Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

Manu en Hori

“Kijk”, zei Hori, en hij wees naar de oceaan die diep beneden hem tegen het rif klotste. “Zover het oog reikt, zie je water, blauwgroen tot de lijn waar de hemel en de zee elkaar raken. Toch is dat niet altijd zo geweest, Manu.”
De aangesprokene richtte zich loom op. Met zijn donkere oogjes knipperend tegen het zonlicht boog hij zich voorover. Dromerig staarde hij over de rotsen naar de woeste schuimkoppen die stuksloegen tegen de scherpe pieken van het rif.
“Er is een tijd geweest, Manu, dat de hele wereld bedekt was met water. Heb ik je dat verhaal al ‘es verteld?”
“Nee, maar je maakt me nieuwsgierig. Ga door.” Behaaglijk strekte Manu zich uit in het gras.
“Toen ik een week geleden langs de tent van Manichor de medicijnman kwam, hoorde ik hem op gedempte toon praten tegen Anchi, zijn leerling. Ik zette de emmer neer waarin ik water moest halen uit de bergbeek en sloop naar zijn tent om het gesprek goed te kunnen volgen. Wat ik hoorde was zó ongelofelijk dat ik het beslist aan iemand moet vertellen. Maar je mag er niet over doorpraten. Erewoord, Manu?”
“Erewoord”.

“Manichor zei dat lang geleden een slechte koning over de stam regeerde, Endor was zijn naam. Hij bezat wel vijftig vrouwen en had honderd zonen, de één nog slechter dan de ander. Overdag hield hij zich bezig met jagen en vissen. ’s Nachts hield hij woeste braspartijen, waarover af en toe nog wordt gefluisterd door de mannen van het dorp. Wie het waagde hem tegen te spreken sloot hij op in een donker hol waarin cobra’s leefden.
Toch was hij een groot krijger. Van tijd tot tijd ondernam hij met zijn oudste zonen strooptochten naar naburige stammen. Daar roofde hij de schoonste vrouwen en de beste varkens. Goud en sieraden interesseerden hem niet. De allermooiste vrouwen sloot hij op in zijn harem, de rest van de buit verdeelde hij onder zijn zonen.
Na elke strooptocht bracht hij offers aan de stamgoden. Dan nodigde hij alle mannen van het dorp uit en liet de gestolen varkens slachten. Elke man mocht zoveel vlees eten als hij maar wilde en kreeg een geroofde maagd toegewezen voor de nacht. Zo genoot hij een zeker respect onder mensen en goden. Gevreesd en gehaat was hij, maar als je deed wat hij zei en hem geen strobreed in de weg legde, had je wel een goed leven.

Maar ook al bracht hij offers aan de stamgoden en strooide hij, naar goed gebruik, bij volle maan een handvol stofgoud van de Drakenrots in zee, toch riep hij één keer hun toorn op, zodat ze besloten om hem, samen met zijn honderd zonen, te doden.
Je weet, Manu, dat priesteressen door geen man mogen worden aangeraakt. Endor liet echter, toen hij een dorp in de vallei had overvallen, een priesteres in de boeien slaan en als buit meevoeren naar zijn harem. Lang, ravenzwart haar had zij en amandelvormige ogen. Zij was een dochter van het stamhoofd en al vanaf haar geboorte aan de goden gewijd. Haar gestalte was zó schoon dat geen man haar kon weerstaan. Om die reden moest zij haar dagen slijten in de tempel waar zij toezicht hield over de andere priesteressen, twaalf maagden uit de stamadel.
Al bij de eerste aanblik was Endor verloren en ook al kende hij de wetten die de goden hadden ingesteld, toch kon hij het niet laten om haar gevankelijk mee te laten voeren. Twee vertrouwelingen van hem, Esmerald en Loki, belastte hij in het diepste geheim met deze opdracht. Op bevel van Endor sloten zij de priesteres op in een grot.
Toen het dorp in diepe rust was verzonken, liet Endor de maagd uit haar schuilplaats halen. Het meisje verzette zich hevig toen hij haar wilde aanraken, maar tevergeefs. Haar smeekbeden en vervloekingen ten spijt verkrachtte hij haar, niet ver van de Drakenrots, een aan de goden gewijde plek.

Toen de goden dat zagen, ontstaken zij in toorn en besloten om het land te plagen met een overstroming. Daags na het offerfeest pakte een zware wolkenmassa zich samen boven de vallei en het berggebied langs de kust. Wekenlang gutste de regen neer. Men zegt dat, vòòrdat de eerste druppels vielen, alle beesten uit het gebied wegtrokken alsof zij van hogerhand voor de naderende catastrofe waren gewaarschuwd.
In hun nood begonnen de mensen tot de goden te bidden, maar al hun smeekbeden leken aan dovemansoren gericht. Zonder onderbreking bleef het hemelwater het land overspoelen totdat de vallei zich verenigde met de zee en de eerste visarenden opdoken. Bruinvissen en dolfijnen kwamen schools de bergkam overgezwommen, koraal en zeewier nestelden zich waar gazelles en springbokken hadden gegraasd en in de vergane resten van het dorp floreerden zeeanemonen en oesters met hun parelmoeren kleur.

Na twee maanden klaarde de lucht weer op. Dag na dag kroop het water over de berghellingen terug naar de vallei. Alleen rondom het laagste punt hield het stand. Daar vormde zich een meertje, het huidige Endormeer. Als een blijvende waarschuwing van de goden golft daar tot op de dag van vandaag het diepbruine water, vermengd met modder en gruis dat het water op zijn terugtocht van de berghellingen heeft meegevoerd. Men zegt dat bij volle maan soms nog de schim van de priesteres rondwaart op de noordelijke helling van de Drakenrots, waar zij door Endor werd verkracht. Daarom wordt die plek tot op de dag van vandaag door de dorpelingen gemeden. Dat is het verhaal dat ik Manichor aan Anchi hoorde vertellen. Maar je mag er verder met niemand over spreken, Manu.”

Zijn vriend richtte zich op. “Ik zal mijn mond niet voorbijpraten, dat weet je toch. Kom, laten we teruggaan naar het dorp, het is al bijna avond." Snel verwijderden ze zich van de Drakenrots, waar de golven van de oceaan net als anders stuksloegen tegen de pieken van het rif.

Schrijver: Hendrik Klaassens, 28 dec. 2009


Geplaatst in de categorie: rampen

4,1 met 10 stemmen 450



Er is 1 reactie op deze inzending:

Naam:
katty
Datum:
29 dec. 2009
Heb ik van genoten.
Dit is het soort korte verhalen waar mijn dochter en ik in kunnen wegdromen.
De beschrijvingen maken dat je het je zo kan voorstellen.
Leuk..

Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)