Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

Bij een minnares in de biechtstoel (4)

Ik ben gewoon een bronstig hert met een loodzwaar gewei en ik kan zelfs de liefde bedrijven met echte herten, net als met die koeien rondom de kaarsenfabriek.
Ik ben niet primitief, noch progressief. Ik dwaal nog steeds door de donkere, ijskoude kloostergangen op zoek naar een teder gebaar van jouw uitgetreden geest. Ik doe niet aan voodoo of astraal vrijen, ik ben slechts ongenadig gevangen in mijn verstikkende cocon en ik pik wat ik kan tegen de bikkelharde schaal - wat je hoort zijn de in doodsangst verkerende krijsen van een tot op het bot wanhopig gevangene.
Ik weet dat jij ook naar mij verlangt en als dat niet zo is, dan mag men mij bij het grof vuil zetten, want dan zou met deze intuïtie al mijn geloof in het goddelijke doelloos verdampen.

Ik heb nog niet gesproken over mijn zeldzame depressie, maar ik wil je daar zeker nog iets over mededelen. De merkwaardige rampen, die mij in dat sinistere klooster naast jouw heilige slaapkamer overkwamen, ik zal het nooit juist onder woorden kunnen brengen, maar daar jij een belangrijke hoofdfiguur was in dat melodramatische Munch-schilderij, zal dit de zaak vergemakkelijken.
In die wirwar van woorden en nieuwe invloeden heeft Chaos mij de genadeslag gegeven.
Laat het maar wegzinken naar de onoverzichtelijke oerchaos, zeggen de cynische stemmen, maar nee, mijn dierbare droomvriendin, voor jou zal ik het oproepen en bestendigen, zoals men heiligen aanroept en zoals men heiligen zelfs, als men geluk heeft, ziet verschijnen.
Welke duistere schimmen kleven nog vast aan mijn wezen?
Van welke vreselijke zielen moet ik mij losknippen?
Ik ken de antwoorden niet. Ik herinner mij de brandnetels, die ik eruit moest trekken en de duisternis in mijn hart, diezelfde planten stekend in mijn hersens. Ik ben uitgeput, mijn God, wat ben ik uitgeput, maar ik ga voor jou nog eenmaal de diepte in.
Daarna mogen ze me naar een kuuroord brengen, als dat nog zin heeft. Ik droom al jaren van een kuuroord op bijvoorbeeld Ameland, een rustcentrum, speciaal voor uitgebluste dichters en schrijvers, lijdend aan een chronische woordmoeheid, voor wie woorden synoniem staan aan de doodsteek. Inderdaad, men kan voorgoed en voorzeker gek worden van woorden, doodgaan aan een overdosis woorden, het gebeurt maar al te vaak.
Maar ik ging als monnik niet dood aan een overdosis woorden, ik dronk heel wat woorden, o jawel, maar die overdosis was een overdosis verdriet.
Ik kampte met een eenzaamheid, die het radar uit mijn hoofd smeet, die mij stuurloos naar de ondergang leidde.
Ik voelde me compleet verlaten, ook al had ik op mijn zeventiende een Christusverschijning gezien en kon ik dus normaliter niet twijfelen aan Zijn Liefde, wat ik ook niet deed, maar de leegte na zo'n topervaring is voor een mens bijna ondraaglijk, slecht te delen met anderen, enkel met die Grote Liefde zelf, die zich terugtrok achter de wolken.
Waarom heb ik het over die gemene duisternis en niet over het zalige licht dat jij mij bood? Ach ja, het een kan niet zonder het ander, laat me je iets leren over de God Abraxas, die het evenwicht van de talloze tegendelen in zich sluit, typisch een ekster, mijn lievelingsvogel, omdat hij zowel zwart als wit is.
Weet je, de zonde is een leugen om domme mensen kopje-onder te houden, dat weet ik nu, maar dat wist ik toen nog niet, toen kende ik een schuldbesef, wat men de grootste crimineel nog niet aandoet.
Ik bloosde niet alleen om mijzelf, maar ook plaatsvervangend voor anderen, dan meende ik ontucht in een bepaalde blik te zien, frivoliteit in subtiel klakkende schoentjes.
Kortom, ik was een zeer noodlijdend geval van sexueel gefrustreerd zijn. Het ging erg ver, in scheuren op de wand zag ik geopende vagina's, met kittelaar en al, dat verscheen dan gewoon voor mijn ogen, terwijl er toch verlangd werd van mij dat ik vrome teksten overwoog of een stuk uit de bijbel herlas.
Iedere geile bok leest graag over de 'borsten als dadeltrossen en druiventrossen' in het Hooglied en ik dus ook. Soms waren het de borsten van een goedgevulde zuster, die ik in mijn hoofd had zitten, een goedgerichte glimp was genoeg voor mijn fantasie, al maakte ik mezelf maar wat wijs, want zo'n druppeltje wakkert alleen maar het verlangen aan om stevig te gaan drinken. Dat drinken kwam er daar nooit van, ik leefde in een volkomen euforie van wild dansende waanbeelden.

Over jou had ik geen waanideeën, geloof me, jij was zo echt voor mij als de modder, waar ik in schoffelde, als de koffie, waar ik me hocuspocus aan dronk. Neem die Franse schrijver, die zich dooddronk aan de cafeïne, dat middel was in mij niet bekend, maar ik heb er toch redelijk mee geflirt. Ik dronk graag na de completen nog enkele bekers van dat lauwe spul. Daarna dook ik de ondergrondse bibliotheek in, daar genoot ik intens van. Iedereen had een nummer en dat nummer stond dan op een groot aantal houten blokjes, pakte ik dan ergens een mooi boek vandaan, dan plaatste ik op diezelfde plek zo'n houten blokje. Dat was alles en het boek was op dat moment uitgeleend aan mij. Dit is een heel eenvoudig, maar ook een heel luxe systeem.

Schrijver: Joanan Rutgers, 13 jan. 2010


Geplaatst in de categorie: eenzaamheid

3,5 met 2 stemmen 207



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)