Inloggen
voeg je verhaal toe

tabblad: verhalen

< vorige | alles | volgende >

verhaal (nr. 3297):

De cirkel is rond

Van PloegZendow zijn ze er. Een bus, misschien wel twee hebben ze uitgebraakt. Er zitten een paar flinke talentjes tussen. Met hun kattenruggen diepgebogen maken ze de binnenbaan onveilig. En de rest blokkeert de ruimte ernaast. Je kan geen fatsoenlijk baantje rijden. Want die uit Alphen aan de Rijn zijn er ook. Ze hebben er niet eens een natuurijsbaan daar. Dertien volwassenen en nog een zooitje kinderen. Van Bloksma uit Leimuiden, en een groepje in het oranje van een of ander ICT-bedrijf. Ook uit de polder natuurlijk, ze hebben er water zat, het wil alleen nog niet hard genoeg vriezen.

Voor mij is het te druk. Mijn techniek is maar zozo, mijn rug lang niet zo soepel en zo mooi gebogen. Nooit les gehad van Jos, en al helemaal geen polderjongen. Steeds weer klinkt het 'hoogop' en moet ik me in no-time uit de voeten maken. Als ik van achteren wordt aangetikt kom ik te vallen. Zo'n supersonische oranjeman. Dank u. Nog twee rondjes, dan hou ik het voor gezien.
We moeten nog naar Charlotte en Cornelis, gelukkig nieuwjaar wensen.

Als we komen ligt ze op de grond. Charlotte blijkt net gevallen, in een poging de theemuts van de kast te pakken, gelukkig zonder zich erg te bezeren. Cornelis staat enigzins hulpeloos over haar heen gebogen. Hij loopt met twee krukken, is zelfs niet in staat zijn vieze luiers van de grond te rapen. Hoe dan moeten met zijn gevallen vrouw als wij niet gekomen waren? Toch kijken ze niet blij en opgelucht naar het onverwachte en nu wel zeer welkome bezoek, ze voelen zich eerder betrapt.

'Dat was geen probleem geweest' beweren beiden toch bij hoog en bij laag even later, als Charlotte veilig in een stoel is geparkeerd. Woemi serveert de thee. En ze doet iets wat verboden is: ze verandert iets. De theemuts, die onmogelijk hoog stond geeft ze een plek op de tafel. En omdat die vol staat met niet ter zake doende spullen verhuist ze etenswaren naar de kast, speelgoed, pennen en allerlei naar de vensterbank en en ook nog wat naar de vuilnisbak: eten ver over datum, papier met raadselachtige aantekeningen, een pen die het niet meer doet en wat lege blikjes en potten die altijd maar verzameld worden.
'Ik wil dat er niks verandert' had Cornelis laatst nog boos tegen me gebriest. Woemi zegt dus niks.

Ze begrijpt het wel. 'Hij wil gewoon niet dood' zegt ze. Hij wil gewoon jong zijn, sterk zijn, de baas zijn, blijven regeren. Maar ondertussen raakt zijn land steeds verder in verval. Het aantal deuken in zijn auto is niet meer te tellen. De overgave valt hem zwaar. Als we ze naar het zuiden rijden, de overvolle snelweg is niks meer voor hen, dat hebben ze dan eindelijk ingezien, begint hij te piepen als ik een andere afslag neem dan hij gewend was. We krijgen er ruzie om.
'Ik wil nooit meer oud worden, afschuwelijk om zo aan de kant gezet te worden', beklaagt hij zijn lot.
'Misschien moet je af en toe eens een stapje opzij doen, dan gebeurt dat niet', riposteer ik. Dan krijg ik een por vanaf de achterbank.
'Nokken', bedoelt Woemi, 'laat die man'.

'Maar ik heb gelijk' mok ik later na. Ze hebben hem zowat met bureaustoel en al buiten moeten zetten toen hij eigenlijk alleen nog maar dwars en disfunctioneel anderen voor de poten wist te lopen, ze hebben hem beleefd maar toch dringend verzocht het zangkoor te verlaten toen er zelfs van vals zingen geen sprake meer was, en nu, als hoogbejaarde voorzitter van de al even hoogbejaarde Jong Gezinnen Kring wacht hem vrees ik hetzelfde lot.
'Ja, je hebt gelijk' zegt Woemi, met maar één doel. Het geduelleer van ons mannen verveelt haar gauw. Hou het maar bij thee en gezelligheid.

Daar heeft het deze dagen niet aan ontbroken. Een etentje met familie hier, een etentje met familie daar. De godganse dag zitten en hangen. Met afgrijzen zie je het resultaat op de weegschaal. Ook Woemi is in de problemen gekomen, ze bekent me dat ze het bovenste knoopje van haar uniform niet meer dicht kan krijgen.
'Komt door de nachtdienst' zegt ze. Nu is het mijn beurt om maar iemand gelijk te geven.
'Hm'
'Geloof je me soms niet? Veel vrouwen hebben daar last van hoor, van zo'n opgeblazen gevoel, 's nachts'.
Goed ik geloof haar. Ze kan nu echt niet veel hebben. Ze heeft nachtdienst met een niet-leuke. Zo deelt ze haar collegae in, wat er aan klanten ligt maakt haar niet uit, als ze maar gezellig kan praten, roddelen over de rest, over relaties, over de jongen.
'Zonder vrouwen geen sociale cohesie' is haar verweer. En voor een keer geloof ik haar.

'Bij jou is er altijd die stomme tv.' Ik doe mijn best om ook eens gezellig te zijn, maar een oog op Wennemars en zijn kompanen mag toch wel? Ik zie hoe hij eenhonderdste van een seconde tekort komt om nog een keer voor goud te gaan. Het drama spat voelbaar van de beeldbuis af.
'Alweer zo'n idioot die maar voor één ding leeft' is Woemi's enige commentaar. Nachtdienst en Woemi, een onzalige combinatie weet ik. Normaal zou ik nog eens een glaasje inschenken voor haar, dat helpt meestal bij die buien.
Nu helpt de tv me. Erben blijkt ook nog vrouw en kind te hebben. Hij helpt zijn jongen met een rondje over het hobbelige natuurijs bij zijn huis. Daar, waar hij zelf ooit ook heeft leren schaatsen beëindigt hij zijn carrière. Met een wedstrijdje van niks.
'De cirkel is rond' zegt hij, met een brok in zijn keel. Begin, leven, eind. En weer opnieuw, steeds weer opnieuw. Zo zal het zijn, zo moet het zijn.

Woemi kruipt tegen me aan. Ze slaapt. Nog even een uurtje. Helpt om beter de nacht door te komen.
Buiten is het weer begonnen met sneeuwen, het zal nog een hele toer worden om er uberhaupt te komen.

Schrijver: jorrit, 8 jan. 2010


Geplaatst in de categorie: jaargetijden

4,2 met 4 stemmen 617



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)