start toeval vragen forum links zoek contact gastenboek inhoud

Categorieën:

actualiteit (138)
adel (13)
afscheid (116)
algemeen (330)
bedankt (25)
biologie (13)
dieren (242)
discriminatie (38)
drank (48)
economie (23)
eenzaamheid (179)
emoties (170)
erotiek (68)
ex-liefde (64)
familie (113)
feest (41)
film (3)
filosofie (148)
fotografie (6)
geboorte (23)
geld (33)
geschiedenis (30)
geweld (46)
haiku (5)
heelal (38)
hobby (32)
humor (385)
huwelijk (40)
idool (42)
individu (62)
internet (30)
jaargetijden (53)
kerstmis (79)
kinderen (174)
koningshuis (22)
kunst (49)
landschap (15)
lichaam (38)
liefde (258)
literatuur (352)
maatschappij (158)
mannen (34)
milieu (14)
misdaad (119)
moederdag (11)
moraal (99)
muziek (41)
natuur (97)
oorlog (108)
ouderen (18)
ouders (36)
overig (131)
overlijden (79)
partner (55)
pesten (29)
planten (13)
politiek (50)
psychologie (114)
rampen (55)
reizen (132)
religie (143)
schilderkunst (20)
school (63)
sinterklaas (17)
sms (6)
songtekst (1)
spijt (26)
sport (80)
sterkte (2)
taal (43)
tijd (55)
toneel (10)
vaderdag (1)
vakantie (83)
valentijn (4)
verdriet (87)
verhuizen (13)
verjaardag (17)
verkeer (46)
voedsel (45)
vriendschap (85)
vrijheid (59)
vrouwen (88)
welzijn (55)
wereld (35)
werk (98)
wetenschap (18)
woede (60)
woonoord (87)
ziekte (153)

tabblad: verhalen

< vorige | alles | volgende >

verhaal (nr. 3211):

Kluizenaar van Sellingerbeetse 1952

Bij ons in Oost-Groningen aan de Duitse grens ligt een bosrijk gebied. Als kind was ik geboeid door verhalen dat er midden in het bos een kluizenaar woonde in een hol onder de grond. Iedereen in het dorp kende het verhaal van kluizenaar Harm.
Later hoorden we dat de gemeente op die plek een hut voor hem had gebouwd en dat moest m’n grootmoeder zien. Dus werd er een expeditie op touw gezet samen met de buren.

***

De gemeente had geprobeerd hem op te laten nemen in het instituut voor geestelijke zorg in Wagenborgen, maar dat was niet naar de zin van Harm, hij liep weg en keerde terug naar zijn bos. Men heeft toen een stenen hut voor hem gebouwd op de plek van het oude hol. Het was een soort stookhuis drie bij vier meter aan de achterkant een deur en aan de voorkant een stookplaats met schoorsteen. De kerk zorgde voor kleren en dekens en de gemeente zorgde voor brood. Na een poosje kon men niet meer door de ramen kijken door roet en rook. Toen iemand voorstelde zijn ramen schoon te maken weigerde hij, zo kunnen ze niet naar binnen kijken, merkte hij op.

Mensen die hij vertrouwde, die hij kende vanaf zijn jongensjaren – dat werden er steeds minder – bezochten hem nog wel eens, brachten tabak en drank mee.
Men kon hem bij nacht en dag op de landwegen aantreffen, altijd met een deken om zich heen voor de kou, ook omdat hij er zich inwikkelde om op een beschut plekje even een tukje te doen als hij moe werd.

Hij was een verlegen zachtaardige man zonder vijanden; men beschouwde hem als een curiositeit en groette hem vriendelijk als men hem tegenkwam op een landweg tussen de akkers.
Harm heeft altijd in de Beetse geleefd en is er op hoge leeftijd gestorven. Hij ligt begraven op het Katholieke kerkhof.

***

Op een Zondag werd de moed verzameld door m’n grootmoeder en de buren om hem op te zoeken. Het bos had geen wandelpaden en na een flinke zoektocht vonden we de hut, een kleine stenen bouwsel met één leefruimte, de deur stond open, de grond rond de hut was aangeharkt, er was geen enkele voetstap te zien. Buurmeisje Lyda, normaal een bijdehante tante, was bang en pakte mijn hand.

We gingen naar binnen, ik achteraan, er was niemand. Op de vloer lag bosgrond: zo kan hij zien wie er geweest zijn, zei m’n grootmoeder wijzend op onze voetsporen. In het midden een houten tafel en een houten stoel met rieten bekleding. In de hoek een potkachel en een houtstapel, aan een balk hingen potten en pannen. Op de tafel stond brood, boter, een petroleumlamp. En er lagen een paar boeken met moeilijke titels, thuis hadden we geen boeken. Ik wilde heel graag een boek, maar thuis vonden ze dat onzin, om te lezen hadden we de Winschoterkrant. Ik stopte stiekem een boek onder mijn trui maar het viel op de grond en ik heb het na een flinke oorvijg teruggelegd.

Aan de wand hing een gedicht in een fotolijstje:

Gelukkig zijn is een gevoel
Denk je dat je gelukkig bent
Dan ben je gelukkig
Ik heb het hoogste bereikt
Gewekt door het bos
Is m’n eerste gedachte
Dat ik vandaag mag doen
Waar ik zin in heb
Ik ben een gelukkig mens

M`n grootmoeder legde een pakje pijptabak op de tafel. Toen we weggingen zag ik in de schaduw tussen de bomen een bebaarde man staan leunend op een lange stok, die ons nakeek en verdween tussen de bomen toen we oogcontact kregen. Ik zag alleen zijn hoofd met de ogen boven een lange baard, de donkere kleding maakte zijn lichaam in de schaduw tussen de bomen haast onzichtbaar, als hij zich niet had bewogen had ik hem niet gezien.
Ik vertelde opgewonden dat ik de man had gezien, ze lachten, niemand geloofde me. Ik had te veel fantasie zei de buurvrouw. Lyda had mijn hand losgelaten want het was weer veilig, ze lachte mij in m’n gezicht uit.

Schrijver: Custor
Inzender: Janneke Koster Baas, 21-11-2009


hkoster1atquicknet.nl


Geplaatst in de categorie: woonoord


Terug naar zoekresultaten

Deze inzending is 418 keer bekeken

4/5 sterren met 7 stemmen.



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)