Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

Het Poolse meisje

Woemi is er mooi klaar mee. Als ze thuiskomt zit de jongen op de bank. Niks bijzonders. Nu hij gestopt is met zijn studie zit hij wel vaker op de bank. Te vaak misschien. Werken bij de Coop, achter de computer, hangen voor de tv, af en toe naar een vriend of de disco, dat is nu zo'n beetje zijn leven.
Woemi maakt zich zorgen. Ik niet. Het wil gewoon even niet. Dat heb je soms wel eens in het leven. Begint het te sneeuwen, loopt het vast. Zit je zomaar ineens met duizend kilometer file.
Maar nu is de jongen niet alleen. Naast hem zit een meisje. Een dronken meisje. Zo dronken dat Woemi zelfs haar naam niet kan verstaan.
Het is niet het eerste meisje in het leven van de jongen. Eerder was er het judomeisje. Te sterk voor de jongen, niet goed voor zijn manlijke ego. Daarna had je het meisje van de Coop. Een jong, te jong huppelkutje. Een week of wat wordt er druk ge-sms't, dan gaan ze naar de film, daarna is er de Grote Stilte. Hij heeft zelfs een paar dates. Treint naar Arnhem en Den Bosch. Het wordt allemaal niks. Haar jongen is als de spitsen van Heerenveen, onmachtig om te scoren.

'Veertig dagen zonder seks', ik lach om het programma, Woemi maakt zich er boos om. Alsof elke jongen er maar om los rookt, zuipt en neukt om bij Gods gratie zijn pik voor veertig dagen met rust te laten. Want rukken mag ook niet. 'Ik vermoed dat Arie Boomsma maar al te graag bij die jongens onder de lakens kijkt om dat te controleren' grap ik. Woemi ziet er de humor niet van in. Hoe moet de jongen zich wel niet voelen. Achttien en nog maagd. Niks geen veertig dagen zonder, het lijkt de Grote Drooglegging wel verdomme. In ieder geval illegale drank genoeg in het Poolse meisje. Woemi oordeelt als een volleerde schoonmoeder-in-spe, in a split second. Dit is niet het meisje wat hij nodig heeft. Vakkundig werkt ze de meid de deur uit.
'Hij wist er ook niks mee te beginnen' verklaart ze, 'ze sprak nog geen drie woorden Engels'. Die heb je ook niet nodig, voor dat. En hij is beslist een beetje onhandig en groen, in die dingen, maar zo groen?
De sneeuw is terug. Ik hang wat op de bank, zie hoe de Belgen ons verslaan. Negenhonderd achtenveertig kilometer file. Je vraagt je af hoe ze het meten. En waarom ze niet net als de Grieken niet een beetje sjoemelen met de getallen. Maak er dan meteen duizend van. Voor Woemi komt het gevaar niet uit België, het leed bij onze zuiderburen laat haar koud. Ze werkt haar telefoontjes af. Daar kan ze een avond lang mee zoet zijn, met bijna al haar familie en vrienden in het verre Fryslân. Ze blijft een allochtoon in het Verre Westen.

In de gang gestommel. De jongen. En het Poolse meisje. Zo is ze weg, zo is ze weer terug, net als de sneeuw.
'Ze is wat verloren, misschien hier' zegt de jongen. Een halfslachtige zoekpoging volgt. Het meisje blijft, haar bleke gezicht verborgen in de capuchon van haar jas staan wachten in de gang.
'Niks hier' zegt Woemi, ze heeft de telefoon nog en plotseling ook aandacht voor de immense file. 'Sorry' zegt ze tegen het meisje, en tegen de jongen: 'laat je haar uit?' De jongen glimlacht vaag. Het meisje zie ik al niet meer.
In plaats van de voordeur hoor ik de trap. En Woemi, die net weer verder wil gaan met bellen, hoort het ook. Onmachtig zijgt ze naast me neer.
'Wat moet ik doen, straks heeft hij hiv' zegt ze, verslagen. Tja, wie had hem ook alweer voorgelicht? Het is niet de eerste keer dat we over de rubbertjes in conflict raken.
'Hij is achttien en heus niet achterlijk' probeer ik haar gerust te stellen.
Er gebeurt van alles wat nooit gebeurd. De afwas wordt gedaan. De papieren, nodig voor de belastingaangifte, ik moet er anders een maand om zeuren, zijn in een oogwenk bij elkaar gezocht. En is schijnbaar zelfs aandacht voor het leed in de wereld. Nog even en we zitten samen gezellig voetbal te kijken.
De fles wijn is bijna leeg. Een beetje veel voor een doordeweekse dag. In haar gedachten zijn alleen de kleren die boven op de grond glijden. De bleke huid van het meisje en de mogelijk nog blekere huid van haar zoon. De ontmaagding van haar jongen, haar mooie, slanke, ranke trots.
'Dat is mijn straf' verzucht ze.
'Ik heb altijd gezegd graag een Pools weesmeisje als schoondochter te krijgen'. Uit angst voor concurrentie.
Dan vermant ze zich. 'Hij moet haar niet' stelt ze zelfbewust. Misschien. Maar zij hem wel, Woemi, en je weet toch wel wie er sterker is.

Eindelijk, na een uur als een eeuwigheid, komen ze weer beneden.
'Was ze nou niet dronken?' wil Woemi weten. De jongen lacht wat. Ja dus, of op z'n minst aangeschoten. Hij pakt de autosleutels.
'Ik breng haar even thuis' zegt hij. Hij lacht naar me. Zijn rijbewijs, een vrouw, de file is opgelost, nou komt de rest vanzelf wel.

Schrijver: jorrit, 12 feb. 2010


Geplaatst in de categorie: vrouwen

3,5 met 12 stemmen 607



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)