, maar een bij wie ze de verwantschap met de kunst had gemist. Steeds vaker had zij zich, al schrijvend, teruggetrokken, totdat Wolfgang verschenen was. Haar huwelijkstrouw liep daarbij enkele deuken op, maar toch schaamde zij zich niet te moeten erkennen dat de liefde meerdere gezichten kon hebben.
Had Friedrich dat begrepen? En Christiane, die in haar korte leven 5 kinderen met Wolfgang had gehad?

Christiane absoluut niet. Zij eiste een evenwichtig huwelijksleven, vooral voor de kinderen. Driemaal had Christiane een kind moeten begraven en even zo vaak had Charlotte naast haar gestaan, zonder haar te bereiken. Dan was er nog die affaire van Wolfgang met de beeldschone Marianne, een affaire die ook Charlotte raakte, hetgeen Christiane niet was ontgaan.
Marianne, die zijn Suleika werd, was al lang uit zijn leven verdwenen en had andere mannen lief.

Ze luisterde naar het krassen van zijn pen. Met een korte buiging bracht het meisje de wijn en twee glazen. Terwijl Charlotte met onvaste hand de roemers vulde, keek de dichter eindelijk op. 'Luister en geef me je mening'.
Ze was weer zijn steun en toeverlaat. Langzaam las hij: 'onder de ogen van mijn lieve, naar de vingers die de brieven schreven met het heetst verlangen'.

Met een schok dacht Charlotte aan de brieven die ze kwijt was. Een briefwisseling met Wolfgang, naar aanleiding van haar treurspel Dido.
'Brieven, Wolfgang? Welke bedoel je. Voor wie zijn deze woorden?'
Kinderlijk opgewekt zei hij: 'voor Marianne natuurlijk'.
'Ach ja, die'. Ze zweeg snel. Marianne was immers geen concurrente meer.
Natuurlijk schrijft een dichter eerder over iemand uit zijn dromen dan over de vrouw die naast hem zit. Marianne was fantasie geworden, evenals zijn korte vlam Friederike, zijn ex-verloofde Lily en Lotte Buf, die hem lomp had afgewezen, maar daarmee wel de hoofdrol gekregen had in 'Die Leiden des junge Werther'. Allemaal muzen voor boek, gedicht, toneel. Allemaal schimmen uit het verleden. Alleen zij, Charlotte von Stein, was realiteit gebleven. Zij zou voortleven in zijn mooiste liefdes- en natuurlyriek en hij in haar gedichten.

Het dienstmeisje kondigde aan dat er een rijtuig voor meneer was gearriveerd. Hij werd ontboden in het huis van Ulricke's moeder, 'voor een ernstig gesprek'.
Trillend rees Wolfgang uit zijn stoel en greep naar zijn onafscheidelijke blauwe muts. Maar Charlotte richtte zich naar het meisje: 'meneer is ziek en kan niet reizen. Stuur die koetsier onmiddellijk terug'.
Wolfgang staarde naar Charlotte en zakte weer in zijn stoel. Zij wist immers altijd wat het beste voor hem was.

Met enige moeite bracht Charlotte hem terug naar de leunstoel naast het bed, legde een deken over zijn benen en vulde opnieuw de glazen. Aldoor pratend: 'ontzie je, Wolfgang, al die gesprekken over verliefdheid kunnen zo aangrijpen en dat is niet goed op onze leeftijd'.
Hij lachte haar toe: 'weet je, Charlotte, dat alle vrouwen uit mijn leven eigenlijk zilveren schalen zijn, waarin ik gouden appels heb gelegd. In mijn gedachten heb ik hen mooier gemaakt dan ze waren. Daar gaat het mij om. Ik bemin de schoonheid van de liefde'.

Daar zat de aristocraat, zijn wangen ingevallen, zijn dun geworden haar in pieken rond zijn hoofd. Misschien dacht hij nu aan woorden van George Byron. Had hij deze jonge Adonis ook op zijn manier liefgehad? Bij Wolfgang wist je het nooit. Hij treurde om hem even vaak als om zijn oude vriend Schiller.
Haar tranen prikten toen hij zei: 'Maar lieve Charlotte, de diepe genegenheid en liefde in onze, voor eeuwig verbonden, levens, is het allerhoogste dat een mens ten deel kan vallen'.

Datzelfde jaar stierf Charlotte onverwacht. Gelukkig heeft zij niet meegemaakt dat het, ruim viereneenhalf jaar later, Marianne's naam was, die het laatste over zijn stervende lippen kwam.
Die middag voelde Charlotte zich uitverkoren, compleet en heel erg gelukkig.
Ze hielp hem terug in bed en twee, haast tandeloze, monden vonden elkaar in een lange kus.

bron: Emil Ludwig 'Goethe'

Schrijver: Catharina Boer, 20 aug. 2008


Geplaatst in de categorie: liefde

2,6 met 23 stemmen 720



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)