Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

Wie hoort er niet in het rijtje thuis

De voorbereidingen voor de vakantie leverden - zoals ieder jaar - de nodige stress op, te meer omdat het woord coördinatie niet bepaald in mijn woordenboek thuis hoort. Normaal ben ik absoluut niet het ‘Miep-Kraak-type', maar ik kan pas met een gerust hart op vakantie als ik de boel schoon en netjes achter laat; niets zo heerlijk als na een vakantie in een opgeruimd huis terug te keren.

De avond voor onze vakantie was ik zo moe en opgedraaid dat ik de slaap niet kon vatten. Je kon er donder op zeggen dat ’s ochtends de was aan de lijn nog niet goed droog was, de checklist natuurlijk nergens te vinden was, en mijn zoontje mij een handje zou helpen met het inpakken zodat je er zeker van kon zijn dat de koffer vol zat. Zo maalde ik nog een tijdje door voor ik in slaap viel.

De volgende dag volgt standaard de paniekaanval. Met een gigantische huilbui plof ik uitgeput op de bank en zeg tussen mijn tranen door: “ik wil niet op vakantie, voor mij hoeft het niet meer! Ga jij maar alleen met Tom” en bedenk: zou het niet heerlijk zijn, een dag of twee zonder de zorg voor mijn gezin, gewoon lui op de bank met een goed boek, een kan koffie en een stapel sandwiches, eten wanneer jou het uitkomt, zonder besef van tijd…

De huilbui klaart de lucht en na een kop koffie (dank je Henk) en een sigaretje, kom ik weer een beetje tot mijn positieven. Wat een stresskip ben ik toch! ”Sorry Henk, laten we dan zo maar gaan”, zeg ik schuldbewust.

De trein die we hadden moeten nemen was al twee uur geleden vertrokken, maar ok, deze waar we nu in stapten was ook goed. Na de treinreis volgde de busreis en het ophalen van de huurfietsen.
Wij hielden niet zo van vakantieparken en wisten ieder jaar een prachtig huisje te bemachtigen – gewoon in ons mooie kikkerlandje - ergens in “the middel of no where”. Zo ook deze keer: een prachtig huisje aan de rand van het bos, in Ossendrecht. De fietsrit er naar toe duurde zo’n drie kwartier, maar dan had je ook wat!

De aanblik van het huisje ging onze verwachtingen te boven en na een rondleiding en koffie van de eigenaar, werd het tijd om de boodschappen in te slaan voor het weekend. Het was 16.00 uur en zo’n twintig minuten fietsen naar de supermarkt, dus dat kwam wel goed. Na een prachtig fietsritje sloeg de stemming om: de sluitingstijd op zaterdag was hier 13.00 uur. Nee toch! Teleurgesteld reden we weer terug.

“Kijk nou Henk, een camping naast de deur, die hebben vast wel een supermarkt”. Helaas, toen we bij de camping aangekomen waren, bleek het hek vergrendeld. Wij lieten ons niet uit het veld slaan, een weekend zonder eten en zonder luiers voor Tom, was geen optie. Lopend langs een rand van bomen en struikgewas vonden wij uiteindelijk een nauwe doorgang. Mooi! Wij waren binnen.

Na een oriënterende blik, kwam er tot onze stomme verbazing een oudere man, geheel in adamskostuum, relaxed de bosweg af wandelen, alsof het de gewoonste zaak van de wereld was! Met stomheid geslagen bleven we staan! Het was wel eens waar 28 graden, maar om dan maar zonder kleren op pad te gaan…

Henk fronste zijn voorhoofd en zei: “Hé, viezerik, trek eens een fatsoenlijke broek aan, joh! "De ‘vieze’ man trok verbaasd zijn wenkbrauwen omhoog, waarschijnlijk bij gebrek aan een fatsoenlijke broek en volgde - zonder iets te hebben gezegd - zijn weg. Stomverbaasd staarden we de man na, totdat hij de hoek om ging en uit ons gezichtsveld verdween.
“Vast een zonnesteek” constateerde ik. Onderweg was er verder niemand te bekennen – iedereen zou wel bij het zwembad zitten met dit warme weer - en weldra vonden wij de campingwinkel.

We keken naar binnen en toen viel het kwartje: alle mensen hier waren poedelnaakt, behalve de caissière. Henk en Tom bleven buiten staan, ik stapte moedig naar binnen - verstand op nul - en deed mijn uiterste best om langs de klanten heen te kijken. Daar liep ik dan met mijn mandje en had de grootste moeite mij te concentreren op de boodschappen. Maar goed, uiteindelijk meende ik dan toch alles te hebben, behalve dan de luiers (geen luier voor een nudisten-baby?) en sloot noodgedwongen aan in de rij. Nog drie klanten voor mij. Starend naar de schouderbladen van mijn voorganger, trachtend zijn levervlekjes te tellen, leek het mij een eeuwigheid te duren eer ik aan de beurt was. Een opdracht die ik vroeger kreeg op school “wie hoort hier niet in het rijtje thuis’ schoot in mijn gedachten. Met een rood hoofd rekende ik haastig af en via de bosjes kwamen wij weer op eigen terrein.

Onnodig te zeggen dat het lang duurde eer we weer wat bijkwamen van het lachen, onze zoon deed vrolijk mee, al begreep hij natuurlijk totaal niet waar het over ging.
De uitspraak: ‘Hé, viezerik, trek eens een fatsoenlijke broek aan, joh!’ werkt tot de dag van vandaag nog steeds op onze lachspieren en was hier -achteraf gezien - ‘natuurlijk’ totaal niet op zijn plaats…

Schrijver: Els van Gaalen, 12 jul. 2009


Geplaatst in de categorie: vakantie

3,4 met 5 stemmen 363



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)