Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

Een vertelling

Ze was ronduit onaantrekkelijk.
In de druilerige regen, van die regen die het hele land in triestheid onderdompelt, stond ze in de schemering van de vallende avond te wachten op de trein.
Doorweekt staarde ze peinzend voor zich uit, in diepe gedachten, haar blik gericht op een punt ver voorbij de horizon.

Lelijk kon je haar niet noemen, ze bezat geen uiterlijkheden die daarvoor in aanmerking kwamen, nee, lelijk was ze niet. Sterker, voor diegene die haar eens goed opnam was het onmogelijk een oordeel te vellen, behalve ‘onaantrekkelijk’. Niets anders.
Haar figuur, dun, bijna lijzig te noemen had geen mannen in vervoering gebracht. Het ontbrak haar aan weelderige vormen. Het haar met sterk krullende slagen, viel tot op haar schouders, en bedekten haar donkere ogen in het gezicht.

Ooit had ze een man gehad, kort gezegd geregeld door haar ouders, maar deze man was wegens amoureuze verplichtingen elders snel vertrokken. Het liet haar koud; liefde had ze niet gevoeld en daarna trad qua mannen de stilte in.
Een tijd lang was ze best gelukkig en gleden de jaren voorbij, het leven kabbelde als het ware rustig door. Het gevoel was er wel, dat gevoel van zinloosheid dat er al haar hele leven was geweest loerde steeds, diepe zinloosheid!, maar ze wist het weg te stoppen. Ze vond een voldoening in het schrijven van kinderboeken, een grote passie, beleefde een aantal, niet veel maar genoeg vriendschappen waar ze op niveau mee kon praten en discussiëren en ze voelde zich thuis in de plaats waar ze woonde, en, zoals gezegd; het leven kabbelde rustig door.

Tot aan die avond.
Het was een mooie zomerdag geweest, flink warm en een strak blauwe hemel.
Ze was net aan een nieuw hoofdstuk begonnen toen de bel ging. Vreemd, want onverwacht bezoek kwam nooit. Aan de deur stond een vreemde jongen, jeugdpuistjes ontsierden zijn gezicht. ‘Ja?’,zei ze vragend.
‘Ik kom u uitnodigen voor het straatfeest vanavond’, zei de jongen en overhandigde haar een folder. ‘Ik zal het even lezen, en bedankt!’zei ze en deed de deur weer dicht. Dit soort contacten maakten haar altijd onzeker en op een feest zat ze al helemaal niet te wachten.

Eenmaal weer aan het werk was de concentratie verdwenen. De schemering viel in en de geluiden van het straatfeest, dat intussen begonnen was, drongen de werkkamer binnen.
Ze besloot een wandeling te gaan maken en sloot de deur achter zich.
Op de straat, buiten, was het druk; mensen dromden rond een enorme barbecue, anderen dansten en weer anderen stonden in groepjes te praten en te lachen.
Toen zag ze hem.
Een vreemd, zenuwachtig, warm gevoel maakte zich van haar meester.
Ze wist wie hij was; twee weken geleden was hij in haar straat komen wonen.
Vanuit haar werkkamer raam had zij hem zien verhuizen en meteen had zij hem herkent. De man die zij haar hele leven al gevreesd had.
Terwijl ze op hem afstapte verdween haar onzekerheid, ze aanvaardde het lot, haar leven.
Ze maakten een praatje en beleefdheden werden vriendelijkheden en naarmate de avond vorderde, vorderde het gesprek. Hij nodigde haar uit om in het park, even achter de straat waarin zij woonden, te gaan wandelen. Ze lieten het feestgedruis achter zich en namen even later plaats op een bankje in het park, vlakbij de vijver. Een zwoele wind stak op.
Ze nam het woord en vertelde het verhaal van haar leven, ze vertelde alles; vanaf haar jeugd, vol van belofte, tot aan haar leven nu, anoniem, betekenisloos. Daarna was het stil.
Ze pakte zijn hand. ‘Jij bent mijn liefde!, ik verlang naar je sinds de eerste keer dat ik je zag, mijn hele leven!’. Dat laatste kwam eruit met een snik.
Plotseling rukte hij zich los, uitte een kreet van welgemeende verachting en verdween in de nacht.
Daar zat ze, alleen, en het gevoel, dat gevoel van diepe zinloosheid bekroop haar weer en was niet meer weg te stoppen; het was er en het zou blijven.

Langzaam klaarde de lucht op, de regen stopte en een bleke zon kwam achter de wolken vandaan. De trein waarop ze stond te wachten was in aantocht en vanuit de verte was het geraas van het aanstormend gevaarte te horen. Ze keek nog even om zich heen, voor de laatste maal keek ze naar de wereld, ademde de frisse lucht in en stapte op de rails.

Schrijver: Michel Reining, 27 feb. 2010


Geplaatst in de categorie: liefde

1,6 met 13 stemmen 691



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)